Vijanden van de politicologie

3 Comments

Een paar maanden terug was de politicologische wereld in rep en roer door een besluit van de Amerikaanse Senaat over de financiering van onderzoek. De zogenaamde ‘Coburn Amendement’ was een aanvulling op het federale budget, ingediend door Tom Coburn, Republikein uit Oklahoma:

None of the funds made available by this Act may be used to carry out the functions of the Political Science Program in the Division of Social and Economic Sciences of the Directorate for Social, Behavioral, and Economic Sciences of the National Science Foundation, except for research projects that the Director of the National Science Foundation certifies as promoting national security or the economic interests of the United States.

De National Science Foundation (NSF), de Amerikaanse tegenhanger van de Nederlanse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), gaat dus alleen nog politicologisch onderzoek subsidiëren dat direct raakt aan de nationale veiligheid of economische belangen van de Verenigde Staten. Valorisatie ad absurdum dus. Maar het Coburn Amendement is het sluitstuk van een jarenlange hetze van Amerikaanse politici tegen politicologisch onderzoek. Wie zijn deze vijanden van de politicologie?

 

Meet Jeff Flake

Joseph Uscinski en Casey Klofstad (paywall) hebben de aanloop naar het Coburn Amendement in kaart gebracht. Het begon allemaal in het Huis van Afgevaardigden in mei 2012 met een amendement op het federale budget van Jeff Flake, Republikein (er ontstaat een patroon) uit Arizona. Flake stelde voor om meer dan een miljard dollar te bezuinigen op het voltallige NSF-budget. Op 9 mei 2012 werd dit amendement verworpen in het Huis met 121 stemmen tegen 291 (met 19 afwezigen). Alle 179 Democraten die stemden op die dag waren tegen deze bezuinigingen. De 233 Republikeinen waren verdeeld met 121 voorstanders en 112 tegenstanders. Met andere woorden, alle voorstanders van bezuinigingen op de wetenschap waren Republikeinen.

Maar Flake liet zich niet zomaar uit het veld slaan. Hij veranderde de tekst van het amendement zodat de bezuinigingen nu louter politicologisch onderzoek zouden treffen. Uscinksi en Klofstad halen wat citaten aan van Flake waaruit blijkt dat hij werkelijk geen flauw benul heeft waar hij mee bezig is.

Aan de ene kant ridiculiseert Flake concrete NSF-subsidies, bijvoorbeeld naar onderzoek over de legitimiteit van Amerikaanse beleidsmakers. Tja, waarom zouden we in hemelsnaam willen onderzoeken of Amerikaanse beleidsmakers wel luisteren naar de wensen van het Amerikaanse volk? Ik zou zeggen om politieke wanvertoningen als deze (eerste punt) over wapenregulering beter te begrijpen. Aan de andere kant vindt Flake politicologie als wetenschap blijkbaar zo belangrijk dat volgens hem geen overheidsgeld nodig is om de politicologie te valideren: “I think so much of the science that I don’t believe that federal funding, particularly in an era of trillion dollar deficits, is necessary to validate it.”

Had ik al gezegd dat Jeff Flake zelf politicoloog is?

 

De supporters van het Flake Amendment

Dit Flake Amendment om financiering van politicologisch onderzoek stop te zetten werd uiteindelijk aangenomen in het Huis met 218-208. Uscinski en Klofstad hebben onderzocht welke factoren het beste het stemgedrag van deze 426 afgevaardigden kunnen verklaren. Ten eerste blijkt de achtergrond van de afgevaardigde mee te spelen. Afgevaardigden met een BA of PhD in de politicologie zijn eerder geneigd tegen het Flake Amendment te stemmen. Mensen studeren nou eenmaal politicologie omdat ze het juist geen nutteloze studie vinden…

Ten tweede spelen eigenschappen van het district een aanzienlijke rol. Afgevaardigden uit districten met goedlopende politicologie afdelingen (gemeten aan de hand van nationale ranglijsten en aantal binnengehaalde NSF-subsidies) zijn eerder geneigd tegen het Flake Amendment te stemmen. Het algemene opleidingsniveau of welvaart in het district hebben geen directe invloed. Tegenstanders van het Flake Amendment werpen zich dus in zekere zin op als belangenbehartigers van hun district.

Ten derde, en verreweg als belangrijkste verklaring, laten Uscinksi en Klofstad liet dat Republikeinen veel eerder het Flake Amendment steunen dan Democraten. Party affiliation van politici geeft in deze tijden van polarisering wel vaker de doorslag, maar financiering van de politicologie is nou niet direct een issue dat bovenaan de politieke agenda staat. De weerstand van Republikeinen tegen de politicologie lijkt eerder ingegeven door het feit dat in Amerika politicologen (en wetenschappers in het algemeen) grotendeels Democraten zijn.

 

Van Flake naar Coburn

Om het Flake Amendement ook daadwerkelijk te kunnen implementeren moest ook de Senaat haar goedkeuring hieraan verlenen. In maart 2013 nam de bovengenoemde Tom Coburn de handschoen weer op en stelde voor om het hele NSF-budget voor politicologisch onderzoek (zo’n 10 miljoen dollar) te schrappen en hiervan 7 miljoen dollar over te hevelen naar het National Cancer Institute. Wat velen niet weten is dat Coburn in 2009 hetzelfde kunstje heeft geprobeerd te flikken, maar toen is zijn voorstel gestrand in de Senaat. Uscinski en Klofstad hebben in eerder onderzoek (paywall) overigens laten zien dat soortgelijke factoren (opleiding, district, partij) ook het stemgedrag van Senatoren over Coburn’s eerste amendement uit 2009 kunnen verklaren.

Uiteindelijk is het beruchte Coburn Amendment een compromis geworden tussen de Democraten en Republikeinen waarin directe bezuinigingen zijn geschrapt in ruil voor die verschrikkelijke zin: “promoting national security or the economic interests of the United States.” Hiermee lijken de gevolgen voor de Amerikaanse politicologie beperkt, althans op de korte termijn. Maar waarom dan toch die ophef?

De heftige reacties komen vooral voort uit de angst dat wetenschap wordt gepolitiseerd. De activiteiten van Flake en Coburn vormen een frontale aanval op fundamentele principes van peer review en de meritocratische toekenning van onderzoeksgeld. Daarnaast was de missie bij de oprichting van de NSF “to promote the progress of science; to advance the national health, prosperity, and welfare; to secure the national defense…” Dat politicologisch onderzoek plotseling moet voldoen aan veel nauwere eisen is op zijn minst dubieus te noemen. En denk maar niet dat dergelijke politieke inmenging zal stoppen bij de politicologie of andere sociaal-wetenschappelijke disciplines. De onafhankelijkheid van de hele wetenschap staat op de tocht met types als Flake en Coburn.

About the author

Armen Hakhverdian
Universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam

Related Articles

3 Comments

  1. Joost Berkhout

    Ook in Nederland staat de subsidie voor een aantal politicologisch relevante onderzoeksinstellingen onder druk. De regering is van plan (zie: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/05/30/kamerbrief-invulling-subsidietaakstelling-onderwijs-en-onderzoek.html) om de subside voor onder andere het NIDI, het Montesquieu Instituut en het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in zijn geheel stop te zetten. In een zwakke onderbouwing zegt de regering het onderzoek van deze instellingen ‘niet uniek’ te vinden. De genoemde instellingen maken bezwaar tegen deze plannen en worden daarin gesteund door de academische gemeenschap (zie oa http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3462874/2013/06/21/Den-Haag-klaagt-over-het-gebrek-aan-politiek-geheugen-Waarom-dan-het-CPG-opheffen.dhtml).
    Overigens valt het me op dat de onderzoeksvragen van deze instellingen, in vergelijking met die aan universiteiten, veel dichterbij het actuele beleidsproces en de ‘Haagse politiek’ staan. Daarom raken deze bezuinigingen vooral en direct aan de wetenschappelijke input in het beleidsproces, terwijl zij eveneens maar in mindere mate afbreuk doen aan het wetenschappelijk onderzoek in Nederland. Voor universiteiten vervullen de genoemde instituten vooral een brugfunctie met beleidsgeorienteerde organisaties.

  2. Marco de Baar

    Ik vind het verschrikkelijk om dit te lezen, maar ….m.i. is het echter NOG erger dan hier geschetst wordt.
    Ik krijg namelijk de indruk dat ALLE reflecterende wetenschap (waarbij vragen worden gesteld over ontwikkelingen in de maatschapij, onderwijs, environment, klimaat…) onder druk staat.
    De aanval op de politicologie die jullie nu beschrijven is daar een onderdeel van.

  3. SF

    Een wetenschapper uit een construerende discipline die het opneemt voor vakgenoten in reflectieve disciplines. Hulde!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)