
Onlangs verscheen Veelstemmig, het rapport van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) over de Tweede Kamerverkiezingen van oktober 2025. Dit blog is gebaseerd op ons hoofdstuk daaruit. Het hele rapport is hier te vinden.
Lange tijd werd de kiesgerechtigde burger in kiezersonderzoek geschapen naar het beeld van Anthony Downs. De rationele kiezer, of althans het ideaaltype ervan, verzamelde in de aanloop van verkiezingen relevante informatie over aanwezige opties, bepaalde in een kosten-batenanalyse welke optie het meeste nut zou opleveren, en bracht de stem uit op die kandidaat of partij waarvan het meeste nut werd verwacht. Kil en klinisch.
Bij Downs en vele kiezersonderzoekers eindigt het bij deze keuze. Zelden wordt er gekeken hoe de kiezer vervolgens reageert, niet zozeer in termen van rationele overwegingen maar van emoties, die kunnen doorwerken bij toekomstige keuzen. Is de kiezer gelukkig of tevreden met of misschien teleurgesteld of boos op de partij waarop is gestemd. Heeft de kiezer spijt van de gemaakte keuze? In 1967 al werd de Nederlandse taal verrijkt met de term ‘spijtstemmers’, toen een aantal ARP-jongeren in een open brief aangaf spijt te hebben van hun keuze, nadat bleek dat hun partij anders dan zij hadden gehoopt naar rechts afsloeg in coalitie-onderhandelingen met de VVD.
In de huidige tijd is de kans op spijt van de gemaakte keuze groter dan in het verleden. Steeds meer kiezers hebben reële keuzealternatieven. En spijt impliceert dat in het keuzeproces meerdere opties aanwezig waren en dat later het besef doordringt dat een van die niet gekozen opties een beter alternatief geweest zou zijn. In verzuilde situaties met overwegend keuzesets bestaande uit een enkele partij, ligt spijt minder voor de hand vanwege het ontbreken van een alternatief. Tegenwoordig is er eveneens meer ruimte voor teleurstelling en boosheid, nu de partijkeuze niet langer slechts uitdrukking is van sociale identiteit – die identiteit zal niet snel resulteren in teleurstelling of boosheid – en heeft plaatsgemaakt voor een min of meer weloverwogen keuze uit in aantrekkelijkheid vergelijkbare opties, waarvan na verkiezingen iets verwacht wordt.
Spijt, teleurstelling en boosheid vanwege de keuze van 2023 waren twee jaar later ruimschoots aanwezig. Ongeveer een op de vijf kiezers had in 2025 ten minste een beetje spijt van de keuze van 2023 en de helft kende enige teleurstelling; de boosheid bleef beperkt tot minder dan 15 procent.
| Tabel: Spijt, teleurstelling en boosheid in 2025 na de Kamerverkiezing november 2023. | |||
| spijt | teleurgesteld | boos | |
| – veel/erg | 6 | 15 | 4 |
| – een beetje | 15 | 35 | 9 |
| – geen/niet | 78 | 51 | 88 |
| totaal N= | 99% 4260 | 101% 4212 | 101% 4251 |
| Vraag: ‘In hoeverre [heeft u spijt van uw partijkeuze]/[bent u teleurgesteld in de partij waarop u hebt gestemd]/[bent u boos op de partij waarop u hebt gestemd] bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023?’ | |||
Onderscheiden kiezersgroepen kampten in uiteenlopende mate met deze emoties. Zo was de teleurstelling bijzonder groot onder NSC-kiezers van 2023: van hen gaf 68 procent aan erg en 26 procent een beetje teleurgesteld te zijn in de partij; slechts 6 procent kende in 2025 geen teleurstelling over de keuze van 2023. De electorale leegloop van de NSC kan niet los worden gezien van deze enorme teleurstelling, die immers leidt tot ‘avoidant tendencies’, vermijdgedrag dat zich hier concreet zou manifesteren in het zich afkeren van de NSC. Bij andere partijen was onder hun kiezersaanhang de teleurstelling veel geringer, al kende bijna een kwart van de VVD’ers van 2023 erge teleurstelling, evenals 10 procent van de kiezers van PVV en SP – partijen die in 2025 een minder goed resultaat boekten dan in 2023.
Ook als het gaat om spijt van de partijkeuze van 2023, steekt de aanhang van de NSC er bovenuit. Van de NSC’ers heeft 35 procent erg en 37 procent een beetje spijt van hun keuze; de kleinste subgroep van 28 procent heeft geen spijt. Bij geen enkele andere partij-aanhang komt de subgroep met erge spijt boven de tien procent. Wel heeft 30 procent van de VVD’ers een beetje spijt, evenals 18 procent van de kiezers van BBB en 17 procent van de SP-kiezers.
Boosheid op de gekozen partij komt zoals gezegd minder voor dan spijt en vooral teleurstelling, maar ook in dit opzicht is de NSC-aanhang het meest uitgesproken, met 15 procent kiezers van 2023 die erg boos zijn en 18 procent een beetje. Andere partijen met een relatief boze achterban zijn VVD (5 procent erg boos, 16 procent een beetje boos) en PVV (3 procent erg boos, 14 procent een beetje boos).
Emoties werken door in gedrag, bijvoorbeeld opkomst. Van de erg boze kiezers van 2023 geeft bijna de helft aan in oktober 2025 niet te hebben gestemd. Meer spijt lijkt kiesgerechtigden echter niet te prikkelen om hun ‘fout’ bij volgende verkiezingen recht te zetten, teleurstelling lijkt wel met enige electorale berusting samen te gaan: Deze bevindingen passen bij theoretisch gestuurde verwachtingen: “(…) regret is associated with searching for a second chance to correct the mistake, whereas disappointment is associated with feeling powerless and avoidant tendencies (…). Anger, however, is related to antagonistic behavioral tendencies.”.1 Bij deze laatste interpretatie moet overigens wel het niet meer als kiezer feitelijk meedoen aan het verkiezingsproces als antagonistische reactie wordt gezien.
- Mehmet N. Tunç, Mark J. Brandt & Marcel Zeelenberg, Not every dissatisfaction is the same: The impact of electoral regret, disappointment, and anger on subsequent electoral behavior, Emotion, 23/2, 2023, 555. ↩︎
