Stemmen winnen met Twitter

No Comment

Hier volgt een gastbijdrage van Kristof Jacobs, universitair docent in de politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Op 26 augustus 2013 werd voor het eerst een vrouw lijsttrekker van de strengreligieuze partij SGP.  Eén van haar eerste acties als kandidaat-lijsttrekker was om – met de hulp van haar kinderen – een Twitter-account op te zetten.  Het toont aan hoe belangrijk Nederlandse partijen en kandidaten (zelfs conservatieve) Twitter vinden. Partijen geloven blijkbaar dat Twitter noodzakelijk is om de verkiezingen te winnen (of op zijn minst niet te verliezen).

Met de lokale en Europese verkiezingen in het vooruitzicht lijken de partijen alvast volop in de weer om lokale kandidaten op te leiden in sociale media om uitschuivers (of ‘Boekestijntjes’ zoals ze bij een bepaalde partij genoemd worden) te vermijden en zoveel mogelijk positieve aandacht te trekken. Het toeval wil dat er net de voorbije dagen enkele studies over de impact van Twitter op voorkeurstemmen verschenen.

 

En, is Twitter de heilige graal?

Nou, Twitter is niet de heilige graal waar je verkiezingen mee wint of verliest. Langs de andere kant, het lijkt wel degelijk iets op te leveren qua voorkeurstemmen. Niels Spierings en ik keken in recent gepubliceerd onderzoek (zie hier) voornamelijk naar een zogenaamd interactie-effect: de combinatie van Twitter-gebruik en een relatief groot aantal followers.  Geloof me, er waren wel degelijk Twitter-verslaafden die bijvoorbeeld 8 tweets per dag stuurden naar hun 100 volgers. Dat helpt natuurlijk niet echt.

Omgekeerd waren er ook zogenaamde ‘Twitter-zombies’, mensen die wel een account hebben maar er eigenlijk niets mee doen. Halbe Zijlstra is daar een mooi voorbeeld van. Zijn meer dan 11.000 volgers hebben sinds 1 maart 2011 niets meer van hem gehoord en ook Edith Schippers is niet bepaald actief te noemen op Twitter. Beide politici hebben natuurlijk wel een Twitter-account en veel volgers, maar geheel terecht gelooft natuurlijk niemand dat Twitter de reden is van hun hoge aantal voorkeurstemmen: er zijn namelijk andere redenen waarom zij zowel veel volgers hebben als veel stemmen halen. Het interactie-effect houdt met beide zaken rekening en daarnaast controleerden we natuurlijk voor allerlei andere mogelijke verklaringen. En jawel, het effect blijkt significant. Gemiddeld genomen – er zijn altijd uitzonderingen – lijkt Twitter-gebruik een bescheiden bonus op te leveren.

 

Sceptisch over Twitter

Als je onderzoek doet naar Twitter krijg je altijd te maken met mensen die zeer sceptisch zijn. Allereerst zou men kunnen opwerpen dat het hier misschien om een geïsoleerde toevalstreffer gaat. Dat blijkt niet het geval te zijn.  Ook andere onderzoekers vonden voor de Nederlandse verkiezingen van 2010 (zie hier) een significant Twitter-effect. En ook in een compleet ander kiesstelsel (Australië) werd een effect gevonden (zie hier).

Een tweede kritiek is dat je niet aan significantiefetisjisme moet doen en ook moet kijken naar het aantal extra stemmen dat het oplevert. Je zou tot slot ook kunnen zeggen dat Twitter alleen maar een meerwaarde heeft als slechts enkele politici het gebruiken. In een ander paper, waar de analyses ook net gepubliceerd zijn (zie hier, jawel in het Nederlands) hebben we dit onderzocht.


Noot: (1) Op de y-as staat het aantal stemmen dat gewonnen wordt. Op de x-as is het aantal Tweets weergegeven. Bij enkele punten duiden we ook hoeveel kandidaten zoveel of minder berichten plaatsen. Bijvoorbeeld, 75% van de kandidaten plaatst 5 of minder Tweets per dag, 88% 10 of minder (en dus 8% tussen de 5 en 10 berichten per dag). De as eindigt bij 24 berichten per dag (ofwel, 1 per uur) en 95% van de kandidaten vallen binnen deze grens. (2) Om de figuur overzichtelijk te houden hebben we de impact van het aantal Tweets voor een beperkt aantal volgeraantallen uitgerekend. Wederom is daar het cumulatieve percentage kandidaten met dat aantal volgers of minder bijgegeven. ‘ns’ staat voor niet significant. Bron: Jacobs & Spierings, 2014.

Noot: (1) Op de y-as staat het aantal stemmen dat gewonnen wordt. Op de x-as is het aantal Tweets weergegeven. Bij enkele punten duiden we ook hoeveel kandidaten zoveel of minder berichten plaatsen. Bijvoorbeeld, 75% van de kandidaten plaatst 5 of minder Tweets per dag, 88% 10 of minder (en dus 8% tussen de 5 en 10 berichten per dag). De as eindigt bij 24 berichten per dag (ofwel, 1 per uur) en 95% van de kandidaten vallen binnen deze grens. (2) Om de figuur overzichtelijk te houden hebben we de impact van het aantal Tweets voor een beperkt aantal volgeraantallen uitgerekend. Wederom is daar het cumulatieve percentage kandidaten met dat aantal volgers of minder bijgegeven. ‘ns’ staat voor niet significant. Bron: Jacobs & Spierings, 2014.

 

Ook voor 2012 vinden we een (bescheiden) effect. Het effect wordt significant vanaf zo’n 1.500 volgers. Voor een kandidaat met 2.000 volgers komt onze analyse tot een gemiddelde van bijna 500 stemmen winst als de kandidaat elk uur tweet. Het zal duidelijk zijn dat Twitter niet de gans met de gouden eieren is. Aan de andere kant kan Twitter wel onderdeel zijn van een bredere campagne en dan zijn 500 extra voorkeurstemmen een aardige bijdrage aan de ongeveer 15.700 voorkeurstemmen die nodig zijn voor een voorkeurszetel. Daarbij moeten we ons tevens realiseren dat bij kwalitatief hoogstaand of inspirerend gebruik van Twitter de winst hoger zal liggen dat het gemiddelde wat dit model voorspelt.

 

Wat betekent dit nu voor de gemeenteraadsverkiezingen?

Bij de raadsverkiezingen ligt het aantal followers vaak veel lager. Levert Twitter daar dan niets op? Dat is niet noodzakelijk het geval: op lokaal niveau zijn er maar weinig alternatieve informatiekanalen. Je kan als kiezer niet zomaar al je informatie over een partij of kandidaat halen uit een groot televisiedebat. Het zou dus best kunnen dat Twitter-contact op lokaal niveau veel effectiever is. Maar dan is het natuurlijk belangrijk dat de kandidaten ‘goed’ twitteren en geen knullige of geforceerde berichtjes de wereld in sturen.

Uit interviews die ik hield met campagneadviseurs van verschillende partijen blijkt alvast dat zij sinds 2010 veel professioneler zijn geworden. Zo hebben de meeste partijen Twitter-richtlijnen of op zijn minst lijstjes met do’s en don’ts. Bovendien wordt er vanuit de landelijke partijhoofdkwartieren behoorlijk wat tijd, geld en energie geïnvesteerd  in het professionaliseren van de lokale campagneteams. Ik verwacht dan ook dat Twitter in de grotere steden best wel eens effectief zou kunnen zijn.

About the author

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)