Percentage vrouwen in fractie beïnvloedt verkiezingsprogramma’s

No Comment

Over minder dan een jaar, op 15 maart 2017, vinden de volgende Tweede Kamerverkiezingen plaats. De meeste politieke partijen zijn dan ook al druk bezig met het schrijven van het programma voor deze verkiezingen. Politicologen hebben veel onderzoek gedaan naar die verkiezingsprogramma’s, vooral naar de mate waarin en in welk opzicht programma’s veranderd zijn ten opzichte van het voorgaande programma. Zo hebben onderzoekers aangetoond dat partijen hun verkiezingsprogramma aanpassen aan de veranderde voorkeuren van kiezers en in reactie op verschuivingen in de posities van andere partijen (zie dit overzichtsartikel van James [Jim] Adams, $). Een andere bevinding is dat, verrassend genoeg, regeringspartijen hun programma’s gemiddeld méér veranderen dan oppositiepartijen. Over het tot stand komen van verkiezingsprogramma’s is daarentegen nog relatief weinig bekend. Doet diversiteit binnen een fractie er bijvoorbeeld toe?

 

Sekse als indicator van diversiteit

Er is flink wat onderzoek naar zulke diversiteit. Zo is betoogd en/of aangetoond dat de mate waarin minderheden aanwezig zijn in een parlement, zogenoemde descriptive representation, invloed heeft op de mate waarin de belangen van deze minderheden behartigd worden, ofwel substantive representation. Veel van dit onderzoek kijkt naar het percentage vrouwelijke parlementariërs. Nu zijn vrouwen op zich geen minderheid – vrijwel overal is zo’n 50% van de bevolking vrouw –, maar binnen parlementen over de hele wereld zijn ze dit wel: gemiddeld ligt het percentage vrouwelijke parlementariërs rond de 20% (bron). In Nederland is 36% van de parlementariërs vrouw, met grote verschillen tussen partijen, variërend van 0% bij de SGP tot 53% bij de PvdA (bron).

 

Verwacht effect van vrouwelijke parlementariërs op verkiezingsprogramma’s

Vrouwen zijn ongeacht hun partijaffiliatie gemiddeld linkser dan zowel hun mannelijke collega’s en dan mannelijke en vrouwelijke kiezers (zie hier). Vrouwelijke parlementariërs behartigen ook eerder progressieve en feministische onderwerpen dan mannelijke parlementariërs, zelfs als ze lid zijn van een conservatieve partij. Als diversiteit – in dit geval van sekse – doorwerkt in verkiezingsprogramma’s, zijn partijen met een hoger percentage vrouwelijke parlementariërs gemiddeld genomen (1) linkser dan de programma’s van partijen met een lager percentage vrouwelijke parlementariërs en (2) besteden ze aandacht aan méér onderwerpen dan in programma’s van partijen met een lager percentage vrouwelijke parlementariërs het geval is. Is dit ook zo?

 

Ja

Zachary Greene & Diana Z. O’Brien laten in hun recent verschenen artikel in European Journal of Political Research ($) zien dat dit inderdaad zo is. Green & O’Brien hebben een unieke dataset samengesteld met daarin het percentage vrouwelijke parlementariërs binnen 110 partijen in 20 ontwikkelde democratieën tussen 1952 en 2011. Controlerend voor andere factoren zijn de verkiezingsprogramma’s van partijen met een hoger percentage vrouwen in de fractie  (1) linkser en (2) is er aandacht voor een groter aantal onderwerpen. In tegenstelling tot wat de auteurs verwachtten, waren partijen met een hoger percentage vrouwelijke parlementariërs niet eerder zogenoemde issue entrepreneur, ofwel een partij die als eerste een bepaald onderwerp opneemt in het verkiezingsprogramma.

 

Deze bevindingen tonen aan dat het percentage vrouwelijke parlementariërs binnen partijen misschien wel belangrijker is dan al werd verondersteld. De verkiezingsprogramma’s die hierdoor beïnvloed worden, vormen namelijk dé input voor regeerakkoorden. En – in tegenstelling tot wat de meeste burgers denken – wordt het merendeel van wat in een regeerakkoord staat ook echt uitgevoerd (zie hier).

 

Maar meer vrouwen maakt niet gelukkiger

Overigens maakt het percentage vrouwen in het parlement niet uit voor hoe gelukkig vrouwen (of mannen) zijn. Een opvallend gegeven is dat vrouwen vrijwel overal in de wereld gemiddeld ofwel gelukkiger zijn dan mannen, ofwel even gelukkig (zie bijvoorbeeld een studie uit 2015 van Jacqueline S. Zweig in Journal of Happiness Studies op basis van Gallup World Poll Survey uit 2009 voor 73 landen: (zie hier, $). Maar aan een hoger (of lager) percentage vrouwen in het parlement lag dit niet.

 

Afbeelding van Pixabay.

 

About the author

Barbara Vis
Hoogleraar Politieke Besluitvorming aan de afdeling Bestuurswetenschappen en Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Lid van De Jonge Akademie van de KNAW.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)