
De afgelopen weken struikelden we over het alarmerende nieuws over sociale media. De manosfeer is mainstream geworden. Tijdens verkiezingen neemt de online manipulatie snel toe. Valse beelden overspoelen het internet. In een verontrustend rapport stelt het Commissariaat voor de Media deze week dat sociale media – en in het bijzonder algoritmische aanbevelingen – een gevaar zijn voor onze democratie. Vaak wordt gezegddat de invloed van big tech-bedrijven op onze informatievoorziening en publieke ruimte zeer groot is. Vanuit een normatief perspectief is er daarom enorm veel voor te zeggen om deze invloed aan banden te leggen en het rapport doet een aantal relevante voorstellen daarvoor. Wij zijn het roerend eens dat we het vooral niet aan big tech zelf moeten overlaten. Toch schuurt er iets aan de alarmistische toon van het huidige publieke debat.
Selectiviteit
Wat deze discussies lastig maakt, is dat het vooral gaat over manipulatie van meningen en polarisatie zonder precies aan te geven wat daarmee bedoeld wordt. Enerzijds wordt vaak door organisaties zoals het Commissariaat voor de Media erkend dat effecten genuanceerd zijn en dat we vooral veel nog niet weten. Anderzijds wordt onder het mom dat “de werkelijke risico’s voor onze democratie groter [zijn] dan wetenschappelijk al heeft kunnen blijken” alles uit de kast gehaald om de negatieve impact van sociale media aan te tonen. Hierbij wordt wetenschappelijk onderzoek selectief gepresenteerd. Er is onevenredig veel aandacht voor studies die deze negatieve effecten vaststellen en er wordt wel heel gemakkelijk omgegaan met begrippen als polarisatie. Zo worden in het rapport van het Commissariaat waargenomen polarisatie door burgers en daadwerkelijke polarisatie gelijkgeschakeld, terwijl uit onderzoek blijkt dat dit twee verschillende fenomenen zijn die sterk van elkaar kunnen afwijken.
Precisie helpt het debat en besluitvorming
De groei aan analyses en de reflecties aan talkshowtafels daarop passen in een bredere trend waarin crisisverhalen over sociale media domineren en zorgwekkende rapporten zich opstapelen. Waakzaamheid is geboden, maar enkel alarmistische en weinig precieze diagnoses helpen niet om tot goede oplossingen te komen. Wetenschappers benadrukken vaak dat de effecten van digitale media vooral tweeledig zijn. Inderdaad: digitale media kunnen polariseren en haat bevorderen, maar in andere gevallen kunnen zij een belangrijke rol spelen bij het aankaarten van maatschappelijke misstanden, het bevorderen van gemeenschapsvorming en het zichtbaar maken van onderbelichte perspectieven en meningen. En heel vaak doen ze in politieke zin ook gewoon heel weinig. Effecten zijn afhankelijk van de context, inhoud, het sociale mediaplatform en de gebruikersgroep. Effecten in een zeer politiek gepolariseerd land als de Verenigde Staten zijn heel anders dan in Nederland. De inhoud op X, waar (negatieve) politieke discussies prevaleren, verschilt sterk van die van TikTok, waar entertainment meer centraal staat. Effecten op de gemiddelde Nederlander zijn anders dan als we kijken naar specifieke groepen in de samenleving die veel gevoeliger zijn voor de gevolgen van sociale mediaberichten. Juist daar is precisie vereist: als we weten voor welke mensen welke berichten negatieve gevolgen hebben, kunnen maatregelen zich daar specifiek op richten. Zo kan haatdragende inhoud leiden tot radicalisering, maar we zien dit in de praktijk alleen gebeuren bij specifieke kwetsbare groepen die specifieke platformen gebruiken. Het overgrote deel van de Nederlandse burgers komt deze inhoud überhaupt niet tegen, laat staan dat zij erdoor wordt beïnvloed.
Er zal voorlopig geen einde komen aan de stroom van kritische rapporten en mediadebatten over digitale platforms en big tech. Dat is prima. Het is echter verleidelijk om grote conclusies te trekken over de rol van digitale media, om in uitersten te redeneren, terwijl de wetenschappelijke inzichten juist een genuanceerder beeld laten zien. Dat is belangrijk, ook in het publieke en politieke debat. Alleen als er ruimte is voor die nuance kunnen burgers zich een realistisch beeld van de problematiek vormen en hun handelen daarop aanpassen. En politici en beleidsmakers kunnen op die manier gerichte maatregelen nemen die een grotere kans hebben op succes. Laten we hopen dat toekomstige analyses de wetenschap wel serieus nemen en zo bijdragen aan deze geïnformeerde discussie en besluitvorming.
