
Op 29 oktober zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer. In deze serie gaan wij aan de hand van een aantal grafieken in op de vraag wie de kiezers van de vijftien grootste partijen volgens de peilingen zijn. Wat zijn hun sociaal-demografische kenmerken en opvattingen? Wat onderscheidt hen van andere kiezers? Vandaag deel 8: de Partij voor de Dieren
De Partij voor de Dieren (PvdD) maakt een kleine revolutie door. In 2002 werd de partij opgericht door een groep principiële dierenbeschermers. De partij die zij oprichtten had een unieke focus (op de positie van dieren in de industriële landbouw) die sterk verschilde van die van de bestaande partijen. De Partij voor de Dieren had een unieke strategie (niet zelf macht uitoefenen maar door hun principes te getuigen andere partijen harder laten lopen op hun thema). Eén van die oprichters, Marianne Thieme, was 17 jaar lang partijleider.
Onder het leiderschap van Esther Ouwehand lijkt de partij zich anders te oriënteren. De partij kiest voor een breder profiel: bij de laatste Algemene Politieke Beschouwingen, koos Ouwehand ervoor de nadruk te leggen op de genocide in Gaza. Op dat andere grote internationale politieke thema, Oekraïne, koos Ouwehand voor militaire steun in tegenstelling tot de eerdere anti-militaristische koers van de partij. De partij draagt sinds 2022 ook bestuursverantwoordelijkheid in Arnhem, Almere, Amersfoort, Den Haag, Heerlen en Groningen.
In 2023 probeerde het partijbestuur Ouwehand te weren van het lijsttrekkerschap. Daar slaagde het niet in. Dit conflict kostte de partij wel de verkiezingen. In het voorjaar had de Partij voor de Dieren nog op dubbele cijfers gestaan in sommige peilingen. Uiteindelijk haalde de partij slechts drie zetels. Deze zomer splitste een groep partijleden zich af om een eigen partij op te richten: Vrede voor Dieren. Ondanks deze afsplitsing geeft de Peilingwijzer de partij nog steeds 3 tot 5 zetels.
PvdD-stemmer in beeld
We kijken in deze bijdrage naar de Partij voor de Dieren vanuit electoraal perspectief. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de (potentiële) kiezers van de partij, en wat vinden zij van de thema’s die de partij centraal stelt? De grafieken die we presenteren zijn gebaseerd op data van het LISS-panel. In een jaarlijkse cyclus worden onder de leden van dit panel (die samen een representatieve steekproef van Nederlanders vormen) vragenlijsten afgenomen. Zie voor meer informatie de methodologische verantwoording hieronder. In de maanden oktober-maart is aan ruim 5,000 mensen óf de vraag gesteld op welke partij ze zouden stemmen als er op dat moment verkiezingen waren (dat noemen we hieronder stemintentie), óf per partij gevraagd hoe groot de kans was dat ze daar op zouden stemmen (dat noemen we stemkans). Dit was dus vóórdat Vrede voor Dieren zich afsplitste
We presenteren telkens twee grafieken naast elkaar. De eerste (stemintentie) laat de verschillen zien tussen mensen die van plan waren op de Partij voor de Dieren te stemmen en mensen die op een andere partij zeiden te willen stemmen. De tweede grafiek (stemkans) deelt mensen in vier verschillende categorieën in: mensen die zeker niet op de Partij voor de Dieren wilden stemmen (0%), mensen die dat misschien zouden doen (1-50%), mensen bij wie het goed mogelijk was (51-80%), en mensen bij wie het waarschijnlijk was (81-100%: de kernachterban).
Oorlog & Vrede
De PvdD neemt uitgesproken posities in in de recente discussies over oorlog en vrede: de partij is uitgesproken pro-Palestijns sinds het uitbreken van de oorlog na 7 oktober, en de partij is duidelijk pro-Oekraïens. Een logische vraag is wat hun kiezers vinden van dergelijke vraagstukken. In het LISS wordt aan mensen gevraagd hoeveel belang zij hechten aan wereldvrede. De gemiddelde Nederlander geeft dit een waarde van 6 uit 7. De PvdD-stemmer verschilt daar niet significant van. Als we kijken naar de groepen die de partij overwegen zien we nauwelijks significante verschillen. PvdD-stemmers in alle vormen vinden vrede even belangrijk als de gemiddelde Nederlander.

Op Europese integratie zien we grotere verschillen: de PvdD-stemmer is vaker voorstander van Europese integratie dan tegenstander. We zien hierbinnen wel een verschil tussen de vaste achterban van de partij en potentiële stemmers: de vaste achterban is gelijk verdeeld over mensen die vinden dat Europese integratie verder moet gaan, te ver is gegaan of daar neutraal over zijn. De groep die de partij een kans tussen 51% en 80% geeft is in ruime meerderheid juist voorstander van Europese integratie. De vaste kiezer kiest vaker voor een Eurosceptische koers dan de potentiële kiezer.

Links & Rechts
De PvdD positioneert zich bewust als links noch rechts. Thieme zei in de beginjaren: we
“zijn niet links en niet rechts”. Recent echode het kersverse Kamerlid Ines Kostić dit sentiment in diens maidenspeech: “Dieren zijn niet links of rechts.” Ondanks al dit sentiment zijn de kiezers van de PvdD duidelijk links: De gemiddelde Nederlander kiest voor een positie van vijf uit tien. De gemiddelde PvdD-stemmer voor een drie uit tien. Als we kijken naar de groepen uitgedeeld naar stemkans zien we een interessant patroon: de vaste PvdD-stemmer plaatst zichzelf iets dichter bij het midden dan de groep die de partij een kans tussen de 51% en 80% geeft. Deze groep plaatst zichzelf op 2.

Waarden & Wetenschap
De Partij voor de Dieren is een post-materialistische partij: de partij richt zich niet op de materiële belangen van haar achterban maar op de belangen van dieren, die niet op de partij kunnen stemmen. Kunnen we dit waardepatroon ook zien in ons onderzoek? Een typische materiële waarde is het benadrukken van het belang van prestaties, een teken dat de kiezer meedraait in de rat race gericht op status en materieel succes. De gemiddelde Nederlander geeft bijna een 5 op een schaal van 1 tot 7 aan prestatie. De PvdD-stemmer geeft dat een 4. Als we kijken naar de deelgroepen zien we dat met name mensen die de partij een kans van 51-80% geven hier niet aan hechten: zij geven prestaties een score onder de vier.

Wetenschap neemt in de discussie over post-materiële waarden een interessante positie in: enerzijds koppelen we post-materiële waarden vaak aan onderwijs; mensen die wetenschappelijk onderwijs genoten hebben, scoren vaak hoger op post-materiële waarden. Anderzijds betekent post-materiële waarden koesteren ook juist twijfelen over maatschappelijke autoriteiten, zoals de wetenschap. Zeker waar wetenschappelijke ontwikkelingen op gespannen voet kunnen staan met duurzame waarden (denk aan bijvoorbeeld dierproeven). De gemiddelde Nederlander geeft de wetenschap een vertrouwensscore van zeven op een schaal van 0 tot 10. De PvdD-kiezer verschilt daar niet sterk van. Maar als we kijken naar de verschillende kiezersgroepen zien we een interessant patroon: de vaste PvdD-kiezer geeft een score lager dan 7. De groep die de partij een kans tussen de 51% en 80% geeft, kiest juist gemiddeld voor een 8. Dat wil zeggen: de vaste kiezer twijfelt meer aan de wetenschap dan de potentiële kiezer.

Vrouwen & Jongeren
Ten slotte kijken we naar de demografische achtergrond van stemmers. De Partij voor de Dieren heeft al bijna een kwart eeuw alleen maar vrouwelijke leiders gehad. De verschillende Tweede Kamerfracties hebben nooit een meerderheid mannen gehad. Sterker nog: in de huidige fractie zit geen enkele man. 70% van de kiezers van de partij is vrouw. Deze oververtegenwoordiging van vrouwen geldt zowel voor de vaste als de potentiële kiezers van de partij. Dit patroon zien we vaker bij groene, progressieve en linkse partijen.

Qua leeftijd zien we ook een interessant patroon. De grootste groep Nederlanders is geboren tussen 1950 en 1960. De Partij voor De Dieren kiezer is gemiddeld iets jonger. Maar als we kijken naar de uitdeling naar groepen zien we een interessant patroon: de vaste kiezers zijn ouder: de grootste groep vaste kiezers is tussen 1950 en 1960 geboren. De potentiële kiezer (met een kans tussen 51% en 80%) is een stuk jonger. De piek hier zit bij mensen die geboren zijn rond 2000. De partij lijkt dus twee heel andere electoraten aan te spreken: er is een vast electoraat van babyboomers, terwijl de potentiële groei meer zit onder de zogenaamde Gen Z.

Vaste kern en de potentiële groei
In deze gegevens zien we een fascinerend patroon: de Partij voor de Dieren spreekt twee verschillende electoraten aan. De vaste kern van de partij is geen voorstander van Europese integratie, tamelijk maar niet zeer links, heeft minder vertrouwen in de wetenschap dan de gemiddelde kiezer en is geconcentreerd onder babyboomers. Dit sluit aan bij de Partij voor de Dieren van de oprichters: een partij die skeptisch is over gevestigde instituties. Het potentieel van de partij zit juist onder jonge kiezers die voorstander zijn van Europese integratie, uitgesproken links zijn, die vertrouwen in de wetenschap hebben, maar minder sterk hechten aan prestaties.
En daarmee kunnen we zowel de conflicten binnen de partij als de problemen om te groeien beter begrijpen. De partij kan groeien als ze een jonger en in veel opzichten meer ’traditioneel’ progressief links electoraat aanspreekt. En dat is lastig voor de oudere generatie die hier op belangrijke thema’s zoals Europese integratie van verschilt. Daar komt bij dat deze leden überhaupt liever bij een getuigenispartij willen horen dan bij een partij voor wie besturen en stemmen winnen ook prioriteiten zijn.
Methodologische informatie
De analyses in deze serie zijn gebaseerd op data van het LISS-panel (Longitudinal Internet Studies for the Social sciences), beheerd door Centerdata. Ieder jaar worden verschillende vragenlijsten afgenomen bij een representatieve steekproef van de Nederlandse bevolking. Wij hebben de meest recente van deze vragenlijsten aan elkaar gekoppeld.
Afbeelding van ulleo via Pixabay.
