Pim, Hans en de media

1 Comment

Vandaag een gastbijdrage van Joost van Spanje, universitair hoofddocent aan de UvA. Joost werkt momenteel aan zijn Veni-onderzoek naar media-reacties op anti-immigratiepartijen. In januari begint zijn Vidi-onderzoek naar juridische reacties op anti-immigratiepartijen in hedendaags Europa.

 

Veertien jaar geleden kondigde Pim Fortuyn aan de politiek in te gaan. “Nederland is vol,” zei hij. Veel media liepen met hem weg. Hans Janmaat had eenzelfde slogan. De media verketterden hem twintig jaar lang. De verschillen in mediaberichtgeving over Fortuyn versus over Janmaat blijven opmerkelijk.

 

“Nederland is volgens [Fortuyn] vol, een kreet die jarenlang de affiches van de Centrumdemocraten heeft gesierd (…) Het staat hem natuurlijk vrij een partij op te richten (…) met de leus ‘Nederland is vol.’ Met dragers van dergelijke clubjes weten we inmiddels goed om te gaan.” Dit schreef huidig Rotterdams burgemeester Ahmed Aboutaleb in Trouw in 2001. Dat “goed om te gaan” klonk destijds nogal dreigend.

Want hoe was men omgegaan met de “drager” van de Centrumdemocraten, Hans Janmaat? Alle andere politici keken hem met de nek aan. Vrijwel elke verhuurder in het land weigerde hem een vergaderzaal. De Anne Frank Stichting infiltreerde zijn partij. Betogingen werden veelal verboden. Hij werd beboet voor weinig schokkende uitspraken. Bij een aanval van antifascisten verloor Janmaats secretaresse een been.

Een aantal organisaties steunde dit omgaan met Janmaat –voor zover niet gewelddadig. Bijvoorbeeld, als er Centrumdemocraten in een gemeenteraad werden gekozen werden er betogingen georganiseerd. De Anne Frank Stichting stuurde een informatiepakket naar gemeenten waar Centrumdemocraten in de raad waren gekozen met suggesties over hoe deze raadsleden te isoleren en uit raadscommissies te weren.

En de media? Journalist Paul Sneijder vertelde op Joop.nl dat de NOS Janmaat eens op slinkse wijze negeerde. En de VARA gaf hem “geen faire kans,” zei collega Paul Witteman in Tv-programma Het zwarte schaap. Professor Meindert Fennema (UvA) wees in Trouw op de desinteresse van journalisten voor wat Janmaat zei. “De journalisten waren altijd alleen maar geïnteresseerd (…) in wat ze er zelf van vonden.”

Media frameden Janmaats kritiek op het multiculturalisme vaak in termen van extremisme, racisme of nazisme. Enerzijds is dit niet vreemd: hij proostte eens met een Nazi en werkte soms samen met racisten. Anderzijds is zeer de vraag hoe extremistisch hij zelf was. Het mediabeeld lijkt op dit punt sterk vervormd. Hoe Elsevier hem citeerde over “joden” geeft bijvoorbeeld geen goed beeld, zo blijkt uit interviewtapes.

 

Sesamstraat

Fortuyn werd anders behandeld. Zijn aankondiging de politiek in te gaan werd breed uitgemeten. Na drie weken sprak Wim Wirtz in de Volkskrant van “fortuynisering” van de media. “Talloze bladen hebben hem geïnterviewd. Hij is niet meer van de beeldbuis weg te slaan. Pim Fortuyn is hot news.” En Ruud Verdonck grapte al na twee maanden in Trouw dat Fortuyn “alleen in (…) Sesamstraat nog niet te zien is geweest.”

Zodra de mediastorm dreigde te gaan liggen, wist Fortuyn zich slim weer in de schijnwerpers te zetten. Ofwel via toenmalig partijvoorzitter van Leefbaar Nederland Jan Nagel, ofwel zelf. Dat deed Fortuyn met provocatie –in Tv-programma De leugen regeert beweerde hij bijvoorbeeld dat journalist Job Frieszo PvdA-lid was– en met humor: “Heb ik weleens met moslims gesproken? Ik ga zelfs met ze naar bed!”

Sommige media besloten Fortuyn geen podium te bieden. Het NCRV-deel van de Netwerk-redactie bijvoorbeeld, vanwege uitspraken “met een Janmaat-achtige geur,” zoals ‘Nederland is vol,’ zei Robert ter Weijden. Zijn KRO-collega Sven Kockelmann: “Iemand om die reden doodzwijgen vind ik a-journalistiek. Je kunt hem ook niet vergelijken met Janmaat. Die had extreemrechtse, fascistoïde opvattingen.”

Niet alleen de kwantiteit verschilde; ook de kwaliteit. De aangifte tegen Fortuyn wegens discriminatie kreeg weinig aandacht. En anders dan bij Janmaat hadden journalisten wel interesse in wat Fortuyn zei. Ook toen Fortuyn in 2001 zei dat Nederland vol was. Daarna beloofde hij Nagel dat niet meer te zeggen: “Maar wel dat het in Nederland erg druk is, zelfs een beetje te druk. Dat mag ik toch wel zeggen, Jan?”

De reacties van alle spelers samen leverden grote verschillen op tussen Janmaat en Fortuyn in de media. Onderzoeker Pytrik Schafraad (UvA) vond in drie kranten van 1986 tot 2004 ongeveer viermaal zoveel “stigmatisering” in artikelen over Janmaat als over Fortuyn; zijn collega Sjoerdje van Heerden zevenmaal zoveel “demonisering” van de Centrumdemocraten als van de LPF in acht bronnen tussen 1995 en 2011.

 

Buitensporig

Vanwaar deze verschillen? Door verschil in politieke ideeën? Lastig te beoordelen in hoeverre hun ideeën uiteenliepen. In de Volkskrant beweerde Fortuyn dat er verschil was: “Janmaat (…) wilde bevorderen dat mensen een enkele reis terug kregen. Dat zult u bij mij niet zien.” Wellicht belangrijker was dat Janmaat onvoldoende duidelijk afstand nam van extremisme en faalde in het zuiveren van zijn partij van racisten.

Er zijn ook andere verklaringen. Zo verschilden Janmaat en Fortuyn in hun mediastrategie, en zijn er veranderingen geweest bij nieuwsmedia en in publieke opinie –onder andere na 9/11. Maar ondanks die verklaringen geven veel reacties te denken. Bijvoorbeeld: Janmaat werd verguisd; Fortuyn werd in 2004 juist gekozen tot ‘Grootste Nederlander aller tijden.’ Anno 2015 lijken die reacties ronduit buitensporig.

Die buitensporigheid suggereert dat we met “dragers van dergelijke clubjes” juist niet wisten om te gaan.

 

Met dank aan Meindert Fennema voor het ter beschikking stellen van een transcript van de geluidsband van het interview met Elsevier in 1994, waarin Janmaat de veelgeciteerde uitspraak over “joden als nomaden” zou hebben gedaan.

About the author

Joost van Spanje
Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de UvA.

Related Articles

1 Comment

  1. Ab de Vos

    Een reden is misschien dat de media linkser waren in de jaren 70 en 80 in samenhang met een zeker schuldbewustzijn ten aanzien van W.O. 2. Het lijkt mij soms dat in deze jaren, nadat duidelijk was geworden hoe weinig “goed” Nederland in het algemeen was geweest tijdens W.O. 2, een extreem antifascistische gevoeligheid onder opiniemakers was ontstaan. Alsof de spraakmakende generatie van toen W.O. 2 dunnetjes overdeed met Turken en Marokkanen in de rol van Joden om alsnog hun “goedheid” te bewijzen..

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)