• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
StukRoodVlees

Politicologie en actualiteit

  • OVER SRV
  • AUTEURS
  • CATEGORIEËN
  • ARCHIEF
  • CONTACT

Hybride kiesstelsels, steeds schevere verkiezingsuitslagen

door Tom van der Meer 27/01/2015 10 Reacties

De Griekse verkiezingen hebben dit weekend net geen absolute meerderheid opgeleverd voor Syriza: de partij kreeg 149 van de 300 zetels in het Griekse parlement. Maar daar had de partij slechts 36% van de geldig uitgebrachte stemmen voor nodig. Het Griekse kiesstelsel is namelijk een merkwaardige hybride. 250 zetels worden proportioneel toebedeeld, althans, met een kiesdrempel van 3%. De laatste 50 zetels worden echter automatisch geheel gegund aan de grootste partij.

Dit systeem beoogt het beste van twee werelden te zijn. Enerzijds worden minderheden gerepresenteerd, net als in proportionele kiesstelsels als Nederland. Anderzijds creëert het stabielere meerderheden in het parlement waardoor regeringen daadkrachtiger kunnen zijn, net als in meerderheidsstelsels als het Verenigd Koninkrijk.

De mate waarin de verdeling van parlementszetels representatief is voor de verdeling van de stemmen kan op verschillende manieren worden berekend. Een van de meest gebruikte maten is de Gallagher-index, waarbij een score van 0 perfecte proportionaliteit betekent (wat in de praktijk onhaalbaar is, al is het maar vanwege afronden) en hogere scores een toenemende mate van disproportionaliteit weergeven.

 

Scheve verkiezingen

Als we naar de meest recente parlementsverkiezingen kijken in Europa, zien we dat Griekenland hoog scoort op die Gallagher-index van disproportionaliteit. Aan de top staan achtereenvolgens Hongarije, Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk, en Griekenland. Het meest proportioneel zijn landen als Denemarken, Nederland en Zweden.

disprop1

De landen die hoog scoren op disproportionaliteit hebben daar verschillende redenen voor. Sommige landen (Frankrijk, VK) hebben gekozen voor een districtenstelsel, waar per district maar één afgevaardigde wordt gekozen. Bulgarije scoort hoog doordat bij de verkiezingen van 2013 een kwart van de stemmen ging naar partijen die de kiesdrempel (4%) niet haalden. Italië geeft net als Griekenland een bonus aan de grootste partij/coalitie, waarbij de Italianen ervoor kiezen de grootste partij/coalitie meteen een meerderheid te geven. Hongarije, ten slotte, heeft sinds 2014 een groot deel van de zetels in een districtenstelsel wordt gekozen.

 

Hongaarse mengelmoes: ook in Nederland?

Er zijn dus verschillende hybride kiesstelsels die de representativiteit van het parlement geweld aan doen om effectievere meerderheden te creëren. Ze maken gebruik van hoge kiesdrempels, van bonussen, of van een Hongaarse mengelmoes. Ook in Nederland wordt regelmatig tot dergelijke maatregelen opgeroepen. Denk maar aan de kiesdrempel van Wientjes (VNO-NCW) en van Hoogervorst (VVD), De Geus (CDA), en Van der Ploeg (PvdA). Of denk aan het curieuze kiesstelsel van Buma (CDA), dat lijkt op het Hongaarse model.

 

Onvoorspelbare loterij

Opmerkelijk is dat die hybride kiesstelsels de laatste jaren steeds disproportioneler hebben uitgepakt. Wanneer de grote partijen steeds kleiner worden, werkt een bonus voor de grootste steeds harder door op de samenstelling van het parlement – zoals in Griekenland en Italië. Wanneer de beweeglijkheid van kiezers van verkiezing tot verkiezing toeneemt, kan het zomaar gebeuren dat kansrijke partijen net de kiesdrempel niet halen – zoals in Hongarije gebeurde. In Duitsland leidde de kiesdrempel van 5% ertoe dat twee partijen (AfD en FDP) beide nipt de kiesdrempel niet haalden, en dus naar hun zetels konden fluiten.

disprop2

Sinds het uitbreken van de crisis heeft de toenemende fragmentatie van kiezers in deze landen geleid tot een grotere disproportionaliteit. Naar mate kiezers volatieler worden in hun stemgedrag, fungeren de disproportionele maatregelen in deze hybride kiesstelsels steeds meer als een onvoorspelbare loterij: een bonus voor de grootste en een drempel voor de kleinste partijen.

Categorie: Kiezers en publieke opinie Tags: bonus, Buma, disproportionaliteit, gallagher, Griekenland, hongarije, kiesdrempel, representativiteit

Over de auteur

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).
  • Sociale media links 

Lees Interacties

Reacties

  1. Ralf zegt

    27/01/2015 om 10:17

    Misschien een ingewikkelde vraag, maar hoe zit het met het Europees Parlement? Ik kan me voorstellen dat hier door de hoge kiesdeler – die ook nog eens verschilt per land – de proportionaliteit helemaal in het geding is.

    Login om te reageren
    • Tom van der Meer zegt

      27/01/2015 om 10:23

      Inderdaad, de hoge kiesdeler in veel landen leidt tot aantasting van de proportionaliteit binnen landen. Zie http://euce.org/eusa/2013/papers/10e_fortin-rittberger.pdf over de EP-verkiezingen van 2009. Op 6 landen na in elk land disproportionelere uitslag.

      Login om te reageren
      • Armen Hakhverdian zegt

        27/01/2015 om 10:30

        Mooi paper. Had niet verwacht dat er zulke grote verschillen tussen landen in het implementeren van de EP-regels zou zitten…

        Login om te reageren
  2. Jelke Bethlehem zegt

    27/01/2015 om 16:15

    Waarom gebruik je de Gallagher-index en niet de Sainte-Laguë-index? Met die tweede index neem je mee dat een bepaald verschil voor grote partijen minder belangrijk is dan voor kleine partijen. Bovendien lijkt die heel veel op een chi-kwadraat-toets. Nog een stap verder is het berekenen van Cramers V.

    Login om te reageren
    • Tom van der Meer zegt

      27/01/2015 om 22:00

      Het eerlijke antwoord: gemakzucht. Gallagher wordt bij mijn weten vaker gebruikt, hoewel de SL ook door Gallagher als de zuiverdere wordt aangemerkt.

      Login om te reageren
  3. Edwin Hubers zegt

    27/01/2015 om 21:53

    Wordt door politicologen een hogere representativiteit altijd als wenselijk gezien, zoals impliciet lijkt te blijken uit deze blog?
    Of zijn er legitieme situaties denkbaar om hiervan af te wijken?

    Login om te reageren
    • Tom van der Meer zegt

      27/01/2015 om 21:57

      Nee, die voorkeur is niet unaniem. De laatste ca 15 jaar is meer inzicht gekomen in gevolgen van proportionele en meerderheidsstelsels.
      Proportionele stelsels scoren hoger op ‘zachte’ indicatoren (vertrouwen, gelijkheidsrechten, etc).
      Meerderheidsstelsels worden verondersteld effectiever te zijn, maar daar is qua beleidsuitkomsten eigenlijk geen bewijs voor gevonden. Wel is burgerparticipatie buiten het stemmen zelf in die landen hoger.

      Veel institutionele veranderingen (oa kiesdrempel, districtenstelsel) worden in Nederland voorgesteld omdat dat de kloof tussen burger en politiek zou dichten, en de vertrouwenscrisis zou oplossen. Dat is duidelijk niet het geval. Vandaar de impliciete toonzetting.

      Een meerderheidsstelsel is vooral gunstig in landen met niet al te gepolariseerde regionale identiteiten, en weinig minderheidsgroepen.

      Login om te reageren
      • Edwin Hubers zegt

        27/01/2015 om 22:01

        Dank, ook voor de snelle reactie!

        Is er een mogelijke verklaring voor de hogere burgerparticipatie in meerderheidsstelsels?

        Login om te reageren
        • Tom van der Meer zegt

          27/01/2015 om 22:04

          Een mogelijke verklaring luidt dat er bij die verkiezingen meer op het spel staat: het wordt OF links/Dem/Labour OF rechts/Rep/Conservative. De verliezer staat enige tijd buiten spel. Dat stimuleert om actiever campagne te voeren.
          Ook worden minderheidsgroeperingen minder goed gehoord bij verkiezingen, waardoor ze eerder van zich zullen laten horen buiten het parlement om.

          Login om te reageren
        • Tom van der Meer zegt

          27/01/2015 om 22:14

          Ik kan trouwens nog wel wat artikelen suggereren die hierover gaan, als u verder wil lezen.

          Login om te reageren

Geef een reactie Reactie annuleren

Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.

Hybride kiesstelsels, steeds schevere verkiezingsuitslagen

door Tom van der Meer 27/01/2015 10 Reacties

De Griekse verkiezingen hebben dit weekend net geen absolute meerderheid opgeleverd voor Syriza: de partij kreeg 149 van de 300 zetels in het Griekse parlement. Maar daar had de partij slechts 36% van de geldig uitgebrachte stemmen voor nodig. Het Griekse kiesstelsel is namelijk een merkwaardige hybride. 250 zetels worden proportioneel toebedeeld, althans, met een kiesdrempel van 3%. De laatste 50 zetels worden echter automatisch geheel gegund aan de grootste partij.

Dit systeem beoogt het beste van twee werelden te zijn. Enerzijds worden minderheden gerepresenteerd, net als in proportionele kiesstelsels als Nederland. Anderzijds creëert het stabielere meerderheden in het parlement waardoor regeringen daadkrachtiger kunnen zijn, net als in meerderheidsstelsels als het Verenigd Koninkrijk.

De mate waarin de verdeling van parlementszetels representatief is voor de verdeling van de stemmen kan op verschillende manieren worden berekend. Een van de meest gebruikte maten is de Gallagher-index, waarbij een score van 0 perfecte proportionaliteit betekent (wat in de praktijk onhaalbaar is, al is het maar vanwege afronden) en hogere scores een toenemende mate van disproportionaliteit weergeven.

(meer…)

Categorie: Kiezers en publieke opinie Tags: bonus, Buma, disproportionaliteit, gallagher, Griekenland, hongarije, kiesdrempel, representativiteit

Over de auteur

Tom van der Meer
Tom van der Meer (1980) is Hoogleraar Politicologie, in het bijzonder Legitimiteit, Ongelijkheid en Burgerschap, aan de Universiteit van Amsterdam. Eerder werkte hij bij het Sociaal en Cultureel Planbureau en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is sinds 2015 co-Directeur van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) en Lokaal Kiezersonderzoek (LKO). Hij doet voornamelijk onderzoek naar Politiek vertrouwen, Kiesgedrag (electorale volatiliteit), Politieke socialisatie, en Sociaal kapitaal (burgerparticipatie, etnische diversiteit).
  • Sociale media links 

Lees Interacties

Reacties

  1. Ralf zegt

    27/01/2015 om 10:17

    Misschien een ingewikkelde vraag, maar hoe zit het met het Europees Parlement? Ik kan me voorstellen dat hier door de hoge kiesdeler – die ook nog eens verschilt per land – de proportionaliteit helemaal in het geding is.

    Login om te reageren
    • Tom van der Meer zegt

      27/01/2015 om 10:23

      Inderdaad, de hoge kiesdeler in veel landen leidt tot aantasting van de proportionaliteit binnen landen. Zie http://euce.org/eusa/2013/papers/10e_fortin-rittberger.pdf over de EP-verkiezingen van 2009. Op 6 landen na in elk land disproportionelere uitslag.

      Login om te reageren
      • Armen Hakhverdian zegt

        27/01/2015 om 10:30

        Mooi paper. Had niet verwacht dat er zulke grote verschillen tussen landen in het implementeren van de EP-regels zou zitten…

        Login om te reageren
  2. Jelke Bethlehem zegt

    27/01/2015 om 16:15

    Waarom gebruik je de Gallagher-index en niet de Sainte-Laguë-index? Met die tweede index neem je mee dat een bepaald verschil voor grote partijen minder belangrijk is dan voor kleine partijen. Bovendien lijkt die heel veel op een chi-kwadraat-toets. Nog een stap verder is het berekenen van Cramers V.

    Login om te reageren
    • Tom van der Meer zegt

      27/01/2015 om 22:00

      Het eerlijke antwoord: gemakzucht. Gallagher wordt bij mijn weten vaker gebruikt, hoewel de SL ook door Gallagher als de zuiverdere wordt aangemerkt.

      Login om te reageren
  3. Edwin Hubers zegt

    27/01/2015 om 21:53

    Wordt door politicologen een hogere representativiteit altijd als wenselijk gezien, zoals impliciet lijkt te blijken uit deze blog?
    Of zijn er legitieme situaties denkbaar om hiervan af te wijken?

    Login om te reageren
    • Tom van der Meer zegt

      27/01/2015 om 21:57

      Nee, die voorkeur is niet unaniem. De laatste ca 15 jaar is meer inzicht gekomen in gevolgen van proportionele en meerderheidsstelsels.
      Proportionele stelsels scoren hoger op ‘zachte’ indicatoren (vertrouwen, gelijkheidsrechten, etc).
      Meerderheidsstelsels worden verondersteld effectiever te zijn, maar daar is qua beleidsuitkomsten eigenlijk geen bewijs voor gevonden. Wel is burgerparticipatie buiten het stemmen zelf in die landen hoger.

      Veel institutionele veranderingen (oa kiesdrempel, districtenstelsel) worden in Nederland voorgesteld omdat dat de kloof tussen burger en politiek zou dichten, en de vertrouwenscrisis zou oplossen. Dat is duidelijk niet het geval. Vandaar de impliciete toonzetting.

      Een meerderheidsstelsel is vooral gunstig in landen met niet al te gepolariseerde regionale identiteiten, en weinig minderheidsgroepen.

      Login om te reageren
      • Edwin Hubers zegt

        27/01/2015 om 22:01

        Dank, ook voor de snelle reactie!

        Is er een mogelijke verklaring voor de hogere burgerparticipatie in meerderheidsstelsels?

        Login om te reageren
        • Tom van der Meer zegt

          27/01/2015 om 22:04

          Een mogelijke verklaring luidt dat er bij die verkiezingen meer op het spel staat: het wordt OF links/Dem/Labour OF rechts/Rep/Conservative. De verliezer staat enige tijd buiten spel. Dat stimuleert om actiever campagne te voeren.
          Ook worden minderheidsgroeperingen minder goed gehoord bij verkiezingen, waardoor ze eerder van zich zullen laten horen buiten het parlement om.

          Login om te reageren
        • Tom van der Meer zegt

          27/01/2015 om 22:14

          Ik kan trouwens nog wel wat artikelen suggereren die hierover gaan, als u verder wil lezen.

          Login om te reageren

Geef een reactie Reactie annuleren

Je moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.

Primaire Sidebar

Volg ons

  • Facebook
  • Twitter
  • RSS Feed

Populaire berichten

De ideologie van Forum voor Democratie

De ongemakkelijke realiteit van de antivaccinatie-beweging

Wat als… Nederland het Britse kiesstelsel zou hebben?

Willekeurige berichten

Walgen van politici

Randstad versus regio, én stad versus platteland?

Rammelende studie naar opleidingsniveau en PVV-steun vindt helaas gretig aftrek

Podcast

Aflevering 138 – De verkiezingsuitslag, met Twan Huijsmans en Tom van der Meer

De Tweede Kamerverkiezingen zijn uitgelopen op een eclatante overwinning van D66 dat met maar liefst … [Lees verder...]

Aflevering 138 – Coalities, kiezers en winst en verlies, met Simon Otjes

Simon Otjes (Universiteit Leiden) schuift aan om te praten over de huidige stand van de campagne. We … [Lees verder...]

Aflevering 137 – De normalisering van extreemrechts gedachtegoed, met Léonie de Jonge

Extreemrechtse ideeën zijn de afgelopen jaren in hoog tempo genormaliseerd. Ik spreek met mijn gast … [Lees verder...]

Populisme

Jesse Frederik gaat te kort door de bocht: Waarom complexe maatschappelijke onvrede niet in één verklaring past

Vorige week verscheen op De Correspondent een stuk waarin Jesse Frederik mijn boek De Symfonie van … [Lees verder...]

Plaatjes van de electoraatjes 2025: de PVV

Op 29 oktober zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer. In deze serie gaan wij aan de hand van een … [Lees verder...]

Radicale onderdompeling: een theaterexperiment op Oerol

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) signaleerde begin deze week dat … [Lees verder...]

Blogroll

  • Andrew Gelman
  • Ballots & Bullets
  • Fight Entropy
  • FiveThirtyEight
  • The Monkey Cage
  • The Upshot
  • Wonkblog
  • OVER SRV
  • AUTEURS
  • CATEGORIEËN
  • ARCHIEF
  • CONTACT

© 2026 StukRoodVlees

Copyright © 2026 · SRV Theme op Genesis Framework · WordPress · Log in