Wat willen de Oekraïners eigenlijk zelf?

2 Comments

Afgelopen dinsdag berichtte de NOS over een peiling van bureau GfK onder Oekraïners, waaruit zou blijken dat een overgrote meerderheid (72%) wil dat Nederland op 6 april voor het verdrag stemt. Nog eens 64% van de Oekraïners zou het associatieverdrag een goede zaak vinden. De reacties op de peiling waren voorspelbaar: het ja-kamp reageerde instemmend, het nee-kamp afkeurend. Zoals wel vaker tijdens deze campagne zullen we zien dat de waarheid ook hier ergens in het midden ligt…

 

De kampen

Het ja-kamp ziet een bevestiging van het eigen gelijk dat een ja-stem aansluit bij wat de Oekraïners zelf ook willen: verdere toenadering tot Europa. De peiling werd onthaald als ontkrachting van de mythe dat het land ‘hopeloos verdeeld’ zou zijn over de kwestie.

 

Het nee-kamp ziet vooral een methodologisch gammele peiling waar verder geen conclusies aan verbonden moeten worden. Dat het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de International Renaissance Foundation van George Soros viel slecht, maar de voornaamste kritiek heeft te maken met het feit dat de Krim en de separatistische regio’s Loegansk en Donetsk – samen goed voor zo’n 20% van de Oekraïense bevolking – niet zijn meegenomen.


Methodologie

De peiling is zeker niet zonder problemen. De onderzoeksverantwoording is nogal karig (helemaal volgens de criteria van onze peilingpolitie Jelke Bethlehem), maar we zien dat het gaat om een telefonische enquête met een steekproef van N = 800, die volgens de onderzoekers representatief is voor leeftijd, geslacht, urbanisatiegraad en regio. Of is gewogen op deze variabelen om de steekproef representatief te maken of dat de steekproef al representatief was, blijft onduidelijk, maar ik vermoed het eerste.

Non-respons ligt bij telefonische enquêtes vaak schrikbarend hoog, maar wat de non-respons bij deze peiling was wordt om onduidelijke redenen niet vermeld. De kans is dus aanwezig dat de steekproef op relevante demografische, sociaaleconomische en attitudinale variabelen niet representatief is voor de doelpopulatie. En weet wel dat weging op een variabele als leeftijd uitgaat van de aanname dat de jongeren die deelnemen aan het onderzoek representatief zijn voor jongeren in het algemeen (quod non). Hiermee is overigens niet gezegd dat de peiling van GfK onbruikbaar is, want zoals later zal blijken zijn er parallellen met Oekraïens opinieonderzoek van onderzoeksbureau Pew.

Maar de meest in het oog springende beperking is dat de Krim, Loegansk en Donetsk niet zijn meegenomen. Was dat wel gedaan, dan had steun voor het associatieverdrag zonder enige twijfel lager gelegen dan de percentages die GfK rapporteert. Maar ook al hadden alle inwoners van die gebieden aangegeven tegen dat verdrag te zijn, dan nog was een ruime meerderheid van de Oekraïners voor het verdrag geweest, zo berekende Tom van der Meer op Twitter.

 

Voorbij meerderheidslogica

Maar zoals Tom verder in die discussie ook aangeeft is het niet eens zo boeiend of een meerderheid van de Oekraïners voor of tegen het verdrag is. Simpele meerderheidslogica in de context van diepe maatschappelijke scheidslijnen is gevaarlijk, zoals ook Neerlands invloedrijkste politicoloog Arend Lijphart vaak heeft betoogd. Coalitievorming, consensus en machtenspreiding zijn in zo’n situatie te verkiezen boven concentratie van macht in de handen van een simpele meerderheid.

Het is jammer dat de NOS in haar berichtgeving niet heeft aangegeven hoe verschillend de resultaten per regio uitpakken, want GfK heeft dat – met uitzondering van de Krim, Loegansk en Donetsk, maar daarover later meer – wel in kaart gebracht. Daaruit blijkt brede steun voor het verdrag in het noorden en westen en meer gelijkmatige verhoudingen in het zuiden en oosten. Toch is het ook opvallend dat we nergens in de gepeilde regio’s in het zuiden en oosten dezelfde mate van eensgezindheid tégen het verdrag zien als de eensgezindheid vóór het verdrag in het noorden en westen.

 

Picture1

Bron: GfK

 

Krim, Loegansk en Donetsk

Het onderzoek van GfK sluit aan bij eerder onderzoek naar geopolitieke voorkeuren onder Oekraïners uitgevoerd door Pew in april 2015. Pew leunt op een totaal andere onderzoeksmethodologie dan GfK, maar ook hier zijn de Krim, Loegansk en Donetsk niet meegenomen. Uit dat onderzoek uit 2015 blijkt dat 67% van de Oekraïners voorstander is van EU-lidmaatschap en dat 57% sterke banden met de EU wil (tegenover 11% met Rusland en 22% met zowel de EU als Rusland). En ook hier zien we een duidelijk verschil tussen oost en west:

 

Pew1

Bron: Pew

 

Nu blijkt Pew in 2014 een vergelijkbare peiling te hebben uitgevoerd in Oekraïne waarvoor ze de Krim, Loegansk en Donetsk wél hebben meegenomen. Pew schrijft hiervan te hebben afgezien in 2015 omdat ze van mening waren ze de veiligheid van zowel hun interviewers als die van hun respondenten niet konden garanderen. Maar met de peiling van 2014 in de hand kunnen we kijken wat er gebeurt met de resultaten wanneer we Krim, Loegansk en Donetsk weglaten bij de bovenstaande vragen over het aanhalen van de banden met de EU en Rusland. Met de drie regio’s erbij kleurt publieke opinie in het oosten iets (+/- 10%) ten faveure van Rusland ten koste van de EU, maar de verschuivingen zijn niet bijster groot.

 

Pew2

Bron: Pew

 

Kortom…

Dus wat als GfK de Krim en de Donbass wél had meegenomen? Dan was algemene steun voor het associatieverdrag zonder enige twijfel lager geweest, maar nog altijd had een ruime meerderheid van de Oekraïners het verdrag gesteund. Publieke opinie over het verdrag in het oosten blijft sterk verdeeld (zie nogmaals de bovenstaande kaartjes van GfK) en met de resultaten van Pew in het achterhoofd lijkt het niet onwaarschijnlijk dat een meerderheid van de bevolking in Loegansk, Donetsk en op de Krim tegen het verdrag zou zijn. Toch zien we ook in die regio’s best wat steun voor verdere toenadering tot de EU.

Al met al hebben zowel het ja- als het nee-kamp ergens wel een punt, maar ligt de waarheid toch weer in het midden. Als politicoloog waren de afgelopen weken leerzaam. Als zwevende kiezer snak ik naar donderdagochtend 7 april…

 

About the author

Armen Hakhverdian
Universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam

Related Articles

2 Comments

  1. Jelke Bethlehem

    Interessant artikel. Jammer dat de onderzoeksverantwoording zo summier is. Ik zou wel willen weten hoe het met de respons is. Non-respons bij telefonische peilingen is tegenwoordig heel hoog. Ik vraag me ook af of en hoe er is gewogen. Ik heb een vermoeden dat wegen naar geslacht, leeftijd, gemeentegrootte en regio niet zo effectief is. Is het niet mogelijk om meer info bij GfK te krijgen? Overigens is Pew een Amerikaanse onderzoeksbureau en niet een Oekraïns bureau.

  2. Armen Hakhverdian
    Armen Hakhverdian

    Dat vermoeden heb ik ook. (Ik weet dat Pew geen Oekraïens bureau is, maar wat ik meen te zeggen is dat ze opinieonderzoek onder Oekraïners uitvoeren.)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)