Stockholmsyndroom? Steun voor de euro nauwelijks aangetast door de crisis

No Comment

De economische crisis – inmiddels een parapluterm voor eerst de kredietcrisis van 2007, vervolgens de schuldencrisis van 2009 – heeft grote invloed gehad op allerlei aspecten van publieke opinie. Politiek vertrouwen en aanverwante houdingen zoals tevredenheid met de democratie hebben zonder meer een al dan niet tijdelijke deuk opgelopen door de crisis. Vertrouwen in de Europese Unie is gekelderd, hoewel diezelfde EU in tweederde van de lidstaten nog steeds meer vertrouwen geniet dan het nationale parlement en de regering. Maar hoe zit het met gevoelens jegens de euro, vooralsnog het sluitstuk van ruim een halve eeuw Europese integratie? Voor de één belichaamt de euro alles wat fout is aan het Europese project en vormt de gemeenschappelijke munt juist één van de oorzaken van de schuldencrisis, voor de ander is het een baken in de nacht zonder welke we nog veel harder door de crisis waren getroffen.

In de recent uitgebrachte bundel Mass Politics in Tough Times onderzoekt een team van vooraanstaande politicologen de reacties van het publiek op de Great Recession. Sara Hobolt en Patrick Leblond gaan specifiek in op attitudes ten opzichte van de euro voor en tijdens de financiële crisis. Je zou op voorhand denken dat de euro als kop van Jut zou fungeren voor de economische puinhoop van de afgelopen jaren, maar niets is minder waar.

 

Publieke opinie over de euro

Hobolt en Leblond brengen steun voor de euro in kaart voor vier groepen landen:

  1. GIIPS: Griekenland, Ierland, Italië, Portugal en Spanje, “the politically correct version of the malicious ‘PIIGS’ moniker that has often been used to identify these countries” (p. 131-132). Deze groep is het hardst getroffen door de schuldencrisis.
  2. Eurozone (zonder GIIPS).
  3. Euro opt-outs: Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Dit zijn landen die voldoen aan de criteria om de euro in te voeren. In Denemarken en Zweden waren nationale regeringen veelal voor invoering van de euro maar dit stuitte op weerstand in referenda in 2000 en 2003. Gezien het huidige Britse opinieklimaat zal alleen een masochistische regering vragen om een referendum over invoering van de euro…
  4. Euro hopefuls: de overige EU-lidstaten. Deze landen zullen officieel toetreden wanneer zij hebben voldaan aan de EU-convergentiecriteria.

De onderstaande figuur laat zien hoe steun voor de euro zich heeft ontwikkeld in deze vier groepen landen vanaf 1999 tot nu (zie p. 122 van de laatste Eurobarometer voor cijfers per land). De stabiliteit van publieke opinie in de eurozone, zowel met als zonder de GIIPS-landen, is ronduit verrassend te noemen. Met name in de GIIPS-landen lijkt van een dalende steun voor de euro geen sprake. In de overige landen van de eurozone is er een lichte daling, maar zelfs op het hoogtepunt van de eurocrisis sprak een ruime meerderheid haar steun uit voor de gemeenschappelijke munt.

 

hoboltleblond

(Bron: Hobolt en Leblond 2013. Geplaatst met toestemming van de auteurs.)

 

Het beeld buiten de eurozone is radicaal anders. Niet alleen lag steun voor de euro daar sowieso al lager, maar we zien ook dat sinds het uitbreken van de crisis met name de Euro opt-outs steeds minder vertrouwen hebben gekregen in de euro. De dalende populariteit van de euro onder Euro hopefuls is eigenlijk al ruim voor de schuldencrisis ingezet.

 

Stockholmsyndroom

Nu rijst onmiddellijk de vraag waarom steun voor de euro binnen de eurozone zo stabiel is gebleven in deze roerige jaren. Is er sprake van een collectieve vorm van het Stockholmsyndroom, dat burgers tegen beter weten in sympathie gaan koesteren voor hun monetaire gijzelnemer?

Volgens Hobolt en Leblond speelt het politieke establishment uiteindelijk een belangrijke rol. Zowel in de GIIPS-landen als daarbuiten buitelden politici over elkaar heen om duidelijk te maken dat een mogelijke instorting van de euro of een uittreding uit de eurozone nóg dramatischer zou zijn dan de al geleden pijn. Ook uit universitaire hoek zagen sommigen de euro als “bulwark against the forces currently wreaking havoc in the global economy” (p. 52).

Het lijkt erop dat het publiek deze argumenten heeft overgenomen. Zo laten Hobolt en Leblond zien dat binnen de eurozone economische onzekerheid een negatief effect heeft op steun voor de euro, maar alleen buiten crisistijd: “When economic conditions are severe, economic insecurity tends to favor the euro”(p. 143). Hierbij moet worden opgemerkt dat de auteurs nergens expliciet laten zien dat burgers eliteretoriek overnemen, maar dit zou best een plausibel mechanisme kunnen vormen om deze resultaten te verklaren. Het publiek blijft de euro steunen in de hoop dat de gemeenschappelijke munt de pijn van de crisis zal verzachten…

About the author

Armen Hakhverdian
Universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)