Toekomst voor de Partij voor de Allochtonen? De ‘migrantenstem’ en het verlies van de PvdA in Amsterdam

5 Comments

Vandaag presenteren we de eerste uitkomsten van een exitpoll onder ruim 2500 Amsterdammers van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst. Deze gastbijdrage en het achterliggende onderzoek is van de hand van Floris Vermeulen, universitair hoofddocent in de politicologie en co-directeur van het Instituut voor Migratie en Etnische Studies (IMES) aan de Universiteit van Amsterdam.

 

PvdA van de Amsterdamse troon verstoten

De Amsterdamse politiek beleeft vandaag een historische dag. Voor het eerst in bijna zestig jaar is de Partij van de Arbeid niet meer de grootste partij in de stad. Volgens de voorlopige uitslag heeft amper 18 procent van de Amsterdammers hun stem gisteren uitgebracht op de PvdA (een verlies van bijna 11 procent) tegen meer dan 30 procent voor D66. De van te voren verwachte nek-aan-nekrace bleek achteraf een misvatting. De PvdA bleek niet opgewassen te zijn tegen het electorale geweld van de Democraten. In andere grote steden kreeg de PvdA overigens ook grote verliezen te verwerken; in Rotterdam (-13 procent) en in Den Haag en Utrecht stemde slechts 1 op 10 stemmers op de partij.

Deze slechte resultaten roept de vraag op in hoeverre het verlies van de PvdA in de grote steden te verklaren is door een mogelijk dalende populariteit onder stemmers met een migratieachtergrond. Het electoraat in de grote steden in Nederland is steeds diverser geworden. De Amsterdamse bevolking bestaat sinds enkele jaren voor meer dan de helft uit personen met een migratieachtergrond. Dat wil zeggen dat zij zelf, of minimaal één van hun ouders, buiten Nederland geboren zijn.

Uiteraard is deze groep ‘migranten’-stemmers enorm divers. Met meer dan 170 verschillende nationaliteiten en een grote groep tweede generatie is het misleidend om over de allochtone of migrantenstemmer te spreken. Maar aan de andere kant zou een mogelijke verklaring voor het enorme verlies van de PvdA in de grote steden, en misschien wel met name in Amsterdam, kunnen liggen in het feit dat ze onder deze multiculturele kiezersgroep sterk aan populariteit heeft ingeboet. En als dat inderdaad zo is dan is de vraag hoe we dat kunnen verklaren?

 

Onderzoek naar stemgedrag migrantengroepen

Om met de eerste vraag te beginnen, hoe hoog is de populariteit van de PvdA onder stemmers van de vier grootste migrantengroepen in de stad: Amsterdammers van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst? Deze groepen zijn samen goed voor meer dan een kwart van de Amsterdamse bevolking.

Onderzoekers van de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam en het Bureau Onderzoek en Statistiek (O+S) van de Gemeente Amsterdam hebben gisteren tijdens de verkiezingen een onderzoek uitgevoerd naar de opkomst en stemgedrag van Amsterdamse kiezers met een migratieachtergrond. De onderzoekers, geholpen door 32 enquêteurs, hebben op een aantal stemlocaties de hele dag kiezers geteld en Amsterdammers gevraagd om mee te werken aan een enquête over hun partijkeuze. De resultaten hieronder zijn gebaseerd op voorlopige tellingen onder 2.523 respondenten. Dit onderzoek wordt sinds 1994 volgens dezelfde methode uitgevoerd.

 

Opkomstspercentage onder migrantengroepen

Eerst maar even de opkomstpercentages. De opkomst van Amsterdammers van Turkse en van Marokkaanse herkomst is substantieel gedaald tussen 2006 en 2014. In 2006 ging nog meer dan de helft de Turkse Amsterdammers naar de stembus, gisteren was het aandeel 36%, ver onder het algemene opkomstpercentage van 53 procent voor de hele stad. Onder kiezers van Marokkaanse herkomst is de opkomst gedaald van 37% naar 26%. De opkomst is stabiel op een laag niveau (27%) onder kiezers van Surinaamse en Antilliaanse herkomst.

De lage opkomstpercentages zijn opmerkelijk omdat er behoorlijk wat politieke thema’s zijn waar kiezers van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst zich zorgen over maken; economische crisis, de hoge extreem hoge jeugdwerkloosheid onder deze groepen, discriminatie (Zwarte Piet discussie), en de anti-Islam en anti-Marokkanen uitspraken van Wilders in de aanloop naar deze verkiezingen. Blijkbaar heeft de ruime meerderheid van de Surinaamse, Antilliaanse, Turkse en Marokkaanse Amsterdammers, voor een groot deel bestaande uit de tweede generatie die in Amsterdam geboren en getogen is, geen vertrouwen in de Amsterdamse politiek om deze problemen op te lossen.

 

Tabel 1  Opkomst bij de Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen, naar herkomst van de kiezers, 1994-2014

 

Turken

Marokkanen

Surinamers

Antillianen

2006

51%

37%

26%

2010

44%

38%

26%

2014

37%

26%

27%

bron: IMES/O+S

 

Partijkeuze onder migrantengroepen

Ten aanzien van de partijkeuze blijkt dat de PvdA wel de eerste partij blijft onder kiezers van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse herkomst, in tegenstelling tot de uitkomst voor de hele stad. D66 komt op de tweede plaats, maar op afstand.

 

Tabel 2  Partijkeuze Amsterdammers van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse herkomst, gemeenteraadsverkiezingen 2014

 

Turken

Marokkanen

Surinamers

Antillianen

VVD

1%

2%

4%

CDA

3%

1%

1%

D66

10%

20%

19%

GL

4%

5%

15%

PvdA

45%

44%

33%

SP

6%

16%

12%

overig

30%

13%

16%

bron: IMES/O+S

 

Maar als we kijken we naar de ontwikkeling in de partijkeuze sinds 2006, dan zien we dat het aandeel stemmen op de PvdA bij alle groepen sterk is gedaald. In 2006 stemde nog rond de 80 procent van de kiezers uit deze groepen voor de PvdA en eergisteren was dat rond de 40 procent en bij kiezers van Surinaamse afkomst zelfs rond de 30 procent. Daarentegen stijgt het aandeel kiezers van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse herkomst dat kiest voor D66.

 

Tabel 3  Aandeel Amsterdammers van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse herkomst dat stem uitbrengt op PvdA en D66, gemeenteraadsverkiezingen 2006-2014

   

Turken

Marokkanen

Surinamers

Antillianen

PvdA

2006

84%

78%

82%

2010

58%

74%

54%

2014

45%

44%

33%

D66

2006

1%

0%

0%

2010

14%

10%

9%

2014

10%

20%

19%

bron: IMES/O+S

 

PvdA verliest sterk onder migrantengroepen

Het is duidelijk dat de PvdA sterk aan populariteit heeft verloren, vergeleken met 2006 misschien nog meer dan onder kiezers zonder migratieachtergrond. Een dalende populariteit in combinatie met sterk dalende opkomst onder kiezers van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse afkomst heeft de PvdA enkele gemeenteraadszetels gekost. Amsterdammers met een migratieachtergrond lijken de PvdA veel minder dan vroeger te zien als de partij die hun belangen adequaat kan vertegenwoordigen.

Wat zouden mogelijke oorzaken kunnen zijn van de dalende populariteit van de PvdA onder deze kiezers? Ik noem hier twee mogelijke oorzaken die een rol kunnen hebben gespeeld; het gevoerde (integratie)beleid van de PvdA en kandidaten PvdA.

 

Gevoerde beleid PvdA nationaal

Ten eerste het gevoerde beleid van de PvdA. Het lijkt er op dat veel kiezers met een migratieachtergrond teleurgesteld zijn in dit beleid op zowel nationaal als lokaal niveau. De bezuinigingsmaatregelen van het huidige kabinet VVD/PvdA raken voor een groot deel zeker ook deze groepen.

Maar er is meer. Kiezers lijken over het algemeen meer vertrouwen te hebben in Pechtold als het gaat om een effectief en krachtig weerwoord tegen de anti-Islam/anti-immigratie uitspraken van de PVV van Wilders dan in Samson. Dit sentiment lijkt ook zeker te hebben meegespeeld voor met name stemmers van Turkse en Marokkaanse afkomst in Amsterdam waar D66 in vergelijking met 2010 en 2006 enorm veel stemmen heeft getrokken.

Veel stemmers uit deze groepen zijn bovendien de woorden van Wouter Bos uit 2006 niet vergeten na de klinkende overwinning van de PvdA in de grote steden destijds dat men nu niet de Partij van de Allochtonen was geworden. Hoezo was dat belangrijk om meteen na de overwinning te benoemen? Telden hun stemmen minder dan de stemmen van andere niet-allochtonen?

 

Gevoerde beleid PvdA lokaal

Maar ook op lokaal niveau lijken stemmers uit deze groep teleurgesteld te zijn in de houding van de PvdA ten aanzien van haar achterban van immigratieafkomst. Voormalig PvdA-leider Asscher heeft de PvdA-integratielijn uit eind jaren negentig voorgezet waarbij etniciteit, migrantenorganisaties en religie zoveel mogelijk genegeerd en vermeden moest worden. In 2008 zei Asscher in een bijeenkomst in Zuidoost: “We moeten mensen niet reduceren tot een etnische klasse. We zijn een partij die kleurenblind is, zonder aanziens des persoons. (..) We moeten op onze hoede zijn voor de valse etnische prekers.”

In theorie is dat natuurlijk mooi, maar als kiezers merken dat dit niet opgaat voor hun dagelijkse ervaringen en als Amsterdamse partijen bovendien nog steeds gedomineerd worden door blanke mannen van middelbare leeftijd is het natuurlijk de vraag in hoeverre kiezers een boodschap hebben aan de kleurenblindheid van partijen. En hier komen we bij een tweede mogelijk oorzaak, de kandidaten van de PvdA en de mate waarin zij een afspiegeling vormen van de Amsterdamse bevolking.

 

Kandidaten met migratieachtergrond bij de PvdA

Tabel 4 geeft het aantal kandidaten op de kieslijst aan van Turkse, Marokkaanse of Surinaamse afkomst per de vijf grootste partijen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in 2010 en 2014. De tabel maakt duidelijk het aantal kandidaten met een immigratieherkomst bij de PvdA gelijk is gebleven en overeenkomt met het aandeel van de drie groepen onder de Amsterdamse bevolking.

 

Tabel 4 Aantal kandidaten gemeenteraadsverkiezingen Amsterdam 2010-2014 met een Turkse, Marokkaanse of Surinaamse achtergrond

 

 

2010

 

2014

 

Turken

Marokkanen

Surinamers

Aandeel

Turken

Marokkanen

Surinamers

Aandeel

VVD

0

0

2

4,1%

2

2

2

16,7%

D66

1

1

1

10,0%

1

1

3

16,7%

GL

2

3

1

20,0%

2

1

2

16,7%

PvdA

2

3

3

27,6%

2

4

2

26,7%

SP

1

0

0

3,3%

0

0

0

0%

 

Plaatsing op lijst

Als we echter kijken naar de plaatsing van deze kandidaten valt weliswaar op dat we in 2014 ten opzichte van 2010 iets hogere plaatsing zien maar dat het over het algemeen de minder belangrijke plaatsen op de lijst zijn die door de kandidaten met een migratieachtergrond bezet worden. Dat geldt overigens in nog sterkere mate voor de andere partijen.

Zeker in vergelijking met 2006 er de Amsterdamse PvdA spraakmakende politici rondliepen zoals Ahmed Aboutaleb, Hannah Belliot, Ahmed Marcouch, Fatima Elatik, Elvira Sweet en Fouad Sidali lijkt de huidige generatie op z’n minst wat minder spraakmakend.

 

Tabel 5: Hoogste plaatsing op kandidatenlijsten per groep

 

 

2010

2014

 

Turken

Marokkanen

Surinamers

Turken

Marokkanen

Surinamers

VVD

~

~

9

4

9

10

D66

4

13

24

10

17

26

GL

16

3

14

25

21

6

PvdA

9

8

14

7

6

8

SP

10

~

~

~

~

~

 

Overigens moet worden opgemerkt dat het hebben van een lijsttrekker met een migratieachtergrond zeker geen garantie is voor succes. In Den Haag, Rotterdam en Utrecht had de PvdA lijsttrekkers van Turkse, Antilliaanse of Surinaamse afkomst en verlies voor de PvdA was er zeker niet minder. Wel moeten we hierbij  rekening houden met het feit dat er in Rotterdam en Den Haag een geduchte concurrent was ten aanzien van de stemmers met Turkse en Marokkaanse afkomst door de aanwezigheid van een relatief sterke lokale Islamitische partij. Een dergelijke concurrent was er deze verkiezingen in Amsterdam niet te ontdekken.

 

Is er toekomst voor de PvdA als ‘Partij voor de Allochtonen’?

Kan de PvdA het tij nog keren en zich in de toekomst heruitvinden als een partij waar een multiculturele achterban zich wel thuis voelt? Natuurlijk kan dat. Er zit genoeg politiek talent in de partij, de fractie en in de afdelingen van Oost, Nieuw-West en Zuidoost. In vier jaar kan er in de politiek veel gebeuren.

Dat gaat echter niet vanzelf. De partij zal onder andere haar krampachtige houding rond etniciteit en religie voor een deel los moet laten. Politici met een migratieachtergrond worden nog te vaak in een keurslijf gedrukt waarbij men na de verkiezingen tot vervelends toe moet uitleggen dat men de belangen behartigt van alle Amsterdammers en niet alleen van de mensen die op hen gestemd hebben. Los van de vraag of dit, vanuit democratisch oogpunt, wel een juiste constatering is, zouden politici moeten mogen kunnen opkomen voor de belangen van hun kiezers zonder meteen als cliëntelistisch weggezet te worden.

Aan de andere kant zal het ook duidelijk worden dat jonge politici, afkomstig uit de tweede generatie, anders tegenover hun achterban staan. Het hebben van een ouder die toevallig in Turkije geboren is, wil niet automatisch zeggen dat je de belangen van Turkse Amsterdammers behartigt. Het belangrijkste is waarschijnlijk dat de PvdA, ook op landelijk niveau, haar politici de kans geeft zelf een balans te vinden tussen het partijbelang en het belang van de achterban. Op die manier zal de partij waarschijnlijk veel meer multiculturele kiezers aanspreken dan bij de afgelopen verkiezingen.

About the author

Related Articles

5 Comments

  1. Casper Albers

    Op de meeste stukken op deze site wordt, terecht, gehamerd op het vermelden van onzekerheidsmarges bij peilingen en andere soorten enquetes. In bovenstaand stuk ontbreekt dat volledig en dat vind ik jammer.
    Er staat dat er 2523 personen meededen aan de enquete. Ruim een kwart van de Amsterdammers heeft een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond, dus pak ‘m beet 700 personen in de enquete. Ik weet niet hoe die kwart verdeeld is over de vier groepen, maar laat het voor het gemak zo’n 150 a 200 per groep zijn. Ondanks dat die 2523 best veel is, zijn dit vrij kleine aantallen.
    En dan doen de foutenmarges er toe: als van de 200 Turkse NL’ers in je steekproef 45% zegt dat hij/zij PvdA stemt, dan leidt dat tot een 95% betrouwbaarheidsinterval van 33% tot 57%. (Via een kort-door-de-bocht benadering met de normale verdeling; het kan allemaal wat nauwkeuriger, maar het beeld blijft vergelijkbaar.) Juist in dit geval lijkt het me dus een serieus gemis dat er niet iets over de onzekerheden rond de percentages is vermeld.

    • Armen Hakhverdian
      Armen Hakhverdian

      Je hebt een punt, maar van wat ik begrijp zijn het 2500 Amsterdammers met migratie-achtergrond, niet 700, dus die marges zijn veel kleiner. Misschien kan Floris aangeven welke verschillen wel en niet statistisch significant zijn. Mijn inschatting is dat dat zeker opgaat voor de globale trends en verschillen die hij aanhaalt.

  2. Dick Kraaij

    Alleen al de gedachte dat de PvdA zo lang werd beschouwd als dé partij voor allochtonen om op te stemmen – ik gruw ervan. Het beeld van de monocultuur is definitief gesneuveld voor het grote publiek. Dat is het goede nieuws. Het slechte nieuws is dat de partij nog steeds niet van plan is om echt te gaan herbronnen, te beginnen bij wat de oude Drees allemaal vond. Daarvoor moeten we toch meer bij de PVV zijn, vrees ik.

  3. Floris Vermeulen

    Beste Casper,
    Je hebt helemaal gelijk en ik had voor een stuk op dit blog uiteraard beter moeten weten. Het is echter wel belangrijk om aan te geven dat het hier een voorlopige telling betreft, gedaan op dezelfde dag als het onderzoek. De daadwerkelijke invoer van de data zal volgende week plaats vinden en dan kunnen we ook met preciezere cijfers komen inclusief foutenmarges. Maar ik heb nu al wel wat extra gegevens over het onderzoek (met dank aan Laure Michon van O+S)

    De cijfers (2.523) betreffen alleen personen van Turkse, Marokkaanse en Surinaams/Antilliaanse herkomst. Ook autochtonen en mensen met een andere migratieherkomst hebben meegedaan aan het onderzoek en zullen in de dataset worden opgenomen, maar daar hebben we voorlopig even niets mee gedaan.

    In het persbericht van O+S waar dit stuk op is gebaseerd hebben we het bewust over tellingen en geen enquêtes: 2.523 is de optelsom van enquêtes en non-respons. Die telt namelijk mee om de opkomst te berekenen. We hebben iets meer dan 1.000 enquêtes van Turken, Marokkanen, Surinamers+Antillianen, 300 à 400 per groep.
    Wat betreft de methoden van het onderzoek. Tijdens de gemeenteraads zijn op acht stembureaus in Amsterdam zogenaamde schaduwverkiezingen georganiseerd. Alle kiezers die op één van de acht bemande stembureaus hun stem hadden uitgebracht, werden na het uitbrengen van hun stem op weg naar buiten gevraagd een schriftelijke enquête in te vullen. De stembureaus waren gevestigd in verschillende stadsdelen en zo geselecteerd dat de kans op het enquêteren van kiezers met een migratieafkomst zo groot mogelijk was. Zo waren de geselecteerde stembureaus veelal gevestigd in wijken waar het percentage mensen met een migratieafkomst boven de 50 procent lag.
    Op elk van deze stembureaus waren drie of vier enquêteurs aanwezig gedurende de periode dat stembureau open was. Op elk stembureau was minstens één van de enquêteurs van Turkse, Marokkaanse of Surinaamse herkomst. Er waren ook vragenlijsten beschikbaar in het Turks en in het Engels. Wanneer een kiezer aangaf niet te willen meewerken aan het onderzoek, werd een inschatting gemaakt van zijn of haar herkomst. Op die manier wordt dus ook de non-response groep naar herkomst geregistreerd. Op basis van de ingevulde vragenlijsten in combinatie met deze registratie is uiteindelijk de opkomst bepaald.

  4. Casper

    Floris, dank voor de update. Ik vond het – ondanks het ontbreken van onzekerheidsmarges – wel een erg interessant stuk. Ik vraag me ook af waar de kiezers nog meer naar gegaan zijn; bij de Turken is de PvdA zo’n 40% gedaald en D66 heeft zo’n 10% winst; dus nog 30% naar overig…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)