Over Wilders en de democratie

4 Comments

Vorige week schreef ik in NRC Handelsblad een artikel over het gevaar dat uit zou gaan van de PVV van Geert Wilders. Ik betoogde daarin het volgende: hoewel sommige van Wilders’ standpunten op gespannen voet staan met de uitgangspunten van onze liberale democratie, hoeven we ons over zijn succes niet zo’n zorgen te maken. Om te beginnen zal het met de invloed van de PVV in de praktijk wel meevallen. Bovendien is het een goede zaak dat er een partij is die de zorgen van ontevreden burgers verwoordt. Het grote probleem is niet dat Wilders gevaarlijk is, maar, ironisch genoeg, dat hij te makkelijk wordt weggezet als gevaarlijk.

Ik kreeg (vooral via Twitter) nogal wat kritiek op mijn stuk. Ik zal hieronder op een aantal van die kritiekpunten wat dieper ingaan.

 

Kritiek 1: Ik heb een merkwaardige democratie-opvatting

1Arzu

Student en docent Arzu Aslan snapt niets van mijn definitie van democratie. Die geef ik in het stuk ook niet, dus dat zal ik hier kort doen. Volgens mij (en vele andere politicologen) is het goed te benadrukken dat we in Nederland (en alle andere West-Europese landen) een liberale democratie hebben. Die bestaat uit twee pijlers: een democratische en een liberale (zie bijvoorbeeld hier). In de eerste pijler staat de soevereiniteit van het volk centraal: de uiteindelijke macht dient altijd bij het volk te liggen. Het doel van de liberale pijler is echter juist die wil van het volk in te dammen. Dat gebeurt door middel van bijvoorbeeld checks and balances (macht wordt verspreid over verschillende instituties) en minderheidsrechten (het draait niet alleen om de wil van de meerderheid). In een liberale democratie zijn beide pijlers onmisbaar. Natuurlijk zijn er meerdere democratie-opvattingen (zie bijvoorbeeld hier). Maar het onderscheid tussen deze twee pijlers is vrij gangbaar binnen de politicologie.

(In mijn betoog verwijs ik naar Wilders’ nepparlement-uitspraak en stel ik in navolging van Armen Hakhverdian dat Wilders hier een punt heeft: volksvertegenwoordigers lopen als het gaat om sociaal-culturele thema’s uit de pas met het electoraat. Dit betekent helemaal niet dat mijn democratie-opvatting inhoudt dat volksvertegenwoordigers een precieze afspiegeling moeten vormen van het electoraat. Wat ik wilde aangeven is dat ik vind dat dit een belangrijk thema is dat meer discussie verdient.)

 

Kritiek 2: Ik ontken ten onrechte dat Wilders extreem rechts is

1Wltrr

Walter van der Cruijsen en verschillende anderen vinden het merkwaardig dat ik ontken dat Wilders extreem rechts is. Ik classificeer de PVV als een radicaal rechtse partij. Dat is, kortgezegd, een partij die nationalistisch, xenofoob en autoritaristisch is. Daar komt nog bij dat de partij populistisch is. Dat houdt in dat de PVV het goede volk afzet tegen de slechte elite. (Zie dit mooie boek voor een overzicht.) Wilders is echter niet extreem rechts. Extreem rechtse partijen zijn volgens de meeste gangbare definities niet alleen nationalistisch, xenofoob en autoritaristisch, maar ook anti-democratisch (zie hier voor een helder stuk over dit onderscheid). Daar is bij Wilders geen sprake van. Wilders’ denkbeelden zijn prima verenigbaar met de zojuist genoemde democratische pijler van de liberale democratie. Natuurlijk zitten er mafkezen tussen de PVV-sympathisanten, maar Wilders zelf kan niet als anti-democratisch worden omschreven.

Het is volgens mij van groot belang een onderscheid te maken tussen partijen als de PVV, Front National en UKIP aan de ene kant (zij zijn radicaal rechts), en bewegingen en partijen als de Gouden Dageraad in Griekenland en de Nederlandse Volks-Unie (extreem rechts).

 

Kritiek 3: Ik praat Wilders’ opvattingen goed (en ben daarmee een “academische witwasser”)

1Cankaja

Antropoloog Sinan Çankaya stelt dat ik me schuldig maak aan “academisch witwassen”. Mooie term, maar dat doe ik niet. Natuurlijk staan Wilders’ opvattingen op gespannen voet met de liberale pijler van de liberale democratie. En ik ben het met Çankaya eens dat het zorgwekkend zou zijn als die opvattingen doorsijpelen in het beleid.

Maar ik denk dat dat in de praktijk mee zal vallen. En wel om drie redenen:

  1. De kans dat Wilders zoveel zetels als hij nu in de peilingen krijgt toebedeeld zal weten te verzilveren bij de volgende verkiezingen is erg klein. Zie mijn NRC-stuk voor meer onderbouwing.
  2. Hij zal geen premier worden. Daar zullen andere partijen simpelweg niet mee akkoord gaan.
  3. Als hij al gaat regeren (of gedogen) dan moet hij compromissen sluiten en zullen de scherpe kantjes van zijn plannen worden afgeschaafd.

 

Kritiek 4: De impact van Wilders is groter dan ik suggereer omdat hij andere partijen beïnvloedt

In dit stuk schrijft Peter Breedveld dat ik voorbij ga aan de invloed die Wilders uitoefent op andere partijen. Daar moet ik hem gelijk in geven. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat radicaal rechtse partijen de standpunten van middenpartijen beïnvloeden. Vooral als het om sociaal-culturele thema’s zoals immigratie of de EU gaat (zie bijvoorbeeld hier). Je ziet bijvoorbeeld dat de VVD met betrekking tot de vluchtelingencrisis richting de PVV beweegt (denk aan de nadruk op ‘versobering’ en de bijbehorende uitspraken van Zijlstra). Je zou dus kunnen stellen dat de directe impact van Wilders beperkt is, maar dat hij indirect wel degelijk invloed uitoefent die negatief uit zou kunnen pakken voor de liberale democratie.

Toch verandert dit niets aan mijn centrale punt. De indirecte impact van Wilders is namelijk afhankelijk van de opstelling van middenpartijen. Als zij onder invloed van Wilders óók standpunten gaan verkondigen die in strijd zijn met de liberale democratie zijn er inderdaad redenen voor zorgen. Het daadwerkelijke gevaar komt dan echter niet zozeer van Wilders, maar van de middenpartijen die zijn standpunten overnemen. Hiervan is vooralsnog echter geen sprake. Hoewel vooral de VVD als het gaat om sociaal-culturele thema’s naar rechts is bewogen, is deze partij zeker niet radicaal rechts. (Dit is anders in bijvoorbeeld Hongarije, zie hier).

Dit alles betekent overigens niet dat ik geen kritiek heb op de middenpartijen. In mijn stuk roep ik ze juist op om Wilders veel meer inhoudelijk weerwoord te bieden.

 

Kritiek 5: Het is ongepast het over “een zegen” te hebben

Ik heb beargumenteerd dat er een spanning bestaat tussen de opvattingen van Wilders en de liberale democratie. Maar het is belangrijk te benadrukken dat er ook positieve kanten aan de opkomst van partijen als die van Wilders zitten. Als hun opvattingen wijdverspreid raken kunnen ze een gevaar vormen voor de liberale democratie, oké, maar tegelijkertijd zorgen ze ervoor dat mensen die zich niet gehoord voelen weer betrokken raken bij het politieke proces (zie dit artikel).

Mijns inziens is het een zegen dat er een partij is die de zorgen van een aanzienlijk gedeelte van het electoraat verwoordt. Zolang die opvattingen niet anti-democratisch zijn, moeten ze geuit kunnen worden in een liberale democratie. Zelfs als sommige van die opvattingen in strijd zijn met de principes waarop diezelfde liberale democratie gebaseerd is.

 

Kritiek 6: Wilders verwoordt niet alleen de zorgen van burgers, hij creëert ze ook

1Merijn

Socioloog Merijn Oudenampsen stelt dat ik uitga van een simplistische afspiegelingsthese. Ik zou stellen dat politici de opvattingen van hun kiezers weerspiegelen en daarmee basta. Volgens Oudenampsen creëren politici de opvattingen van burgers echter ook zelf. Daar ben ik het helemaal mee eens. (En dat gebeurt op allerlei manieren. Zie bijvoorbeeld hier, hier en hier.) Maar ik zie niet hoe dat in strijd is met mijn verhaal. Natuurlijk, dat Wilders de opvattingen van kiezers beïnvloedt is geen fijn nieuws voor mensen die het oneens met hem zijn. Maar is dit meer in het algemeen niet juist wat we moeten willen in een liberale democratie? Politici die met elkaar debatteren en zo kiezers proberen te overtuigen?

Dat er ook sprake is van beïnvloeding doet volgens mij niets af aan mijn stelling dat Wilders bestaande onvrede verwoordt. Dat Wilders zelf actief bijdraagt aan de groei van zijn achterban verandert niets aan het principe dat het vanuit een liberaal-democratisch oogpunt een goede zaak is dat er een partij is die ontevreden burgers vertegenwoordigt.

 

Ten slotte

Waar veel van de kritiekpunten volgens mij op neerkomen is dat ik het gevaar zou onderschatten van de veranderingen in het politieke discours (bij partijen, media en in de kroeg) die zijn opgetreden sinds de opkomst van politici als Fortuyn en Wilders. Ik wil zeker niet ontkennen dat standpunten zijn verschoven en de manier waarop we praten over immigratie en burgerschap behoorlijk is veranderd onder invloed van radicaal rechtse partijen. Maar een ontwikkeling waar je niet blij van wordt is niet meteen een gevaar voor de liberale democratie. Ook mij bevalt de huidige toon van het debat niet. (En een heleboel andere dingen die in de politiek gebeuren trouwens ook niet.) Maar dat betekent niet dat de liberale democratie in gevaar is. Daar is wel wat meer voor nodig.

 

Beeld: Peter van der Sluijs (Eigen werk) [GFDL undefined CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

4 Comments

  1. Gerhard

    Onduidelijk in dit artikel blijft welk gevaar Wilders nu precies vormt voor de democratie. Dat hij bv wijzigingen wil in het immigratie/vreemdelingenbeleid maakt hem rechts en voor velen ongewenst, maar niet ondemocratisch. Ook zijn kritiek op het functioneren op de volksvertegenwoordiging is niet ondemocratisch, misschien is die mening juist wel heel democratisch.
    De auteur van dit stuk valt door de mand waar hij stelt dat het onwenselijk is als Wilders’ opvattingen doorsijpelen in het beleid. Ook rechtse opvattingen mogen doorsijpelen in het beleid als er een meerderheid voor is.

  2. Mihai Martoiu Ticu

    In het stuk in het NRC staat: ‘Een van de belangrijkste eigenschappen van een democratisch bestel is dat burgers hun stem kunnen laten horen als ze ontevreden zijn.’ En Wilders verwoordt deze onvrede en dit is goed, aldus jou.

    Waarom zou het goed zijn om de onvrede te verwoorden als de onvrede onterecht is? Neem een paar uitspraken van Wilders: “moslimgemeenschap…ontbreekt het fundament van vertrouwen dat noodzakelijk is om grondwettelijke rechten en vrijheden in dezelfde mate toe te kennen als aan andere groepen in Nederland die deze orde en spelregels hebben gevormd en dragen.” Dus hij verwoordt de onvrede dat iedereen gelijke rechten heeft. Nou als iemand ontevreden is dat anderen gelijke rechten hebben, waarom is het voordelig voor de democratie dat een partij zijn onvrede verwoordt? Wat heb je daaraan?

    Ik kan een aantal voorbeelden geven waar Wilders en PVV leugens vertellen. Als iemand leugens gelooft, waarom is het voordelig voor de democratie dat er een partij de leugens verwoordt?

  3. Mihai Martoiu Ticu

    In het NRC-stuk schrijf je: “Het echte probleem is niet dat Wilders gevaarlijk is, maar dat hij te makkelijk wordt weggezet als gevaarlijk.” Hier spreek je jezelf tegen. Volgens jou is het goed dat Wilders de onvrede van sommige mensen verwoordt, maar als de andere partijen mijn onvrede over Wilders verwoorden, mijn zorg dat hij democratie om zeep helpt, dat hij de mensenrechten afschaft, dat hij Nederland in een fascistisch land omtovert, dan is het volgens jou slecht dat iemand mijn onvrede verwoordt.

  4. Co

    Als je stelt dat wilders gevaarlijk is voor de democratie, kun je ook beweren dat de partijen die door de boze burgers verantwoordelijk worden gehouden voor de afbraak van de verzorgingsstaat, voor de uitzichtloze werkeloosheid van onslagen oudere werknemers, van mensen met schulden, die op straat worden gezet, van de toenemende kloof tussen arm en rijk enz, enz. een gevaar zijn voor de democratie. Het is inderdaad zo dat de onvrede in de maatschappij groeiende is en harde kantjes krijgt. Het wordt dan ook zo langzamerhand tijd dat onze politici wakker worden.Er worden via de media en allerlij forums inmiddels vele oplossingsmogelijkheden aangereikt.
    Heren politici, laat op zijn minst horen wat je er van vindt. Ga de dialoog aan met de boze burger en degenen die ideeen hebben over hoe het beter kan.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)