PvdA-boycot PVV-voorstellen stelt praktisch niet zoveel voor

3 Comments

Deze bijdrage is samen geschreven met Simon Otjes, onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen.

De PvdA kondigde vorige week aan om voortaan tegen alle PVV-voorstellen te stemmen, of ze het er nu inhoudelijk mee eens was of niet. Is dit stoere taal? Is er sprake van een cordon sanitaire? Misschien beide niet echt, want regeringspartijen zijn doorgaans niet zo happig op het steunen van oppositiemoties.

Sinds het aantreden van Rutte-II steunde de PvdA minder dan 10% van de moties en amendementen waarvan de PVV eerste indiener was. Gedurende het vorige kabinet, toen de PvdA in de oppositie zat en de PVV gedoogpartner was, lag dit percentage nog rond de 30%. Het lage percentage is echter niet uitzonderlijk: gedurende Balkenende-IV, toen de PvdA ook meeregeerde en de PVV in de oppositie zat, stemde de partij ook al nauwelijks voor PVV-voorstellen.

 

StemVoorPVVVoorstellen-VVD-PvdA

 

Kijken we naar de VVD, dan zien we juist dat deze partij tijdens Balkenende-IV (toen zowel VVD als PVV in de oppositie zat) relatief vaak voor PVV-voorstellen stemde (tussen de 30 en 40%). Toen de partijen samenwerkten in Rutte-I stemde de VVD ongeveer even vaak voor PVV moties als de PvdA. Sinds het aantreden van Rutte-II is de steun sterk achteruit gegaan en stemt de VVD nauwelijks nog met de PVV mee.

Hieruit komt dus het beeld naar voren: regeringspartijen stemmen nauwelijks met oppositievoorstellen mee. Andersom geldt dat veel minder: regeringsmoties- en amendementen weten wel geregeld steun te vinden van oppositiepartijen, juist omdat die voorstellen kansrijk zijn.

In de praktijk betekent de boycot door de PvdA dat het percentage PVV-voorstellen moties dat ze zou steunen van iets minder dan 10% naar 0% gaat.

 

StemVoorSPVoorstellen-VVD-PvdA

 

Ter vergelijking kijken we naar de SP-voorstellen. Vooral de mate waarin de PvdA die steunt, is treffend: zit de PvdA in de regering, dan krijgen die moties maar in zo’n 20% van de gevallen steun. In de oppositie steunde de PvdA deze moties in zo’n 70% van de gevallen.

De VVD steunde SP-moties ook in de oppositie al niet erg vaak (20 tot 30%), maar die steun daalde nog verder toen de VVD in de tweede helft van 2010 weer in de regering plaatsnam. Steun voor moties is dus niet alleen gebaseerd op de tegenstelling tussen oppositie en coalitie; politieke voorkeur speelt zeker een rol. Maar regeringspartijen zullen vaak tegen moties stemmen die ze als oppositiepartij wellicht wél gesteund hadden.

Zo spannend is de PvdA-stellingname tegen de PVV dus ook weer niet. Men stemde al weinig met de PVV mee: als centrum-linkse regeringspartij staat de partij ver van de rechtse oppositiepartij PVV af.

Los daarvan staat natuurlijk de discussie of het principieel verstandig is om de voorstellen van een partij te boycotten, zelfs al ben je het ermee eens. En qua beeldvorming heeft het ook risico’s. Als Wilders een beetje creatief is, dient hij het hele PvdA-verkiezingsprogramma in de vorm van vele losse moties in om de PvdA te ‘dwingen’ daar tegen te stemmen. Op die manier wordt het parlementaire werk een grote publiciteitsstunt. Daar is, behalve Wilders, eigenlijk niemand mee gediend.

 

Technische toelichting

Bovenstaande analyse van de stemmingen over moties en amendementen is gebaseerd op de periode vanaf begin 2007 (eerste volledige kwartaal met PVV) tot en met eind 2013 (laatste volledige kwartaal waarvoor data beschikbaar is). De gebruikte datum is de datum waarop er over het voorstel is gestemd.

Het gaat hier om voorstellen die uiteindelijk in stemming zijn gebracht; dit is ontleend aan de Handelingen, zoals gepubliceerd op Officiële Bekendmakingen (OB). Voor het derde kwartaal in 2009 ontbreekt een aantal Handelingen in OB, waardoor er uit dat kwartaal geen stemmingen over voorstellen beschikbaar zijn.

Uit de Kamerstukken op Officiële Bekendmakingen is vervolgens met behulp van een computerprogramma informatie over de indieners en stemgedrag van partijen gehaald. Omdat deze omzetting automatisch is, kunnen er kleine foutjes optreden, die het algemene beeld overigens nauwelijks zullen verstoren.

Voor de gegevens over het meestemmen met PVV- en SP-moties is alleen gekeken naar moties waarvan de PVV c.q. SP de eerste ondertekenaar was. Het beeld blijft overigens vergelijkbaar als we naar alle voorstellen kijken waarvan de PVV/SP mede-ondertekenaar was, al zijn de percentages iets hoger.

About the author

Tom Louwerse
Tom Louwerse is universitair docent politicologie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op politieke representatie, parlementair gedrag, verkiezingen, peilingen en stemhulpen.

Related Articles

3 Comments

  1. Armen Hakhverdian
    Armen Hakhverdian

    Mooie analyse, heren, maar is te achterhalen waar die 10% gesteunde PVV-voorstellen door de PvdA dan uit bestaat? Zit er een patroon in qua onderwerpen?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)