Wie is die anti-immigratiekiezer eigenlijk?

No Comment

Het nieuwe asielplan van de VVD is, om het eufemistisch te stellen, niet bepaald onopgemerkt gebleven. Eén van de bedoelingen van het naar buiten brengen van dit radicale voorstel lijkt te zijn geweest het verschil met coalitiegenoot PvdA eens goed aan te zetten. Maar veel belangrijker voor de partij is waarschijnlijk het doel de anti-immigratiekiezer voor zich te winnen. Kiezers met sterk negatieve opvattingen over immigratie zijn over het algemeen geneigd op de PVV te stemmen. Met haar voorstel hoopt de VVD deze kiezers naar zich toe te lokken.

Een goed moment om eens even stil te staan bij de groep kiezers waar het hier om draait. Wie zijn die mensen die zo sterk voorstander zijn van een streng immigratiebeleid? Waar komen hun opvattingen vandaan?

In een recentelijk gepubliceerd overzichtsartikel gaan de politicologen Jens Hainmueller en Daniel Hopkins in op de vraag hoe opvattingen over immigratie tot stand komen. Ze hebben ongeveer 100 studies over immigratieopvattingen in West-Europa en Noord-Amerika naast elkaar gelegd en bekeken wat nu de belangrijkste conclusies zijn. Ze hebben zich daarbij gericht op onderzoek door politicologen, sociologen, psychologen en economen. De twee belangrijkste conclusies:

 

Conclusie 1: negatieve opvattingen over immigratie komen nauwelijks voort uit de verwachte impact op de eigen economische situatie

Lange tijd gingen onderzoekers er van uit dat opvattingen over immigratie voor een groot gedeelte voortkomen uit eigenbelang. Het idee was dat de komst van laaggeschoolde migranten zou leiden tot een groter aanbod van laaggeschoolde arbeid, en dit weer zou zorgen voor meer werkloosheid en lagere lonen voor laagopgeleide ‘gevestigde’ Nederlanders. Mensen met een lagere opleiding en een lager inkomen zouden zich daarom feller tegen immigratie keren. Onderzoek laat echter keer op keer weer zien dat iemands sociaaleconomische positie nauwelijks van invloed is op zijn of haar opvattingen over immigratie. Alleen iemands opleiding lijkt een verschil te maken: mensen met een hogere opleiding zijn positiever over immigratie. Onderzoek wijst echter uit dat dit niet zoveel te maken heeft met de positie op de arbeidsmarkt van deze hogeropgeleide mensen, maar met het feit dat mensen die een hogere opleiding hebben genoten tijdens hun opleiding vaak ook meer in aanraking zijn gekomen met progressieve en kosmopolitische waarden.

 

Conclusie 2: negatieve opvattingen over immigratie komen vooral voort uit de verwachte impact op de samenleving in zijn geheel

Negatieve opvattingen over immigratie komen dus niet zozeer voort uit eigenbelang. Ze zijn vooral het gevolg van zorgen over de samenleving in zijn geheel. Zo worden hoogopgeleide migranten over het algemeen positiever bejegend omdat verwacht wordt dat zij een positieve bijdrage kunnen leveren aan de economie. Tegelijkertijd bestaat bij veel mensen de angst dat lager opgeleide migranten geen werk zullen vinden en daardoor een grote last zullen vormen voor de verzorgingsstaat. Ook lijkt het erop dat immigranten die dezelfde taal spreken veel positiever worden beoordeeld dan immigranten die een andere taal spreken – simpelweg omdat zij hierdoor cultureel gezien beter bij hun nieuwe samenleving zouden passen. Zowel economische als culturele overwegingen lijken dus een rol te spelen.

Uit een in Nederland uitgevoerd experiment (zie hier, paywall) blijkt dat mensen negatiever zijn over immigranten die cultureel niet bij hun nieuwe samenleving passen (bijvoorbeeld omdat ze de taal niet spreken) dan over immigranten die economisch gezien niet goed zijn geïntegreerd. Toch moeten we voorzichtig zijn met snelle conclusies. Het kan bijvoorbeeld zijn dat mensen niet zozeer vanwege culturele overwegingen positiever zijn over immigranten die dezelfde taal spreken, maar omdat ze verwachten dat deze migranten een grotere economische bijdrage zullen leveren aan de samenleving. Cultuur en economie zijn niet zo makkelijk uit elkaar te halen…

 

Ook allerlei andere factoren, waarover nog niet zoveel bekend is, spelen een rol.

Er zijn nog een hele hoop andere factoren die een rol spelen. Zo lijkt het er bijvoorbeeld op dat mensen die sterker geneigd zijn in stereotypen te denken of eerder vooroordelen hebben ook eerder negatief staan tegenover immigratie. Daarnaast blijken ook media en de retoriek van politici van grote invloed te kunnen zijn op iemands opvattingen op dit vlak. Mensen die zich sterk met een bepaalde politieke partij identificeren zijn bijvoorbeeld ook geneigd om de opvattingen van deze partij over te nemen zodra die opvattingen veranderen. Naar deze factoren is nog relatief weinig onderzoek gedaan.

Maar wat we volgens de auteurs van het overzichtsartikel in ieder geval wel alvast kunnen concluderen is dat de anti-immigratiekiezer geen egoïstische lageropgeleide is die alleen maar bezig is met zijn eigenbelang. Het is juist iemand die bezorgd is om de samenleving in zijn geheel.

Of die zorgen terecht zijn is natuurlijk een tweede.

 

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)