Sywert van Lienden, politiek commentator bij krant, radio, en tv, was gisteravond bij DWDD aangeschoven om mee te discussiëren over de vermeende zelfcensuur van Nederlandse media in het huidige vluchtelingendebat. Hij was op een Nederlands onderzoek uit 2008 gestuit waaruit zou blijken dat één op de twintig allochtonen verdacht wordt van zedendelict, en vertaalde dat één-op-één naar de huidige vluchtelingencrisis.

In zeer korte tijd ging zeer veel fout. Het aandeel zedenverdachten werd met een factor 18 tot 50 overschat. De statistieken hadden niet eens betrekking op vluchtelingen. En het onderzoek had grote verschillen tussen migranten getoond. De uitkomsten waren bovendien niet genegeerd door de media.

Van Lienden toonde na afloop op zijn blog de cijfers waar hij zich op had gebaseerd, en erkende een deel van de fouten. Maar die fouten gingen aanzienlijk verder dan een vergeten nulletje. Tijd voor een kleine deconstructie.

Letterlijk zei Van Lienden het volgende:

“Het gaat om tussen 1 op de 20 en 1 op de 30 allochtonen die verdacht zijn van zedendelicten. Natuurlijk, als je dan het hebt over een migratiecrisis, moet je het daarover kunnen hebben. Als je het hebt over de 200.000  alloch…migranten die Diederik Samsom hier naar binnen wil laten,  dan heb je het dus over 10.000 zedendelinquenten. Mensen die verdacht worden. Dan heb je het alleen nog maar over mensen die aangifte gaan doen. Dat zijn echt hele grote getallen. Het punt is: Dat is een heel ongemakkelijke waarheid, dat met migratie ook dit type criminaliteit meekomt. Ik heb nog nergens kunnen lezen dat we ons moeten voorbereiden op zo’n golf, behalve bij Wilders. Die had het dan over testosteronbommen vorig jaar in het parlement. Iedereen sprak daar schande van. Ik ook bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Maar ergens, als je gewoon de naakte waarheid of de naakte statistiek erop los laat, zijn dit wel de getallen. En ik lees het niet in enige krant.”

 

Waar gaat het fout?

  1. Allereerst, wanneer we deze uitspraken naast de geraadpleegde tabellen leggen, zien we niet dat 1 op de 20 tot 1 op de 30 migranten zedenverdachte is. Uit de studie blijkt dat het gaat om 1 op de 370 (onder migranten uit de Antillen), 1 op de 700 (onder migranten uit het Midden Oosten) en 1 op de 1000 (onder migranten uit Turkije). Wat er mis is gegaan, is evident: Van Lienden heeft de tabel met algemene criminaliteitscijfers verwisseld met de tabel die specifiek inzoomt op zedendelicten. Dat leidde tot een vertekening met een factor 18, of 33, of zelfs 50.
    Daardoor gaat het *gegeven* deze extrapolatie op basis van Samsom’s 200.000 niet om 10.000 (5%) verdachte zedendelinquenten die naar Nederland komen maar om 200 tot 300 (0,1% tot 0,15%). Dat verschil is zelfs nog meer dan wat Van Lienden zelf na afloop op zijn blog schrijft: ‘ik zat er in de uitzending geloof ik een 0 naast’. Het was in ieder geval niet ‘de naakte waarheid of de naakte statistiek (…) de getallen’ wat miljoenen kijkers werd voorgeschoteld.
    Van elke 10.000 migranten uit het Midden Oosten zijn volgens dit onderzoek 9985 geen zedendelinquent (of beter: verdachte). Het beeld van een enorme horde potentiële zedendelinquenten wordt door dit onderzoek dus niet gestaafd.
  2. Maar zelfs die gecorrigeerde extrapolatie is ongepast. De studie gaat namelijk over migranten in het algemeen, niet over vluchtelingen. Ik weet niet of extrapolatie zou leiden tot een overschatting of juist een onderschatting van het probleem, want ik heb geen handvaten om dat op basis van deze studie te bepalen en ben evenmin een expert op dit onderwerp. Ik zie wel grote verschillen tussen etnische groepen in dit onderzoek, wat mij in elk geval huiverig maakt tot extrapolatie van de slechtst scorende groep migranten naar de vluchtelingen, van Antillianen in Nederland naar Syrische vluchtelingen. De recent verschenen studie van WRR, SCP en WODC naar de integratie van asielmigranten laat in ieder geval zien dat het uitsplitsen van verschillende migrantengroepen van groot belang is bij het verklaren van criminaliteitsstatistieken.
  3. Het onderzoek waar Van Lienden zich op baseert heeft wel degelijk de media gehaald. Sterker nog, al in 2008 had de Gelderlander er verslag van gedaan (zie lexisnexis; hier indirect bewijs via nl), dat zowel de oververtegenwoordiging van Nederlanders bij kindermisbruik noemde als de oververtegenwoordiging van migranten bij andere aanrandingen en verkrachtingen. En eergisteren werd datzelfde onderzoek nog aangehaald in de Volkskrant, nota bene met interview met één van de onderzoekers.

 

Er valt een bredere discussie te voeren.

Problemen moet je kunnen benoemen, heet het dan (ik zou liever spreken van beschrijven en vervolgens verklaren). En daar ben ik het mee eens. Juist daarom ben ik groot voorstander van het gebruik van statistieken in het immigratiedebat; inclusief statistieken die voorkeuren en gedrag uitsplitsen naar etnische afkomst. Zo zijn migranten blijkens dit onderzoek wel degelijk overgerepresenteerd in niet alleen de Nederlandse criminaliteitscijfers (waar de 1 op de 20 vandaan komt, althans onder Antillianen) maar ook in de cijfers rond zedenverdachten. Er zijn op basis van deze cijfers heel zinvolle discussies te voeren over die overrepresentatie, maar ook over de verschillen naar etnische afkomst en delict, en vooral over de mogelijke oorzaken daarvan. Ik heb me daar als onderzoeker nooit mee bezig gehouden, dus ik kan me daar ook niet over uitlaten, maar de zojuist genoemde studie van SCP, WRR en WODC is een voorbeeld van hoe het ook kan.

Het is dan ook onbegrijpelijk dat een correctie van evident onjuiste statistieken direct wordt begrepen als een poging tot relativering van het probleem.

@TomWGvdMeer @dwdd Valt me tikkie tegen van reacties. Alsof deze cijfers niet reden zijn tot bezorgdheid, maar juist tot vreugde.

— Sywert van Lienden (@Sywert) January 12, 2016

Je hoeft de overrepresentatie van migranten in Nederlandse criminaliteitscijfers niet te ontkennen om te vinden dat het debat met feitelijk juiste argumenten moet worden gevoerd.

Ik heb geen enkele behoefte om kloppende statistieken te relativeren. Ik heb er wel behoefte aan om die statistieken te begrijpen en te duiden. En ik heb vooral behoefte aan expertise.