Politicologie in het Antropoceen

No Comment

Deze zomer beslist de International Commission on Stratigraphy of de wereld sinds de Industriële Revolutie een nieuw geologisch tijdperk binnengetreden is: het Antropoceen. Dit ‘Tijdperk van de Mens’ werd gepopulariseerd door de Nederlandse klimaatwetenschapper Paul Crutzen om uit te drukken dat menselijk handelen inmiddels impact heeft op geologische schaal. Door milieuverontreiniging, ontbossing, de plastic soep in de oceanen en met name klimaatverandering kunnen we spreken van een door mensen veroorzaakte verandering in de geologische staat van de aarde.  Daarmee is er sprake van een nieuwe relatie tussen de mens en het ecosysteem op mondiale schaal, die met name na de Tweede Wereldoorlog in een stroomversnelling is gekomen.

De discussie over het Antropoceen vindt in toenemende mate weerklank in de sociale wetenschappen en het maatschappelijk debat. Het Deutsches Museum in München houdt momenteel een grote tentoonstelling Willkommen im Anthropozän, Unsere Verantwortung für die Zukunft der Erde en de Amerikaanse death metal band Cattle Decapitation heeft zich laten inspireren tot het album The Anthropocene Extinction (niet voor tere oortjes). Hoewel een google scholar zoektocht naar ‘political science in the antropocene’ nog niet heel veel oplevert wordt er wel degelijk nagedacht over de implicaties voor het vakgebied.

 

Politisering van het Antropoceen

Lövbrant et al. (2015, paywall) betogen dat het Antropoceen een inherent politiek concept is met verschillende betekenissen en mogelijke politieke uitwerkingen. In een working paper van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid bespreken Hanneke Muilwijk en Albert Faber verschillende ijkpunten die richting kunnen geven aan een politieke analyse van het Antropoceen. De stellingname van actoren ten aanzien van de verhouding tussen natuur en cultuur, de intrinsieke of instrumentele waarde van ecosystemen, de aard van technologie, en de veerkracht van ecosystemen bepalen een scala aan politieke posities. Een overkoepelende politieke vraag daarbij is of de impact van de mens op de aarde alsnog zoveel mogelijk beperkt moet worden of dat we moeten streven naar aanpassing aan de feitelijke situatie van het Antropoceen.

 

Een wijdere set politieke actoren

Naast de verschillende politieke posities wijzen diverse auteurs op de bredere set belangen die in de politieke analyse meegenomen zou moeten worden. Met het intreden van het Antropoceen ontstaan volgens Biermann nieuwe vormen van interdependentie tussen samenlevingen en tussen generaties. Nu de mens de drijvende causale kracht is van veranderingen van de aarde krijgt de vraag welke aarde we nalaten voor onze kleinkinderen een nieuwe lading in het politieke debat. Biermann: “What rights and responsibilities do present generations – and their representatives in parliament – owe to their unborn successors?”

Daarnaast geeft het causale verband tussen menselijk handelen en de ontwikkeling van het mondiale ecosysteem aanleiding om niet-menselijke actoren mee te wegen in politieke besluitvorming. Politici zouden volgens Dryzek (paywall) moeten proberen te luisteren naar de stem van niet-menselijke actoren. De Franse filosoof Bruno Latour gaat een stap verder en betoogt dat het Antropoceen nieuwe urgentie geeft aan zijn idee van een ‘parlement der dingen.’ In dit parlement komen objecten uit de natuur, wetenschap en politiek samen om democratische besluiten te nemen over de toekomst van de aarde (zie ook hier).

Het Antropoceen geeft dus een nieuw gewicht aan interessante politiek-filosofische vragen over het incorporeren van de belangen van actoren zonder stem (zowel toekomstige generaties als niet-menselijke actoren) in het politieke proces, en werpt vragen op hoe we vervolgens als politicologen deze processen kunnen analyseren.

 

Politieke instituties

Een andere stroming in het debat analyseert de implicaties voor onze politieke instituties, vaak gekoppeld aan een normatieve agenda met noodzakelijke aanpassingen.

Een grote en prominente onderzoeksgroep heeft zich geformeerd onder de noemer ‘earth system governance’ (zie hier en hier, paywall). Deze groep wijst op grenzen aan het mondiale ecosysteem die mensen moeten respecteren om instabiliteit en crisis van het systeem te voorkomen (zie hier, paywall). De mondiale ‘governance’ architectuur zou daarom systematisch aangepast moeten worden om te zorgen dat we binnen de grenzen blijven. Er wordt wel gesproken van een ‘constitutional moment’ vergelijkbaar met de systeemverandering die de oprichting van het Bretton Woods stelsel in de nasleep van de Grote Depressie en Tweede Wereldoorlog inhield. De onderzoeksagenda van deze groep richt zich daarom op het versterken van mondiale instituties zoals het UNEP, het integreren van duurzaamheid in economisch beleid en het vergroten van de effectiviteit van internationale besluitvorming. Daarnaast roept earth system governance ook nieuwe vragen rond accountability en legitimiteit op.

De hierboven al genoemde Dryzek bekritiseert de earth system governance benadering. Hij betoogt dat het Antropoceen niet vraagt om een constitutional moment, maar om politieke instituties die in staat zijn zichzelf te veranderen na reflectie op hun resultaten. Een bescheiden voorbeeld zou de aanpassing van de systematiek van klimaatonderhandelingen van top-down naar bottom-up die plaatsvond in de aanloop naar de klimaattop in Parijs zijn. De benadering van een mondiaal plafond en daarmee uitstootquota voor naties faalde om een akkoord te produceren, waarop de Fransen kozen voor een benadering van nationale beloftes van uitstootreductie om tot een akkoord te komen. Dryzek’s normatieve agenda is echter fundamenteler: politieke instituties zouden moeten reflecteren op de veerkracht van sociaal-ecologische systemen en op die manier binnen de planetaire grenzen blijven. Dryzek betoogt dat dit enkel succesvol kan werken als er een deliberatief proces met burgers plaatsvindt, waarin ook fundamentele menselijke waarden worden heroverwogen vanuit het oogpunt van verwevenheid met ecologische processen. De werking van dit soort deliberatieve en reflexieve processen vraagt om verder onderzoek.

 

De onderzoeksagenda

Al met al roept het Antropoceen dus allerlei fundamentele en praktische onderzoeksvragen op voor de Politicologie. Centraal daarbij staan (1) nieuwe vormen van democratisch debat waarin ook actoren zonder stem betrokken worden en (2) politieke instituties die in staat zijn om te gaan met de uitdagingen van het Antropoceen. De Faculteit Theologie van de VU heeft recent een research fellow benoemd die de implicaties van het Antropoceen voor hun vakgebied gaat onderzoeken. Welke afdeling Politicologie volgt dit goede voorbeeld?

 

About the author

Jasper Blom
Jasper Blom is politiek-econoom aan de Universiteit Leiden en wetenschappelijk directeur van GroenLinks.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)