Het aantal grappen en grollen op 1 april was – begrijpelijkerwijze – minder dan gewoonlijk door het Corona virus. Daar staat tegenover dat het in digitale tijden soms permanent 1 april lijkt. Wie en wat te geloven met al die misinformatie die op het internet rondwaart? En wat is er gebeurd met de verwachting van nog niet eens zo lang geleden dat het internet informatie vrij en toegankelijk zou maken, kennis zou verspreiden en ons allen wijzer zou maken?

De Coronacrisis bevestigt voor een gedeelte het recente pessimisme over de impact van digitalisering. Ook nu gooien Russische trollenfabrieken olie op het vuur en pompen zij desinformatie rond op het internet. En via Facebook, Instagram, WhatsApp en Twitter sturen mensen elkaar, vaak goed bedoeld, allerlei dubieuze berichten door waarvan de herkomst niet altijd even helder is en de inhoud soms ronduit misleidend. Breng een paar uurtjes door op de sociale media en je durft nooit meer de deur uit te gaan, zoveel rampscenario’s ben je al tegengekomen.

Maar deze crisis blaast gek genoeg ook de belofte van het internet nieuw leven in voor wie het wil zien. Het is de zilveren lijn rondom de donkere wolken boven ons hoofd.

Allereerst lijkt de expert terug van weggeweest. Het internet veranderde de context van waarheidsvinding. Het vergrootte de verspreiding van informatie en maakte het mogelijk voor burgers om de traditionele poortwachters van politiek, wetenschap en journalistiek te omzeilen. Hierdoor ontstond een ander reputatiemechanisme waarbij mensen minder afhankelijk waren van gevestigde instituties om te bepalen wie zij willen geloven en vertrouwen. De keerzijde hiervan is dat de reputatie van deze gevestigde instituties onder druk kwam te staan, zoals we zagen bij het RIVM ten tijde van de stikstofcrisis en boerenprotesten. Tijdens de Coronacrisis zien we echter traditionele instituties gezag en vertrouwen herwinnen, in ieder geval onder flinke delen van de bevolking. Het reputatiemechanisme gaat richting een nieuw evenwicht tussen politiek, wetenschap en journalistiek. Nu met het RIVM als ‘influencer’.

Ten tweede laat het onderwijsveld momenteel over de hele breedte zien hoe digitalisering online kennisoverdracht kan ondersteunen. Basisschoolleraren die online hun leerlingen bij de les houden, middelbare scholen die via het internet toetsen afnemen en universitair docenten die in virtuele ruimtes hun colleges en werkgroepen voortzetten. Ook hier gaat het om een combinatie van nieuwe technologie en vertrouwen in mensen van traditionele instituties. We zien een klassieke sector die, misschien noodgedwongen, niet bang is om te experimenteren met nieuwe digitale vormen. Dit is niet alleen letterlijk een schoolvoorbeeld van wat er met behulp van digitale technologie mogelijk is, maar ook van het belang van toegewijde mensen. Ook, of misschien wel juist, in digitale tijden blijft menselijk contact van belang om kritisch burgerschap bij toekomstige generaties te stimuleren.

Ten derde laat deze tijd van thuisquarantaine, thuisonderwijs en thuiswerk zien wat de enorme invloed is van de digitale infrastructuur op ons gedrag. Deze infrastructuur geeft mede vorm aan onze interacties. De aanwezigheid van sociale media en videoverbindingen als Google Hangouts Meet, Skype en Zoom maakt niet alleen mogelijk dat wij met elkaar communiceren, maar bepaalt mede hoe wij met elkaar communiceren. Dat vergt uiteraard waakzaamheid om machtsmisbruik van deze digitale infrastructuur te voorkomen, maar het biedt ook kansen. Een belangrijke les is dat deze infrastructuur deels nù wordt ontworpen. Als we willen meebeslissen over de invloed van het internet op hoe wij informatie vergaren, kennis overdragen en samen naar de waarheid zoeken, zullen we moeten meedenken met de ontwerpers die deze infrastructuur vormgeven.

Kort samengevat biedt de Coronacrisis de samenleving naast een hoop ellende dus ook een spoedcursus waarheidsvinding. Hoe kunnen we het beste samen blijven zoeken naar waarheid? En welke structuren kunnen dit het beste faciliteren? Dit zal een leerproces zijn van vallen, opstaan en weer doorgaan. Maar of we als samenleving de belofte van het internet waarmaken hebben we zelf in de hand.

Op 2 april verscheen van deze auteurs de geredigeerde bundel Doen, durven, of de waarheid? Democratie in digitale tijden bij Amsterdam University Press.