Verschillen tussen slotpeilingen en uitslagen

5 Comments

Nee, peilingen zijn niet bedoeld als voorspellingen. Maar toch laten veel kiezers zich erdoor informeren. En dus is het interessant om te kijken waar de verschillen zitten tussen de peilingen en uitslagen. Op deze pagina houd ik die verschillen bij, eerst tussen exit poll en slotpeilingen, later tussen de tussenstand van getelde stemmen en de slotpeilingen.

Update 23/3: Cijfers bijgewerkt met de definitieve uitslag zoals gepubliceerd door de Kiesraad

We hebben inmiddels de volledige voorlopige uitslag. We zien dat de VVD het zelfs beter doet dan de voor hen meest gunstige slotpeiling. De Politieke Barometer van Ipsos met 29 zetels (19,2%) het dichtste bij de VVD-score die nu uitkomt op 33 zetels (21,3%). We zagen vanaf zaterdag al een stijging voor de steun van de VVD; wellicht heeft dat effect zich nog wat doorgezet of waren de peilers iets te somber over de kansen van de partij van Rutte. Het valt op dat juist de peiler die de VVD altijd al het hoogste had (Ipsos) het best in de buurt zit. De Politieke Barometer van Ipsos schatte de VVD structureel ongeveer 1 procentpunt hoger in dan de gemiddelde peiler. Dat lijkt te suggereren dat de gemiddelde peiler voor de VVD wat te laag heeft gezeten, al kan men ook niet helemaal uitsluiten dat we hier te maken hebben met een sterke toename in VVD-steun na de slotpeilingen.

Los van de duidelijke verschillen tussen slotpeiling en einduitslag voor de VVD, zien we dat de peilingen veel trends behoorlijk goed weer hebben gegeven:

  • Ondanks de verschillen hadden vrijwel alle peilers de VVD duidelijk hoger staan dan de andere partijen. Zelf constateerde ik op dinsdagavond op basis van de Peilingwijzer: “Dat de VVD de grootste wordt, is nu het meest voor de hand liggende scenario.”
  • Het grote verlies van de PvdA was in alle peilingen goed te zien.
  • De duidelijke winst van GroenLinks was in alle peilingen te zien. De meeste peilingen zaten wel hoog voor GroenLinks, maar de trend was onmiskenbaar en correct.
  • Zetelwinst voor PVV, D66 en CDA was conform verwachtingen. Voor deze partijen was het verschil tussen de Peilingwijzer en uitslag steeds maar één zetel.
  • Over de winst voor 50PLUS en PvdD waren de peilingen bijna unaniem en correct.
  • Alle peilingen lieten correct zien dat van de nieuwe partijen alleen Denk en Forum voor Democratie kans maakten op zetels (op één zetel voor de Piratenpartij in één peiling na).

Het totaal aantal zetels verschil tussen slotpeiling en uitslag varieert van 16 zetels voor de Politieke Barometer van Ipsos tot 30 zetels voor LISS en EenVandaag. Maar eigenlijk is die afwijking in zetels een wat grove maat. Restzetels kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat kleine verschillen uitvergroot raken en aanwezige verschillen voor kleinere partijen wegvallen. Daarom is het beter om de verschillen in percentages te beschouwen. Hierbij beperkt de vergelijking zich tot de zittende partijen en een categorie ‘anderen’, omdat niet alle peilers percentages gaven voor de nieuwe partijen.

verschillen_percentages

 

In percentages gemeten zitten Peilingwijzer (11,4 procentpunt verschil) en Ipsos (11,6 procentpunt verschil) het dichtste bij de uitslag, terwijl de verschillen voor LISS en EenVandaag wat groter zijn. Ipsos en Peilingwijzer laten een gemiddeld verschil zien van 1 procentpunt met de uitslag. De Politieke Barometer van Ipsos laat een relatief klein verschil zien voor VVD, PvdA en PVV, maar zat hoger dan de uitslag voor het CDA en lager voor de ‘anderen’. De Peilingwijzer week vooral af van de einduitslag voor de VVD en in mindere mate GroenLinks, maar zat juist weer relatief goed voor PVV en CDA.

Sommige peilers lieten een wat groter verschil zien tussen slotpeiling en uitslag. Juist bij die peilers (LISS en EenVandaag) moet men aantekenen dat dit beide peilingen waren die niet (exclusief) tijdens de laatste twee campagnedagen werden gehouden. EenVandaag hield de slotpeiling van zaterdagavond tot en met maandagochtend. En de laatste LISS-prognose was gebaseerd op de laatste 7 dagen voor de verkiezingen. Die peilers zitten daardoor bijvoorbeeld nog iets lager voor de VVD dan anderen; de VVD steeg immers in de laatste dagen van de campagne. Dat wil dus niet zeggen dat deze peilingen ‘slechter’ waren dan de anderen, maar het reflecteert (in ieder geval deels) het moment waarop de slotpeilingen zijn gehouden.

Al met al zien we vergelijkbare verschillen tussen slotpeiling en uitslag als in 2012. In 2017 zaten de grootste verschillen bij de VVD, een partij die juist in de laatste campagnedagen aan het stijgen was. Of deze ontwikkelingen op het laatste moment primair verantwoordelijk zijn voor de verschillen of dat de VVD wellicht toch überhaupt iets te laag werd ingeschat door peilers kun je uit deze cijfers niet opmaken. Daarvoor zouden peilers een nameting moeten doen. Onder andere LISS heeft al aangegeven dit onderzoek vandaag te hebben uitgevoerd en de resultaten daarvan in de week van 3 april te publiceren. Het zou mooi zijn als andere peilers dit voorbeeld zouden volgen.

 

De verschillen in zetels (niet gewijzigd in definitieve uitslag i.v.m. voorlopige uitslag)

verschillen_zetels

(Aan dit overzicht heb ik ook het zogenoemde ‘stemmingsbeeld’ toegevoegd, dat werd gepresenteerd op basis van ongeveer 10% van de getelde stemmen. Dat je op basis van echte uitslagen er meer dan twee keer zover naast zit als de exit poll, is toch eigenlijk wel beschamend. Volgende keer maar wat langer wachten op een dergelijke prognose.)

 

About the author

Tom Louwerse
Tom Louwerse is universitair docent politicologie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op politieke representatie, parlementair gedrag, verkiezingen, peilingen en stemhulpen.

Related Articles

5 Comments

  1. Hans

    Hi Tom,

    Allereerst interessant dat je zulke cijfers bijhoudt!

    Als jij nu op basis van deze verkiezingen een ranglijst zou mogen maken van het bureau dat het dichtste bij zat en het bureau dat het verst ervan af zat. Wat zou het dan worden?

  2. Vincent

    Wat ik heel graag ergens zou willen zien is een tabel/taartdiagram/etc van hoe de stemmen in 2017 verdeeld zijn van de mensen die in 2012 op de PvdA stemden. Weten jullie of iemand daar een steekproef van genomen heeft?

  3. Mirte

    In de NRC van vandaag staat een grafiekje (p.7).

  4. David de Groot

    Is dit niet eigenlijk het failliet van de methode-EenVandaag/LISS, waarbij men bij EenVandaag vijf stemmen over de partijen dient te verdelen en bij LISS bijvoorbeeld 80% aan partij A geeft en 20% aan partij B, waarbij die percentages vervolgens als 0.8 en 0.2 stemmen voor die twee partijen worden gerekend? Misschien zijn die twee opiniepeilers minder accuraat omdat dit simpelweg niet de manier is waarop ons kiesstelsel werkt en is hun methodologie weliswaar behulpzaam bij het creëren van een beeld van de partijen waartussen men twijfelt, maar kan dit beter niet aan een zetelpeiling worden gekoppeld.

    Daarnaast valt op dat Kantar misschien wel de accuraatste peiler was als men de VVD niet meerekent.

    • Tom Louwerse
      Tom Louwerse

      Ipsos gebruikt ook een meer-stemmen methode, net zoals LISS en EenVandaag. Zij hebben dat ook uitgebreid getest en vonden geen verschillen met de meer traditionele stemintentievraag.

      EenVandaag/GfK en Ipsos kijken bij mijn beste weten naar de stemintentie op basis van de hoogste voorkeur (partij waaraan je de meeste stemmen geeft), terwijl LISS inderdaad een soort kansberekening maakt. Of dat het verschil maakt, is natuurlijk eenvoudig na te gaan door LISS te berekenen op de manier waarop Ipsos en 1V/GfK het doen.

      Mijn vermoeden is dat de grotere verschillen bij LISS en 1V/GfK meer van doen hebben met het moment van peilen dan met deze vraagstelling. Stel: zij hadden de VVD ook drie zetels hoger gehad in een eventuele peiling op dinsdag, was hun absolute fout al gedaald tot 24 zetels.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)