Rechtspopulistische partijen als ‘Männerparteien’?

2 Comments

Hier volgt een gastbijdrage van Niels Spierings, universitair docent (gender- en politieke) sociologie aan de Radboud Universiteit (Twitter | Facebook).

Met het vormen van een Europese fractie wordt duidelijker dan ooit dat populistisch radicaal-rechtse (PRR) partijen zoals de Partij voor de Vrijheid, Front National, Freiheitliche Partei Österreichs, Lega Nord en Vlaams Belang een partijfamilie vormen. Tegelijkertijd verschillen deze partijen op bepaalde punten nogal van elkaar. Die spanning is bijvoorbeeld zichtbaar in de positie die deze Männerparteien (in de woorden van Cas Mudde) innemen ten aanzien van emancipatie, genderissues en vrouwen. Dit blijkt uit een recente editie van Patterns of Prejudice die ik met Andrej Zaslove samenstelde. Hieronder volgen vier van de belangrijkste conclusies.

De PVV en haar zusterpartijen relatief ‘mannelijk’

De bijdragen van De Lange & Mügge en Akkerman tonen dat het familiebeleid van de PRR partijen in West- en Noord-Europa traditioneel is: de nadruk ligt op hoe mannen en vrouwen complementair zijn en hun eigen rollen hebben in de maatschappij, waarbij vrouwen primair moeders, huisvrouwen en (mantel)zorgers zijn. Soms is het standpunt modern-traditioneel, zoals bij het Vlaams Belang dat vrouwen meer ruimte wil geven voor het combineren van werk en kinderen zodat werk niet ten koste hoeft te gaan van de moederschapsrol. De FPÖ daarentegen gaat meer neotraditioneel te werk met financiële prikkels die moeders juist vooral thuis zouden moeten houden. Echter, elk van de onderzochte partijen was meer traditioneel dan de leidende conservatieve partijen, zoals de Christendemocraten. (De PVV maakte overigens geen statements in hun partijprogramma’s. Misschien vormt zij de uitzondering.)

Wat betreft electorale steun laten Harteveld c.s. zien dat mannen gemiddeld wat positievere staan tegenover de PRR partijen. Spierings en Zaslowe bevestigen dit en tonen dat in elk van de door hen onderzochte landen de PRR partij één van de twee partijen is die het meeste stemmen van mannen ontvangt (zie Figuur 1). In Frankrijk en Noorwegen komt 60% van hun stemmen van mannen, meer dan bij hun rivalen. In Nederlands is er ook maar één grotere partij die minder stemmen van vrouwen lijkt te trekken dan de PVV.

 

Spierings

Figuur 1: percentage stemmen van vrouwen en mannen per partij per land.

 

Tenslotte zijn er slechts drie vrouwen die de laatste decennia een PRR partij geleid hebben: Siv Jensen, Marine Le Pen en Pia Kjærsgaard. Merets studie naar de Deense Kjærsgaard toont dat zij wel degelijk haar vrouw-zijn politiek inzette, maar dat ze een beeld overeind hield van moederschap en anti-feminisme. Kortom, het label Männerparteien is niet geheel uit de lucht gegrepen.

 

De politiek relatief ‘mannelijk’

PRR partijen mogen dan gemiddeld genomen wat ‘mannelijker’ zijn dan andere partijen, het verschil is toch beperkt. Wat betreft leiderschap zijn er überhaupt maar weinig politieke partijen met vrouwelijke leiders. Wat betreft hun electorale aanhang bevinden de PRR partijen zich aan het einde van de schaal maar zijn ze geen extreme buitenbeentjes (zie nogmaals figuur Figuur 1). De politieke programma’s lijken het meest verschillend van de andere traditionele partijen. Maar zowel Akkerman als De Lange en Mügge laten zien dat het conservatief familiebeleid steeds minder prominent is in de partijprogramma’s en het profiel van de partijen.

De PRR partijen zijn dus relatief mannelijk, net als grote delen van de politiek. Mede op basis van een vergelijking met Latijns-Amerika van Mudde & Kaltwasser kunnen we stellen dat de partijen zich grotendeels conformeren aan de heersende politieke cultuur. Een populistische partij in Europa lijkt meer op een niet-populistische partij in Europa dan op een populistische partij in Latijns-Amerika.

 

Islam en een valse emancipatieagenda?

Modern- of neotraditioneel, zodra migratie en Islam in beeld komen, verworden de PRR partijen zelfbenoemde voorvechters ter bescherming van verworven rechten. Zoals Akkerman bespreekt, wordt een liberale gelijkheidsretoriek gecombineerd met restrictief beleid zoals verboden op hoofddoekjes. De Lange en Mügge laten tevens zien dat deze retoriek sterk is geïslamiseerd. ‘Migratie = Islam’ en ‘Islam = in strijd met Westerse seksegelijkheid’, zo luidt de PRR-redenering. Seksegelijkheid wordt voornamelijk aangewend voor de anti-migratieagenda en lijkt weinig intrinsieke waarde te krijgen.

Harteveld c.s. en Spierings en Zaslove tonen ook dat dit opkomen voor ‘onderdrukte migranten- en moslimvrouwen’ zich niet vertaalt in het mobiliseren onder vrouwen of mensen die meer pro seksegelijkheid zijn. De PRR partijen en hun kiezers lijken zich niet zo zeer te bekommeren om de positie van moslima’s en migrantenvrouwen (de ‘Hirsi Ali’-positie), maar des te meer om de bedreiging van ‘de Westerse beschaving’ (de Wilders-positie).

 

De homosplit

De liberale retoriek strekt zich ook uit tot LHBT-issues, maar dan exclusief in Noord Europa (Denemarken, Nederland, Noorwegen en/of Zweden). Zo omvat de anti-islamretoriek van de PVV en Dansk Folksparti directe verwijzingen naar de bescherming van LHBT-mensen tegen intolerantie en discriminatie. Zo maande een woordvoerder van de DF moslims te accepteren dat homoseksualiteit op brede steun kan rekenen in Denemarken, aldus Akkerman. Tegelijkertijd is de partij zelf tegenstander van de openstelling van het burgerlijk huwelijk.

Voor Noorwegen en Zweden vonden Spiering en Zaslove tevens dat kiezers die pro-LHBT en anti-immigratie waren een disproportioneel grote kans hadden om op de PRR partij te stemmen. De Sverigedemokraterna riepen homo’s ook actief op om op hen te stemmen omdat ze anti-islam zijn. In Frankrijk daarentegen stond Marine Le Pen vorig jaar nog te demonstreren tegen meer LHBT-vriendelijk familiebeleid.

 

PRR partijen: de emancipatiespreekbuis van het volk?

Ondanks de substantiële verschillen tussen de PRR partijen, al dan niet verenigd in de EP-fractie ‘Europa van Naties en Vrijheden’, is er wat betreft emancipatie, gender en vrouwenissues behoorlijke coherentie. Dit onderscheidt de partijen zelfs van andere partijfamilies. De kern ligt in een traditionele visie op de rolverdeling tussen mannen en vrouwen, een liberale retoriek met restrictieve maatregelen richting migranten- en Moslimvrouwen, en een oververtegenwoordiging van mannen onder kiezers.

Het meeste controversiële prominente issue is de positie van LHBT-mensen: is homoseksualiteit een bedreiging van het traditionele familieleven of is het een teken van de modernisering die de Islam ontbeert? Maar de emancipatiepositie die de partijen innemen blijft ondergeschikt aan – en dus uitruilbaar voor – hun hoofdideologie: antimigratie en anti-islam. Wilders presenteerde de EP-fractie dan ook met nadruk op de strijd tegen de islamisering van Europa.

Misschien wel het meest opvallende is dat de geluiden en gedragingen van de PVV en consorten lijken – dit hebben we niet expliciet onderzocht – te resoneren met wat ‘de gewone man’ vindt van emancipatie en gelijkheid. De PRR partijen zijn wellicht veel meer de spreekbuis van de Europese onderbuik die schuilt achter de oppervlakkige en sociaal wenselijke steun voor seksegelijkheid die in veel enquêtes gemeten wordt.

About the author

Related Articles

2 Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)