Uit eerder onderzoek over de nationale partijpolitiek weten we dat radicale rechtse partijen het gedrag van mainstream partijen kunnen beïnvloeden en dat ook in belangrijke mate doen. Maar hoe zit dat in het Europees Parlement (EP)?

In een recent verschenen artikel in het Amerikaanse tijdschrift Journal of Politics, hebben we onderzocht hoe de wisselwerking tussen radicaal rechtse partijen en ‘mainstream’ partijen in het EP functioneert. Ons onderzoek toont aan dat de institutionele structuur van het EP ervoor zorgt dat radicale rechtse partijen in het EP veel minder succesvol zijn in het beïnvloeden van gevestigde partijen.

Aanstekelijk radicaal rechts     

De laatste 15 jaar is er steeds meer vergelijkend onderzoek gedaan naar de gevolgen van het toenemende succes van radicaal rechtse partijen. Zo vonden Joost van Spanje en Tarik Abou-Chadi dat gevestigde partijen reageren op radicaal rechts verkiezingssucces door restrictievere posities ten opzichte van immigratie in te nemen. In eerder eigen onderzoek kwam ik tot de bevinding dat het succes van Eurosceptische radicaal rechtse partijen (en in mindere mate ook van radicaal linkse partijen) centrumlinkse en centrumrechtse partijen ertoe zet hun pro-Europese posities bij te stellen. Zo proberen mainstream partijen het alleenrecht van hun radicale tegenhangers over onderwerpen als immigratie en Europese integratie te verzwakken. Een treffend voorbeeld hiervan is de recente anti-immigratie retoriek van de Deense Sociaaldemocraten (Socialdemokraterne). Zulke verschuivingen worden veelal gezien als een poging om de positie van de radicaal rechtse Deense Volkspartij (Dansk Folkeparti) te verzwakken.

Parlementaire invloed van radicaal rechts

Dergelijk bewijs voor de aanstekelijkheid van radicaal rechts beperkt zich echter niet tot positieverschuivingen voor electoraal gewin. Onderzoek uit verschillende Europese landen, waaronder Nederland, Denemarken en België, toont aan dat radicaal rechtse partijen invloed hebben op hoeveel andere partijen over migratievraagstukken praten in het parlement.

Radicaal rechtse partijen kunnen dus gezien worden als agenda-setters: wanneer zij het immigratie issue benadrukken in hun parlementaire vragen, dan volgen de mainstream partijen hen. Deze dynamiek worden in de politicologische literatuur ook wel issue competition genoemd. Ook hier wordt het aanstekelijke effect van radicaal rechtse partijen verklaard door het feit dat radicaal rechtse partijen een electorale bedreiging vormen. Het parlementaire ‘spel’ is daardoor – zeker in landen met proportionele kiesstelsels – een voortzetting van het ‘verkiezingsspel’. 

Meer vragen over migratie

Hoe zit dat nu in het Europees Parlement. Je zou verwachten dat radicaal rechtse partijen steeds meer invloed hebben omdat ze steeds groter worden in het EP, zoals Figuur 1 aantoont.

Figuur 1: Aantal radicaal rechtse Europarlementariërs per Europese partijgroep voor de laatste drie EP termijnen.

Om te onderzoeken of radicaal rechtse partijen ook in het Europees parlement mainstream partijen kunnen beïnvloeden hebben Harmen van der Veer en ik een inhoudsanalyse uitgevoerd op 122,041 parlementaire vragen die tussen augustus 2004 en februari 2016 in het EP gesteld werden. De inhoudsanalyse toonde aan dat daarvan 11,347 vragen over migratie-gerelateerde onderwerpen gingen. Figuur 2 toont het percentage van het aantal immigratie-gerelateerde parlementaire vragen per partij groep per EP-termijn. We zien dat radicaal rechtse Europarlementariërs steeds meer over het migratievraagstukken spreken en dit veel meer doen dan Europarlementariërs uit andere partij groepen.

Figuur 2: Percentage van het aantal immigratie-gerelateerde parlementaire vragen per partij groep per EP termijn.

Geen invloed op mainstream

Maar kunnen radicaal rechtse Europarlementariërs dan ook het debat in het EP sturen richting immigratie-gerelateerde kwesties? Kort gezegd: nee. Onze onderzoeksresultaten tonen aan dat gevestigde partijgroepen (zoals de centrumrechtse Europese Volkspartij, de Socialisten & Democraten en de liberale ALDE fractie) zelfs structureel minder over immigratie-onderwerpen praten nadat radicaal rechtse Europarlementariërs dat deden. Over het algemeen vinden we dus geen bewijs voor de veronderstelling dat radicaal rechtse partijen het debat in het EP bepalen.

Verklaring: een ongewoon parlement

Hoe kunnen we deze beperkte invloed van radicaal rechts op de Europese parlementaire agenda verklaren? Wij beargumenteren dat dit komt door de bijzondere institutionele structuur van het EP.

In vergelijking met andere parlementen is het EP een ongewoon parlement. In de nationale politiek krijgen interacties tussen politieke partijen in het parlement regelmatig media-aandacht. Zo worden de machtsverhoudingen uit de dagelijkse parlementaire politiek relevant voor de meningsvorming van kiezers. Over het dagdagelijkse parlementaire gebeuren in het EP krijgen kiezers daarentegen weinig te zien.

Niet alleen is er minder media-aandacht voor de politiek in het Europees Parlement, Europarlementariërs werken ook voornamelijk samen binnen Europese partijgroepen. Niet de nationale partij, maar de partijgroepen sturen met name de dagelijkse EP-politiek – ver van het oog van de kiezers.De partijgroepen bepalen echter niet of een Europarlementariër op een herkiesbare plek komt te staan bij de volgende Europese verkiezingen. Daar hebben de nationale partijen het voor het zeggen. We stemmen tijdens Europese verkiezingen immers op nationale partijen. Dit zorgt dus voor de aparte situatie dat het parlementair gedrag van Europarlementariërs veel minder relevant is voor hun herverkiezing.

Bovendien hebben de Europese partijgroepen in het EP veel minder te vrezen van radicaal rechts. Radicaal rechts wordt weliswaar steeds groter in het EP, zo ook tijdens de recente Europese verkiezingen, de gevestigde partijen hebben toch altijd een duidelijke meerderheid gehad. Tot voor kort hadden zelfs de centrumrechtse EVP en de centrumlinkse S&D samen de meerderheid in het parlement. Ze vormden zo een stabiel blok dat zonder veel problemen het EP in door hun gewenste banen kon leiden.

De ‘mainstream’ partijgroepen genieten bovendien ook van een grote informele macht in het Europese besluitvormingsproces aangezien veel politici in de Europese Commissie of ook politici uit nationale regeringen in de Raad van Ministers van partijen stammen die lid zijn van de EVP, S&D of ALDE. Het is dus in het belang van deze mainstream partijgroepen om de controle te bewaren over de parlementaire agenda. En omdat de Europese parlementaire arena dus losgekoppeld is van de Europese electorale arena, hebben de mainstream partijgroepen ook de mogelijkheid om dat succesvol te doen.

Conclusie: het gaat om de stemmen

Wat zeggen deze resultaten nu over de invloed van radicaal rechts en wat zegt het over het EP? Ten eerste, suggereren de resultaten dat electorale motieven de drijfveren achter het reageren op radicaal rechts zijn. Het zou natuurlijk in principe zo kunnen zijn dat mainstream politici oprecht meer belang gaan hechten aan het immigratie-onderwerp als radicaal rechtse politici dat doen en dus niet uit strategische overwegingen hun gedrag aanpassen. Als dat het geval was, dan zouden we eigenlijk dezelfde effecten in het EP en in de nationale context zien. Ons onderzoek suggereert dus sterk dat mainstream partijen reageren op radicaal rechtse partijen om stemverlies te voorkomen.

Ten tweede zeggen onze resultaten veel over de aard van de parlementaire democratie in het EP. De overmacht van de gevestigde partijgroepen lijkt ervoor te zorgen dat er minder interactie nodig is tussen partijgroepen in het EP dan tussen partijen in nationale parlementen. Het is natuurlijk niet zo dat de EVP en de S&D het altijd over alle wetgeving unaniem eens zijn, maar voor een groot deel stemmen ze wel samen. In het nieuwe, negende Europees parlement dat onlangs verkozen is wordt deze dominantie van mainstream partijen overigens wel minder. De EVP en de S&D genieten niet meer van een meerderheid met z’n tweeën. Ze zullen dus in meerdere mate met hulp van andere partijgroepen meerderheden moeten gaan zoeken. Dat betekent dus ook dat ze meer naar elkaar moeten luisteren. Dat alvast goed nieuws voor de Europese democratie.

Foto door pvdafryslanofficial, License.