Opkomst is macht: ‘Get out the vote’-campagnes vergroten politieke ongelijkheid

No Comment

In de Verenigde Staten bestaan tal van initiatieven om kiezers te mobiliseren. Deze zogenaamde ‘Get out the vote’-campagnes (GOTV) hebben veel aandacht gekregen van politicologen, die aan de hand van veldexperimenten hebben onderzocht welke GOTV-strategieën wel of niet werken. Het idee is simpel: selecteer een groep onderzoekseenheden (individuen, gezinnen, regio’s, etc.) tijdens een bepaalde verkiezingscampagne. Plan een interventie voor een willekeurig gekozen groep onderzoekseenheden en vergelijk vervolgens het verschil in opkomst tussen deze experimentele groep en de controlegroep, waar geen interventie heeft plaatsgevonden. Interventies kunnen talloze vormen aannemen, van een email van een medewerker van het stembureau tot ‘robo calls’.

Nu blijkt uit recent verschenen onderzoek van Ryan Enos, Anthony Fowler en Lynn Vavreck dat veel van deze GOTV-campagnes weliswaar positieve gevolgen hebben voor de opkomst, maar tegelijkertijd politieke ongelijkheid vergroten. De geplande interventies hebben vooral effect op zogenaamde high-propensity citizens, burgers die op basis van hun achtergrondkenmerken sowieso al eerder geneigd waren te participeren in de politiek.

 

“YOU ARE BEING STUDIED”

Het experimenteel beïnvloeden van verkiezingsopkomst levert fascinerende ethische dilemma’s op. Sommige van deze studies gaan namelijk behoorlijk ver met hun interventies. In een berucht veldexperiment van Alan Gerber, Donald Green en Christopher Larimer werden kiezers bestookt met brieven met boodschappen als “DO YOUR CIVIC DUTY”, “YOU ARE BEING STUDIED” en verkapte dreigementen dat openbaar gemaakt zou worden wie in de buurt wel of niet gestemd had. De onderzoekers wilden namelijk in kaart brengen welke vorm van sociale druk een mobiliserend effect zou hebben. Met name de sociale druk onder buurtbewoners blijkt ‘motiverend’ te werken. Opkomst onder buurtbewoners die een dergelijke ‘naming and shaming‘-behandeling hadden ondergaan was acht procentpunten hoger dan de controlegroep.

Oh, en ze voerden het experiment uit onder 180,000 huishoudens…

 

24 GOTV-experimenten

Enos et al. nemen 24 GOTV-veldexperimenten onder de loep en analyseren of GOTV een uniform effect heeft op burgers of dat high-propensity citizens en low-propensity citizens in verschillende mate gemobiliseerd worden. High-propensity citizens zijn burgers die op grond van achtergrondkenmerken sowieso eerder geneigd zijn te stemmen. We weten namelijk sinds jaar en dag dat de groep van daadwerkelijke stemmers geen afspiegeling vormt van de kiesgerechtigde bevolking (zie hier een grootschalige meta-analyse van bijna honderd studies).

Enos et al. vinden dat veel van de 24 veldexperimenten inderdaad met name high propensity citizens mobiliseren. Ze repliceren bijvoorbeeld voor het bovengenoemde veldexperiment van Gerber, Green en Larimer het effect van acht procentpunten van  ‘naming and shaming’, maar laten ook zien dat onder high propensity citizens het effect oploopt tot elf procentpunten tegenover ‘slechts’ vijf procentpunten voor low propensity citizens. Voor alle 24 veldexperimenten samen (zo’n 1,2 miljoen individuen) vinden ze dat GOTV de opkomst gemiddeld met 3,3 procentpunten verhoogt, maar dit effect is lager voor low propensity citizens (2,3) dan high propensity citizens (4,3).

 

Opkomst is macht

Verkiezingsopkomst is geen neutraal politiek fenomeen. Zelfs op het eerste gezicht ‘neutraal’ ontworpen GOTV-campagnes hebben ongelijke effecten en vergroten zo eerder de ongelijkheid in participatie dan dat ze deze verkleinen. Amerikanen die toch al eerder geneigd waren te stemmen blijken ook vatbaarder te zijn voor allerlei vormen van opkomstbevordering.

Maar pleiten voor de status quo is evenmin politiek neutraal. In de huidige situatie is de politieke stem van sommige groepen stelselmatig verstomd (zie eerdere blogs van Tom van der Meer en Jean Tillie). Een universele opkomst zou dus waarschijnlijk leiden tot andere partijpolitieke verhoudingen. Welke partijen hiervan zouden profiteren – en dus wel of niet zouden moeten pleiten voor een bepaalde vorm van opkomstbevordering – hangt af van tal van contextuele factoren, maar dat neemt niet weg dat verkiezingsopkomst bij uitstek een politiek machtsmiddel vormt.

Zoals The Dude al zei in The Big Lebowski: “It’s like what Lenin said…you look for the person who will benefit…

About the author

Armen Hakhverdian
Universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)