De partijpolitiek van privatiseringen: regeringskeuze ipv economische overmacht

2 Comments

NS en Pro-Rail, de Mexicaanse overname van KPN, de uitverkoop van NUON, de beursgang van ABN. Nieuws over privatiseringen en nationalisaties is al decennialang aan de orde van de dag. Maar wie is nu verantwoordelijk voor die privatisering? Of is privatisering economische noodzaak?

Een team Duitse onderzoekers (Obinger, Schmitt & Zohlnhöfer) deed onderzoek (paywall) naar privatisering en nationalisaties onder 100 regeringsperiodes in 20 westerse landen tussen 1980 en 2007. Dat onderzoek bewijst dat privatisering veel meer een keuze is van regeringen dan zij zelf toegeven.

Privatisering is geen noodzakelijk gevolg van globalisering, of zelf van EU-lidmaatschap. De privatisering is zelfs niet sterker geworden door het EU-lidmaatschap. Wel is in de aanloop naar de euro, na het Verdrag van Maastricht in 1992, enige jaren versterkt: verschillende EU-lidstaten moesten publieke taken privatiseren om aan de eisen van de EMU te voldoen. En ook staatsschuld bleek – net als nu – een belangrijke oorzaak van privatisering, terwijl economische groei of krimp juist weer geen significante invloed heeft.

Maar ook de samenstelling van de regering maakt gewoon een verschil. Het is een open deur, maar linkse regeringen gaan aanzienlijk minder vaak over tot privatisering dan rechtse en conservatieve regeringen. Onder druk van de Monetaire Unie in de jaren negentig werd dit verschil tussen links en rechts alleen nog maar groter. EU-lidmaatschap in bredere zin heeft het onderscheid juist verkleind.

EU-lidmaatschap heeft op zichzelf niet geleid tot privatisering, maar blijkbaar wel de (gepercipieerde) beleidsruimte dusdanig verkleind dat in de EU bijna geen verschil meer is tussen linkse en rechtse regeringen.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

2 Comments

  1. Gijs Schumacher

    “maar blijkbaar wel de (gepercipieerde) beleidsruimte”..gepercipieerd door het publiek, de elite of de onderzoekers?

  2. Tom van der Meer
    Tom van der Meer

    Niet de onderzoekers, maar volgens mij wel de elite (regeringspartijen). Waarom verdwijnen anders de verschillen tussen links en rechts alleen in de EU, terwijl het aandeel privatiseringen dat niet doet door diezelfde EU?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)