Progressief xenofoob: een contradictio in terminis?

No Comment

Radicaal-rechtse populistische partijen nemen standpunten in die te typeren zijn als xenofoob. In Nederland geldt dit bijvoorbeeld voor de PVV en (in iets mindere mate) voor de LPF. Regelmatig worden deze partijen daarom als conservatief geclassificeerd. Dat is niet geheel terecht aangezien ze op andere vlakken soms juist zeer progressieve standpunten innemen. Zo zijn sommige radicaal-rechtse populistische partijen zeer sterke voorvechters van bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting en de rechten van vrouwen en homoseksuelen.

Een belangrijke vraag is of hun kiezers dit ook belangrijke thema’s vinden. Veel onderzoek heeft al aangetoond dat mensen op deze partijen stemmen vanwege hun anti-immigratiestandpunten en omdat ze ontevreden zijn met het functioneren van de politiek. Maar kiezen ze ook voor populistisch radicaal-rechts omdat ze progressief zijn op andere vlakken? De socioloog Willem de Koster en zijn Rotterdamse collega’s hebben onderzoek gedaan naar precies deze vraag (zie hier, paywall).

De onderzoekers stellen twee hypothesen op. De eerste is dat progressieve mensen eerder geneigd zijn op de PVV te stemmen. Het gaat hier dus om alle progressieve mensen. De tweede hypothese is dat alleen bij mensen met etnocentrische attitudes progressieve ideeën zullen leiden tot een stem op de PVV. Dit zou het geval kunnen zijn vanwege twee redenen. Ten eerste zullen veel mensen met etnocentrische ideeën niet willen worden gezien als bekrompen racisten. De progressieve opvattingen van radicaal-rechtse populisten bieden hen een maatschappelijk geaccepteerde reden om toch op hen te stemmen. Ten tweede koppelen radicaal-rechtse populisten hun opvattingen over de vrijheid van meningsuiting en de gelijkheid tussen mannen en vrouwen aan hun etnocentrische standpunten om zo immigranten – die worden geassocieerd met conservatieve opvattingen – buiten te sluiten.

De eerste hypothese blijkt te moeten worden verworpen. Mensen stemmen niet op de PVV vanwege hun opvattingen met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting en homorechten, maar vanwege hun ideeën over migratie en integratie. De tweede hypothese wordt wel bevestigd. Maar alleen wanneer het gaat om de vrijheid van meningsuiting. Voor mensen met etnocentrische opvattingen zijn ideeën over de vrijheid van meningsuiting van invloed op hun stemkeuze: hoe progressiever hun ideeën, hoe eerder ze op de PVV zullen stemmen. Maar voor mensen zonder etnocentrische opvattingen geldt het tegenovergestelde: hoe progressiever, hoe minder snel ze op de PVV zullen stemmen.

De vraag is nu: geldt dit ook voor mensen in andere landen die op radicaal-rechtse populistische partijen stemmen? Of is het progressieve Nederland een uitzonderingsgeval? Wie het weet mag het zeggen!

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)