PS2015: Welke coalitie dan wel? De hamvraag die niet gesteld wordt

No Comment

Wie het eerste verkiezingsdebat van PS2015 heeft gekeken, heeft gemerkt dat de campagne niet gaat over provinciale maar over nationale onderwerpen. En niet in de laatste plaats om de vraag of Rutte II – gesteund door VVD, PvdA en de ‘Constructieve 3’ – zijn meerderheid in de Eerste Kamer zal behouden. Met een schuin oog op de peilingen concludeerden onder meer Brinkman (CDA), Kox (SP) en Faber (PVV) dat kiezers de verkiezingen van de Provinciale Staten gebruiken om af te rekenen met de zittende regering. Dat heet dan een ‘duidelijk signaal van de kiezer’.

Maar als de verkiezingen dan inderdaad genationaliseerd zijn, is het merkwaardig dat de werkelijke hamvraag dan niet wordt gesteld. Die hamvraag luidt: Wat dan wel?

Als Rutte II zou vallen, welk alternatief willen de oppositiepartijen dan bieden? Laten we even kijken naar de alternatieven.

 

Tweede Kamer

Wat vaak wordt vergeten, is dat in 2012 elke realistische coalitie deelname van zowel PvdA als VVD vereiste. Andere coalities waren inhoudelijk onmogelijk – zo stond de PVV stond na de val van Rutte I buitenspel – of vereisten minstens 4 partijen om alleen al in de Tweede Kamer een meerderheid te halen.

Ook na eventuele nieuwe verkiezingen zou dat niet zomaar veranderen. De vorige verkiezingen hebben laten zien dat er in de laatste weken nog een flinke rally kan ontstaan tussen de grootste partijen om de kleur van de premier en de coalitie te bepalen (hoewel dat in de praktijk meestal leidt tot een coalitie tussen die twee partijen die in verkiezingstijd zulke rivalen waren). De uitslag is dus eigenlijk niet te voorspellen. Wel zien we dat er zes middelgrote partijen zijn die elk nog zouden kunnen pieken.

Uitgaande van de huidige Peilingwijzer voor de Tweede Kamer zijn er zeker vier partijen nodig voor een meerderheidscoalitie in de Tweede Kamer. De drie grootste partijen (PVV, D66, VVD) halen samen in een puntschatting precies 75 zetels (foutmarge van enkele zetels naar beide kanten). D66-VVD-CDA komt momenteel nog zeker 8 zetels tekort – 8 zetels die niet bij één van de kleintjes gehaald kunnen worden omdat die allemaal lager scoren. Een brede coalitie tussen (D66-VVD-CDA-PvdA) zou het wel reden, maar riekt op langere termijn naar electorale zelfmoord.

 

Eerste Kamer

Een meerderheid in de Eerste Kamer valt evenmin makkelijk te behalen. De meest recente Peilingwijzer voor PS2015 geeft geen meerderheid aan de coalitie en gedogers. Elk alternatief vereist minstens vier partijen. Zelfs de drie grootst gepeilde partijen (CDA, D66, PVV) zouden gezamenlijk slechts zo’n 36 zetels halen (nog afgezien van de inhoudelijke en historische redenen waarom deze drie niet snel samen zullen regeren). De in de wandelgangen genoemde volgende coalitie CDA-D66-VVD haalt op basis van deze peilingen evenmin een meerderheid (samen zo’n 35 zetels). De vijf linkse partijen (SP, GL, PvdD, PvdA, CU) hebben zelfs in een monstercoalitie met CDA of D66 niet voldoende zetels. De ‘traditionele drie’ halen in de Peilingwijzer slechts 30 zetels (40%). Een hoefijzer-coalitie tussen SP en PVV komt slechts tot 22 zetels (30%).

Kortom, als zij menen dat het huidige kabinet inderdaad aan zijn eind is: wat willen oppositiepartijen als CDA, PVV, en SP dan wel?

 

Oorzaken van het probleem

Er zijn verschillende redenen waarom het zo moeilijk is geworden om stabiele coalities te sluiten die meerderheden halen in beide kamers van het parlement. Deels ligt dit aan de kiezer. Die is namelijk volatieler geworden in zijn stemgedrag. Regeren is electoraal steeds riskanter geworden: de costs of government zijn afgelopen de afgelopen decennia flink gestegen. De erosie van de grote partijen heeft zo hard doorgezet dat we inmiddels zes middelgrote partijen hebben.

Deels ligt het ook aan de politieke constellatie. Het CDA is sinds de jaren tachtig geleidelijk uit het politieke midden weggetrokken. Daarmee heeft de partij hun sterke onderhandelingspositie opgegeven: zij konden lange tijd bepalen of er met links of met rechts geregeerd zou worden. Het CDA was immers nodig voor elke ideologisch gesloten coalitie op sociaaleconomisch gebied. Dat is nu niet langer het geval.

 

Oplossing: pre-electorale coalitie

We kunnen dus moeilijk volhouden dat de kiezer een duidelijk signaal geeft, omdat de kiezer simpelweg niet bestaat. De afrekencultuur, de toegenomen volatiliteit, proportionele vertegenwoordiging, en een tweekamerstelsel zijn gezamenlijk een recept voor instabiele verhoudingen.

Toch staan politici niet geheel machteloos. Ze kunnen (voor de verkiezingen) pre-electorale coalities sluiten: aangeven welke meerderheidscoalitie hun voorkeur heeft. De kiezer kan nog altijd stemmen op de partij van eigen voorkeur, maar weet meteen welke partijen in de package deal zouden zitten als er geregeerd mag worden.

Laat partijen zich dus niet alleen uitspreken over hun standpunt over het huidige kabinet, maar ook over alternatieve meerderheidscoalities. Voor welke coalitie zal het CDA zich inspannen als Rutte II inderdaad zou vallen? Naar welke coalitie streven PVV en SP? Als politici de kiezer serieus nemen bewaren ze dit soort vragen niet langer voor na de verkiezingen.

Ondanks alle verkiezingsretoriek is Nederland een land van politieke minderheden. Dat schuurt met de toenemende cultuur van afrekening.

About the author

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)