Strafvervolging hielp Wilders en helpt Le Pen

1 Comment

Vandaag een gastbijdrage van Joost Van Spanje. Hij is universitair docent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam, en winnaar van de Jaarprijs Politicologie 2010 en van een 2012 NWO Veni-subsidie. Hij stelt dat anti-immigratiepartijen door vervolging een lucratieve martelaarsrol krijgen. Dat geldt voor Le Pen, en dat gold voor Wilders.

*******

Vorige week werd de strafrechtelijke immuniteit van Front National-leider Marine Le Pen opgeheven. Een strafproces tegen haar is op handen. Dat doet sterk denken aan het strafproces tegen Geert Wilders twee jaar terug. Ook toen ging het om een succesvolle partijleider die voor de rechter stond vanwege controversiële uitspraken. Wat heeft het proces tegen Wilders opgeleverd? En wat zal een proces tegen Le Pen brengen?

Er kunnen allerlei doelen worden beoogd met zo’n proces. Maar het gaat om het bestrijden van retoriek van gevestigde politieke partijen, die tot haat of discriminatie aan zou zetten, is dit geen effectief middel. Niet doen dus. Zijn proces heeft Wilders in electoraal opzicht alleen maar geholpen. En dat zal in geval van Le Pen niet anders zijn.

Naar de effecten van een strafproces tegen de politiek leider van een partij is nog weinig onderzoek gedaan. En dat is opmerkelijk, want het komt nogal eens voor dat deze strafrechtelijk wordt aangeklaagd voor politieke uitspraken. De voorganger van Marine Le Pen, haar vader Jean-Marie, heeft een waslijst aan veroordelingen op zijn naam staan.

Ook in Nederland kwamen partijleiders op deze wijze met justitie in aanraking. Joop Glimmerveen werd in de jaren zeventig veroordeeld wegens aanzetten tot haat jegens buitenlanders. Hans Janmaat kreeg in de jaren negentig met diverse strafzaken te maken. Zijn laatste veroordeling was een boete van 7.500 gulden plus twee weken voorwaardelijke celstraf voor uitspraken over de multiculturele samenleving.

Ook in de ons omringende landen stonden politiek leiders voor de strafrechter. In Wallonië werd de leider van de grootste anti-immigratiepartij in 2006 veroordeeld tot een taakstraf van 250 uur en ontzetting uit zijn politieke rechten voor tien jaar. Dat laatste betekende meteen het einde van zijn politieke carrière. In Duitsland bracht een van de leiders van de grootste anti-immigratiepartij een deel van de jaren negentig in de cel door.

Veel van deze veroordelingen zijn gebaseerd op antidiscriminatie wetgeving, die sinds de jaren zestig in landen over de hele wereld is ingevoerd. Ook in de zaak-Le Pen gaat het om zulke wetgeving. Elk van de hiervoor genoemde zaken heeft wel overeenkomsten met het dossier-Le Pen.

Het sterkst komt de zaak echter overeen met het strafproces tegen Geert Wilders. Immers, in beide gevallen wordt een leider van een succesvolle anti-immigratiepartij voor het gerecht gedaagd wegens publiekelijk gedane uitspraken over de islam in Europa op basis van anti-discriminatie wetgeving. Ook hier staat de verdachte voor de eerste keer voor een dergelijk vergrijp terecht. En ook hier zit een geslepen politicus met vrijwel onbeperkte mediatoegang en omvangrijke financiële middelen in de beklaagdenbank.

In Frankrijk lijkt het eventuele proces tegen Marine Le Pen sterk te leven onder de bevolking. Net als, destijds in Nederland, het proces tegen Wilders: uit enquêtes die wij tussen 2008 en 2011 onder het Nederlandse electoraat hielden (in samenwerking met professor Claes de Vreese en onderzoeksbureau TNS-Nipo), bleek driekwart van de Nederlanders te weten dat Wilders werd vervolgd. 54 Procent vond het Wilders-proces een (heel) belangrijke gebeurtenis.

Wat vond men van strafvervolging van politici voor hun uitspraken? Slechts 3 procent van de Nederlanders wilde verwerpelijke politieke uitspraken altijd strafrechtelijk vervolgen; 12 procent wilde geen enkele politieke uitspraak strafrechtelijk vervolgen. Driekwart van de ondervraagden had een mening tussen deze twee standpunten in.

Over nut en noodzaak van de concrete zaak-Wilders waren de meningen verdeeld. Zelfs na het rommelige proces stond tegenover de luidruchtige groep (41 procent) die het onterecht vond dat Wilders werd vervolgd, nog altijd een bijna even grote groep (37 procent) die dat terecht vond. Het beeld dat zulke strafvervolging door niemand zou zijn gewild, is dus onjuist.

Welke indruk laat een dergelijke vervolging achter op de publieke opinie? De beslissing van het Hof Amsterdam om het Openbaar Ministerie op te dragen tot vervolging van Wilders over te gaan, zorgde voor verdeeldheid. Voorstanders van de multiculturele samenleving toonden zich tevreden over de werking van de Nederlandse democratie. Tegenstanders toonden zich juist minder tevreden.

Maar we stelden ook vast dat het vertrouwen in rechters en Openbaar Ministerie niet significant afnam – ondanks de in de media breed uitgemeten vergelijkingen van Wilders, die rechters gelijk stelde met D66’ers en het rechtssysteem met dat van Noord-Korea. Nederlanders beoordeelden de rol van de rechters in het proces gemiddeld gesproken eerder positief dan negatief, en dat geldt ook voor het OM.

Zal een strafproces electorale schade of succes opleveren voor Le Pens partij? Aan de ene kant kan een partij van een verdachte politicus in de ogen van kiezers aan legitimiteit inboeten door een proces, en de daaropvolgende mogelijke veroordeling. Maar die redenering gaat niet op voor Front National. Die partij immers, heeft al decennialang te maken met strafvervolging. Kiezers die in het verleden voor Front National hebben gekozen, zullen zich niet laten afschrikken door een strafvervolging meer of minder.

Een proces kan een partij ook minder effectief maken en daardoor kiezers kwijtraken. Maar Front National is vanwege het Franse kiesstelsel al machteloos in termen van directe invloed op beleid. Dus kiezers stemmen blijkbaar sowieso niet op de partij vanwege haar directe beleidsinvloed. Verder hangt de effectiviteit van de partij niet in grote mate van Marine Le Pen af. Zou zij door een veroordeling niet aan volgende verkiezingen mee kunnen doen, dan heeft de partij voldoende andere kandidaten om op terug te vallen. Tot slot: ook proceskosten en geldboetes zullen niet zo’n groot gat in het vermogen van Front National slaan dat er geen effectieve campagne meer kan worden gevoerd.

Aan de andere kant kan een strafproces juist electorale winst opleveren. Zo kan een partij profiteren van zowel de aandacht voor de partij zelf, als voor haar belangrijkste politieke onderwerp. Bovendien kan een vervolging onderstrepen dat de partij zich daadwerkelijk zeer serieus met het onderwerp bezighoudt.

Ook kan een proces het anti-establishment imago van de partij versterken. Voor justitie was dat indertijd een reden om Hans Janmaat in eerste instantie juist niet te vervolgen voor het aanzetten tot rassenhaat – zelfs niet nadat hij zich vrijwillig had aangegeven. Een verdachte zou tijdens een proces namelijk een electoraal lucratieve martelaarsrol kunnen gaan vervullen. Al deze positieve verwachtingen zijn van toepassing op het Front National.

In het geval van Wilders leidde de beslissing hem te vervolgen tot meer electorale steun: een tot vier zetels winst. Deze stijging deed zich vrijwel uitsluitend voor onder een middencategorie van kiezers die geen uitgesproken mening hadden op gebied van integratie. Het aantal Nederlanders dat een stem op de PVV categorisch uitsluit, daalde. De sterkste daling deed zich voor onder genoemde middengroep (voor de beslissing hem te vervolgen zei 66 procent van hen nooit op de PVV stemmen; na de beslissing was dat 56 procent).

Kortom, de beslissing om Wilders te vervolgen leidde tot een grotere electorale visvijver. Kort na de beslissing van het Hof kwam de PVV in een opgaande spiraal terecht, en tot op de dag van vandaag heeft de partij in de peilingen niet meer lager gescoord dan ervoor. Er is weinig reden om aan te nemen dat een strafproces tegen Marine Le Pen totaal anders zal uitpakken voor Front National. Bovendien is de gewraakte uitspraak van Le Pen minder gewaagd dan die van Wilders, wat haar vervolging nog controversiëler maakt – en de te verwachten positieve effecten voor Front National eerder groter dan kleiner.

Overigens is het de vraag of het in de zaak-Le Pen tot vervolging zal komen. En elke vervolging staat op zich, met haar eigen dynamiek. Ook zijn er markante verschillen met het Wilders-proces. Zo zag het OM in Nederland vervolging van Wilders niet zitten en vroeg vrijspraak. De Franse autoriteiten zullen een andere houding hebben. Dit laat echter onverlet dat electoraal gesproken het Front National weinig te verliezen heeft, en veel te winnen. Weinig potentiele Front National-kiezers zullen onder de indruk zijn van een vervolging; velen zullen het afkeuren.

Kortom, net als voor de PVV kan een strafproces tegen de politiek leider voor Front National een geschenk uit de hemel blijken te zijn. Het strafrecht aanwenden om bepaalde retoriek van politieke partijen uit te bannen zal averechts werken. Tenminste, als die partijen zo goed georganiseerd zijn als veel anti-immigratiepartijen in Europa vandaag de dag.

Dit roept een belangrijke nieuwe vraag op. Als duidelijk is dat Front National garen kan spinnen bij een proces, waarom beginnen de autoriteiten er dan toch aan? Daarover kan slechts worden gespeculeerd. Een interessante mogelijkheid is dat bepaalde politieke machten belang hebben bij een sterk Front National. In de jaren tachtig heeft de socialistische president François Mitterrand de partij al eens geholpen door het kiesstelsel te veranderen, en door zijn politieke vrienden bij de omroep meer aandacht te laten besteden aan de partij. Hij zou hebben ingecalculeerd dat groei van Front National zijn centrumrechtse opponenten meer zetels zou kosten dan hemzelf – en zo zou zijn eigen partij groter blijven dan centrumrechts.

Iets vergelijkbaars is anno 2013 niet ondenkbaar. Het vermeende haat zaaien en de discriminatie worden er in ieder geval niet minder van.

Dit artikel verscheen vorig weekend in NRC Handelsblad.

Genoemde cijfers komen uit een enquête, gehouden in acht golven tussen 29 november 2008 en 6 juli 2011 onder 636 tot 1.394 respondenten, representatief voor het Nederlandse electoraat.

About the author

Joost van Spanje
Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de UvA.

Related Articles

1 Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)