Wederom journalist vermoord in Mexico

2 Comments

Hier volgt een gastbijdrage van Jos Bartman, promovendus in de internationale betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam.

 

Afgelopen zaterdag werd de fotojournalist Ruben Espinosa (31) gemarteld en vermoord in Mexico-Stad. Hoewel Veracruz, de staat waar hij werkte, al lang bekend staat als een onveilige plek voor journalisten, is dit de eerste keer dat een gevluchte journalist uit Veracruz ook in Mexico-Stad niet veilig blijkt te zijn. De moord op Espinosa laat niet alleen zien hoe slecht Mexicaanse journalisten het hebben, maar is ook exemplarisch voor de manier waarop een land als Mexico met politieke dissidenten omgaat. Niemand minder dan onze eigen minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken faalt om dit te doorgronden.  

Volgens Article 19, een organisatie die opkomt voor de vrijheid van meningsuiting en de belangen van journalisten, is Ruben Espinosa de twaalfde journalist uit Veracruz die sinds 2010 is vermoord. Hiermee kan Veracruz zich de meest gevaarlijke staat in Mexico voor journalisten noemen, en is het volgens Reporters Without Borders zelfs één van de meest gevaarlijke gebieden op de aarde.

Terwijl omkoping en bedreiging er al voor hebben gezorgd dat nog maar weinig Mexicaanse journalisten kritische uitlatingen durven te doen over de overheid in Veracruz, wacht hen die dat wel doen vaak hetzelfde lot. Op een onverwacht moment kloppen gemaskerde mannen op de deur, volgt marteling, soms verkrachting, en tenslotte moord. Dat het signaal aan de collega-journalisten helder moge zijn. Het openbaar ministerie van de federale overheid stelt een onderzoek in, waarin direct geconcludeerd wordt dat de journalist op het verkeerde moment op de verkeerde plek was, en dat er geen aanleiding mag zijn om te denken dat de moord is gedreven door politieke motieven.

 

Kritiek op de overheid

Helaas is het tegendeel waar, en zijn de executies van journalisten in Mexico wel degelijk politiek gemotiveerd. De journalisten die in Veracruz worden vermoord tonen slechts één belangrijke overeenkomst: ze hebben kritiek geuit op de statelijke politieke elite en schrijven over zaken als corruptie en onderdrukking door de statelijke overheid.

Dat de moorden op mensen als Ruben Espinosa politiek gemotiveerd zijn, en dat de opdracht tot de moord op deze beroepsgroep vanuit de overheid zelf komen, is dan ook voor de meeste mensen in Mexico volstrekt helder. Mensenrechtenorganisaties als Amnesty International of burgerrechtenorganisaties als Article 19 erkennen dit volledig. In Veracruz werd recent zelfs achterhaald door een onderzoeksjournalistiek medium dat de Veracruz Police State Department een hitlist bijhoudt van activisten en journalisten die een ‘bedreiging’ vormen voor de staat, iets dat niet geheel als een verassing kwam voor de journalistieke gemeenschap in Veracruz. Het lijkt er helaas op dat dat de ernst van de huidige repressie in Mexico nog niet geheel tot beleidsmakers in Nederland of in de internationale gemeenschap is doorgedrongen.

 

Koenders prijst Mexico 

Kijk naar onze eigen minister van Buitenlandse Zaken, die na een bezoek aan Mexico de Mexicaanse overheid royaal prees om de inzet voor mensenrechten in de wereld. Nadien meldde minister Koenders in een persbericht van de rijksoverheid dat Nederland en Mexico steeds vaker ‘op één lijn liggen’ qua politieke ambities. ‘Zo wil Mexico een grotere bijdrage gaan leveren op het gebied van VN-vredesmissies en zo meer verantwoordelijkheid nemen voor vrede en veiligheid in de wereld,’ aldus het persbericht.

Dat een land dat geteisterd wordt door politieke moorden, corruptieschandalen, en verwevenheid tussen politiek en georganiseerde misdaad qua politieke ambities ‘steeds meer op Nederland lijkt’ is natuurlijk een nogal ongelukkige uitspraak van de minister. Maar de minister gaat nog verder door tot slot te noemen dat hij de Mexicaanse strijd tegen de internationale drugsproblematiek ‘bewonderenswaardig’ vindt. Dit terwijl talloze journalisten die in gebieden als Veracruz schrijven over de verwevenheid van de Mexicaanse overheid en drugskartels, net als Ruben Espinosa, op gruwelijke wijze zijn vermoord.

De uitspraken van Koenders laten zien dat het waarschijnlijk niet een land als Nederland is dat Mexico zal aanspreken op de structurele vervolging van journalisten. De vraag is dan wie dat wel gaat doen. Mensenrechtenorganisaties en nongouvernmentele organisaties zijn minder te spreken over de politieke ambities van Mexico dan Koenders, en doen in veel gevallen wel hun best om te de overheid onder druk te zetten. Dit blijkt echter bijzonder lastig, aangezien repressie vaak heel decentraal wordt uitgevoerd door politici uit deelstaten en de federale overheid hun collega-politici, vaak ook nog eens onderdeel van dezelfde partij, de hand boven het hoofd houden. Op halfslachtig uitgevoerde onderzoeken volgt vaak vrijspraak.

 

Het meten van vrijheid 

Ondanks de inzet van mensenrechtenorganisaties laten ook nongouvernmentele organisaties zien dat het misvatten van overheidsrepressie structureel voorkomt. De meest invloedrijke ‘democracy watchdog’, het Amerikaanse Freedom House, evalueert Mexico bijvoorbeeld als een middenmoter als het gaat om de staat van burgerrechten en politieke vrijheden. Dit in tegenstelling tot China of veel landen uit de Arabische wereld die notoir slecht uit de bus komen. Freedom House begaat hier dezelfde fout als Koenders: beiden richten zich voornamelijk op het officiële overheidsbeleid en niet op de daadwerkelijke praktijk.

De indices van Freedom House gaan uit van de wettelijke vrijheden die burgers hebben om vrij te participeren in verkiezingen of de wettelijke vrijheid van meningsuiting die journalisten hebben. In Mexico zijn die grondrechten inderdaad goed vastgelegd, maar de naleving laat echter flink te wensen over. Het gevolg is dat een land als China, dat politieke opponenten vervolgt via officiële wetgeving, veel slechter uit de bus komt dan een land waar journalisten in hun huis eigen woning door gemaskerde mannen worden gemarteld en vermoord. De oorzaak van vervolging is in beide gevallen een fundamentele intolerantie ten opzichte van politieke oppositie.

Zowel Freedom House als minister Koenders zijn dus overdreven positief over landen die vooral lippendienst bewijzen aan fundamentele vrijheden. Ook in een land als India, dat het al helemaal goed doet volgens Freedom House, voltrekt zich een soortgelijke dynamiek. Burgerrechten en mensenrechten zijn formeel gewaarborgd, maar worden op doordachte manieren geschonden. Zo worden er in India regelmatig linkse activisten vermoord, maar gebeurt dit door middel van ‘fake encounters.’ Volgens Amnesty International betekent dit dat er een ‘shout-out’ in scene wordt gezet en de desbetrefende politieke activist dood wordt gevonden. In werkelijkheid ging het om de executie van een ongewapende politieke dissident. Ook hier zijn vaak lokale en regionale politici bij betrokken en vermijdt de federale overheid de vervolging van de desbetreffende politici.

 

Repressie als fundamentele intolerantie

In landen waar politici niet de formele middelen hebben om repressie van politieke dissidenten uit te voeren beschikt de overheid over een grote trucendoos om tegenstanders alsnog het leven zuur te maken. De daders halen van alles uit de kast om aansprakelijkheid voor repressie te ontlopen, vaak in nauwe samenwerking met criminele organisaties, terwijl nationale politici een oogje toeknijpen. Ondertussen krijgen deze landen complimentjes vanuit de Westerse wereld en leiden ze organisaties als Freedom House om de tuin.

Het begin van een oplossing zou zijn om overheidsrepressie in zijn meest fundamentele zin te onderscheiden van de manifestatie ervan. Ik zou dan ook willen voorstellen om politieke repressie te definiëren als intolerantie voor politieke oppositie, ongeacht op welke manier die zich manifesteert. Anders blijven we maar nieuwe en meer geavanceerde vormen van repressie over het hoofd zien.

About the author

Related Articles

2 Comments

  1. Bob Lagaaij

    Uitstekende bijdrage. En wat is die Koenders blind. Of gestuurd door politiek-bestuurlijke ambitie. Wie zal ‘t zeggen.

  2. Frank van Kesteren

    Nu pas gelezen, uitstekend stuk Jos! Laat zowel het falen van de instrumenten om mensenrechten te meten als de impasse op internationaal politiek gebied zien om daadwerkelijk verandering te faciliteren. Wat betreft het eerste ben ik bang dat jouw definitie echter ook weer tot een gelimiteerd aantal parameters zal leiden, waar mensen als Koenders zich achter zullen blijven verschuilen.

    Maar blijf doorgaan, dit hebben we nodig!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)