Wilders krijgt nog succes in Europa

No Comment

Dit stuk verscheen eerder in NRC Handelsblad.

In een interview afgelopen weekend in deze krant verheugde Marine Le Pen, leider van het radicaal-rechtse Front National (FN) in Frankrijk, zich op een ‘intensieve samenwerking’ met Geert Wilders. Ze hoopt tijdens de campagne voor de verkiezingen voor het Europees Parlement samen op te trekken met de PVV en andere gelijkgestemde partijen, zoals de FPÖ in Oostenrijk en het Vlaams Belang (VB) in België.

Radicaal-rechtse partijen flirten al geruime tijd met elkaar. Wilders heeft de laatste maanden veel foto’s met leiders van gelijkgestemde partijen de wereld in getwitterd.In het verleden zijn radicaal-rechtse samenwerkingsverbanden in het Europees Parlement telkens op mislukkingen uitgelopen. In 2007 werd daar de fractie Identiteit, Traditie en Soevereiniteit opgericht – een samenwerkingsverband van onder andere Front National en Vlaams Belang. Tien maanden later viel de groep weer uiteen. Een aangesloten Roemeense partij zegde de samenwerking op nadat Alessandra Mussolini (kleindochter van) had gezegd dat ‘Roemenen van criminaliteit een levenswijze maken’. Nu zijn de meeste radicaal-rechtse partijen in het Europees Parlement niet aangesloten bij een fractie.

Deze mislukkingen zijn niet vreemd. De radicaal-rechtse partijen hebben namelijk uiteenlopende ontstaansgeschiedenissen. Sommige partijen, zoals het Front National, bestaan al sinds de jaren zeventig en zijn voortgekomen uit fusies tussen extremistische bewegingen. Andere partijen, zoals de PVV, zijn nog relatief jong en ontstonden uit gevestigde liberale partijen. Ook inhoudelijk verschillen de radicaal-rechtse partijen op veel vlakken sterk. Het Front National is in het verleden beschuldigd van antisemitisme, terwijl Wilders juist sterk pro-Israël is. Bovendien hebben veel radicaal-rechtse partijen tot nu toe samenwerking afgehouden uit angst geassocieerd te worden met partijen die elders als paria’s worden neergezet. Ten slotte waren veel politici van radicaal-rechtse partijen op zijn zachtst gezegd markante persoonlijkheden die elkaar nog weleens in de haren wilden vliegen (zie het Mussolini-voorbeeld).

Toch zou het deze keer anders kunnen lopen. Partijen als het Front National en de PVV zijn steeds meer op elkaar gaan lijken. Politicoloog Cas Mudde heeft laten zien dat radicaal-rechtse partijen flink wat ideologische eigenschappen met elkaar delen. Ten eerste zijn ze allemaal sterk nationalistisch. Ten tweede koppelen ze dit nationalisme aan een xenofoob gedachtengoed; ‘gevaarlijke anderen’ – zoals bijvoorbeeld immigranten of mensen met een andere etnische achtergrond of een andere religie – worden gezien als bedreigingen voor de natie, en worden daarom buitengesloten. Ten derde zijn alle radicaal-rechtse partijen autoritaristisch. Dat betekent dat ze vinden dat de samenleving geordend moet worden door strenge regels, en dat overtredingen van die regels streng gestraft dienen te worden. Ten vierde zijn vrijwel alle rechts-radicale partijen in West-Europa populistisch – ze vinden dat het ‘goede’ volk wordt uitgebuit door een ‘slechte’ elite – en laten ze, ten slotte, zeer Eurosceptische geluiden horen.

De mate van inhoudelijke gelijkenis tussen de radicaal-rechtse partijen blijkt ook wanneer we ze vergelijken met andere rechtse partijfamilies. De politicoloog Laurenz Ennser heeft laten zien dat radicaal-rechts een homogenere groep vormt dan de liberale partijfamilie en vergelijkbaar is met die van de conservatieven. Dus als de liberalen en conservatieven inhoudelijk kunnen samenwerken, waarom zou radicaal-rechts dat dan niet kunnen?

Er lijken dus voldoende aanknopingspunten te zijn voor een vruchtbaar samenwerkingsverband. Zolang Wilders, Le Pen en de andere leiders elkaar niet in de haren vliegen zou dat best weleens van langduriger aard kunnen zijn dan in het verleden.

Ik vermoed dat radicaal rechtse leiders van de huidige generatie makkelijker met elkaar door een deur kunnen dan vorige generaties. Wilders en Marine Le Pen zullen waarschijnlijk eerder tot samenwerking in staat zijn dan, bijvoorbeeld, de stugge Hans Janmaat van de Centrumdemocraten en de dikwijls van racisme beschuldigde Jean-Marie Le Pen, oud-FN-leider en vader van Marine.

En wat je inhoudelijk ook van de standpunten van deze partijen vindt, uit puur democratisch oogpunt zou samenwerking op radicaal-rechts een goede ontwikkeling zijn. Er zijn veel kiezers in heel Europa die de opvattingen van deze partijen delen – met name de standpunten over immigratie en Europese integratie. Zij verdienen het om gerepresenteerd te worden door een goed functionerend samenwerkingsverband in het Europees Parlement.

 

About the author

Matthijs Rooduijn
Matthijs Rooduijn is politiek socioloog en werkt als universitair docent bij de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Hij doet onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de opkomst van populistische en radicale politieke partijen, kiesgedrag en publieke opinie.

Related Articles

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked (required)