
Begin juni verscheen Veelstemmig, het rapport van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) over de Tweede Kamerverkiezingen van oktober 2025. Dit blog gaat in op één van de bevindingen. Het hele rapport is hier te vinden.
De afgelopen jaren ging veel aandacht uit naar de opkomst van radicaal-rechtse partijen en hun invloed op de Nederlandse politiek. Veel minder aandacht is er voor de andere kant van deze ontwikkeling: hoe reageren Nederlanders met een migratieachtergrond op een politiek klimaat waarin migratie en islam steeds meer en heviger aangevallen worden?
Mobilisatie migrantenkiezers
Nieuw onderzoek van het Nationaal Kiezersonderzoek 2025 (Dutch Ethnic Minority Election Study (DEMES) laat zien dat deze groep niet massaal afhaakt, maar zich juist steeds vaker politiek lijkt te laten horen. We vergeleken daarbij onder andere kiezers die zelf of wiens ouders geboren waren in Afrika, Azië en Latijns-Amerika[1] met kiezers wiens ouder in Nederland geboren zijn. In 2021 vonden we nog dat Nederlanders met een migratieachtergrond minder vaak stemden dan Nederlanders zonder migratieachtergrond, waarbij we rekening hielden met verschillen in opleidingsniveau, leeftijd, geslacht en politieke interesse. Dit verschil verdween zo goed als bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023. En in 2025 vonden we zelfs dat kiezers met een migratieachtergrond relatief vaker naar de stembus gingen.[2]
Deze ontwikkeling lijkt een reflectie van het politieke klimaat van de afgelopen jaren. De nadruk lag veel op migratie, integratie, islam en diversiteit tijdens verkiezingscampagnes. En terwijl in 2021 de PVV nog geen kans op regeringsdeelname had door Ruttes uitsluiting, veranderde dit in 2023 nadat Yeşilgöz als nieuw leider van de VVD de deur en haar armen opende, met in de laatste dagen zeer positieve peilingen voor de PVV. Vervolgens nam de partij na de verkiezingen van 2025 deel aan het kabinet-Schoof, het meest duidelijk anti-migranten kabinet van de afgelopen decennia. Deze toenemende dreiging lijkt voor een deel van de Nederlanders met een migratieachtergrond een reden te zijn geweest om politiek actiever te worden.
De mobilisatie van radicaal-rechtse kiezers krijgt veel aandacht, en de laatste verkiezingen ook de mythe dat veel migrantenkiezers PVV zouden stemmen. Dit onderzoek laat zien dat er meer aandacht mag zijn voor wat de verrechtsing van de Nederlandse politiek doet met de mobilisatie van kiezers met een migratieachtergrond in meer algemene zin.
Participatieparadox
Die betrokkenheid beperkt zich bovendien niet tot verkiezingen. Nederlanders met een migratieachtergrond nemen relatief vaker deel aan protesten, politieke discussies via sociale media en andere vormen van politieke actie. Zij blijven minder vaak volledig afzijdig van de politiek dan Nederlanders zonder migratieachtergrond.
Ook inhoudelijk zien we duidelijke verschillen. Kiezers met een migratieachtergrond stemmen gemiddeld linkser en progressiever. Zij stemmen relatief vaker op GroenLinks-PvdA, DENK en andere progressieve partijen, terwijl de steun voor de VVD, PVV en christelijke partijen lager ligt. Daarnaast geven zij meer prioriteit aan thema’s als armoedebestrijding, economische kansen en diversiteit.
Tegelijkertijd laat het onderzoek een opvallende paradox zien. Nederlanders met een migratieachtergrond participeren vaker, maar zo laat het onderstaande figuur zien, voelen zich minder vertegenwoordigd door de Nederlandse politiek. Zij hebben vaker het gevoel dat de belangen van mensen met een migratieachtergrond onvoldoende worden behartigd in de Tweede Kamer.

Opvallend genoeg vertaalt dit zich niet in consistent minder vertrouwen in de politiek. De verschillen in politiek vertrouwen tussen Nederlanders met en zonder migratieachtergrond zijn beperkt en zijn sinds 2023 zelfs kleiner geworden. Het probleem lijkt daarom minder te liggen bij vertrouwen in de democratie als systeem en meer bij de vraag wie zich daadwerkelijk vertegenwoordigd en gehoord voelt binnen dat systeem.
De belangrijkste les van het onderzoek is dan ook dat politieke onvrede en uitsluiting niet automatisch leidt tot politieke terugtrekking. Voor een groeiende groep Nederlanders met een migratieachtergrond leidt onvrede juist tot meer politieke betrokkenheid, binnen en buiten de formele politieke systemen. Niet door zich van de democratie af te keren, maar door er actiever aan deel te nemen. Juist in een tijd waarin veel aandacht uitgaat naar politieke polarisatie en democratische onvrede, is dat een ontwikkeling die meer aandacht verdient.
[1] Australië, Indonesië, Japan en Nieuw-Zeeland zijn daarbij niet meegenomen (de rest van Oceanië wel).
[2] Goed om te benoemen is dat het Nationaal Kiezersonderzoek en DEMES relatief veel hogeropgeleide en politiek geïnteresseerde respondenten omvat onder de mensen met een migratieachtergrond en de data is in het Nederlands verzameld. Tegelijkertijd ligt de focus op kiesgerechtigden, dus personen met de Nederlandse nationaliteit, waarvoor iemand in principe vijf jaar in Nederland moet hebben gewoond en de naturalisatietoets omvat ook een taaltoets.
Dit neemt niet weg dat de resultaten niet automatisch een precieze ‘puntschatting’ geven over de opkomst onder de gehele groep. Zo zien we in buurten met een hoog percentage kiesgerechtigden met een migratieachtergrond de algemene opkomst juist verder dalen. (Maar ook dit kan weer meerdere verklaringen hebben.)
Tegelijkertijd en cruciaal voor de analyse hier biedt ons onderzoek een unieke mogelijkheid om ontwikkelingen door de tijd te volgen met vergelijkbare gegevens uit 2021, 2023 en 2025, waarbij we bovendien verschillen op basis van onder andere politieke interesse en onderwijsverschillen verdisconteren. Hier focussen we daarom ook juist op het patroon in verschillen tussen die verkiezingen: van een lagere opkomst onder kiezers met een migratieachtergrond in 2021, naar een verdwenen verschil in 2023 en een relatief hogere opkomst in 2025. Die trend is moeilijk te negeren en kan niet verklaard worden door bovenstaande kanttekeningen.
