Het Forum voor Democratie (FVD) van Thierry Baudet is veel in het nieuws. En dat is niet zo gek. De partij staat op 11-15 zetels in de Peilingwijzer en is daarmee virtueel bijna even groot als de PVV van Geert Wilders.

Volgens veel politicologen is FVD net als de PVV een populistisch radicaal-rechtse partij. Daar zit wat in: de partij is zeer kritisch over “massale immigratie die we niet aankunnen”, is voorstander van een NEXIT, en stelt dat het “partijkartel” moet worden opengebroken.

Maar hoewel we steeds meer te weten komen over de partij van Baudet, is onze kennis over de kiezers van FVD nog behoorlijk beperkt (maar zie bijvoorbeeld hier). Trekt FVD soortgelijke mensen als de PVV? Op basis van het meest recente Nationale Kiezersonderzoek (NKO 2017, binnenkort te verschijnen op data-archief DANS) kunnen we daar voorzichtig iets over zeggen.

Er is echter één probleem: ten tijde van de dataverzameling was de steun voor FVD nog relatief beperkt. Hierdoor is het statistisch gezien lastig om algemene uitspraken te doen over het electoraat van de partij. Gelukkig kunnen we via een kleine omweg toch één en ander zeggen over (potentiële) FVD-kiezers. In het NKO is naast daadwerkelijke stemkeuze namelijk ook gevraagd hoe sympathiek mensen partijen (waaronder FVD) vinden.

Sympathie voor FVD

Respondenten konden op een schaal van 0 tot 10 aangeven hoe sympathiek ze Nederlandse partijen en partijleiders vinden (hoe hoger de score hoe sympathieker). Ik heb naar een aantal factoren gekeken die mogelijk van invloed zijn op hoe sympathiek mensen Baudets partij vinden.

Ten eerste heb ik een aantal sociaal-demografische achtergrondkenmerken meegenomen in mijn analyse: leeftijd, opleiding, inkomen, (subjectieve) klasse, religie en stedelijkheid (de variabele geslacht kon ik helaas niet meenemen). Uit onderzoek komt naar voren dat met name opleiding en geslacht een sterk effect hebben op het stemmen op radicaal-rechtse partijen: mannen en mensen met een lager opleidingsniveau zijn eerder geneigd op deze partijen te stemmen.

Ten tweede kijk ik naar een aantal attitudes die vaak met populistisch radicaal-rechtse kiezers worden geassocieerd. Onderzoek laat zien dat deze kiezers vaker rechts zijn op cultureel vlak (lees: in sterke mate vinden dat immigranten zich moeten aanpassen aan de Nederlandse cultuur), negatief zijn over Europese integratie, en populistisch ideeën hebben (lees: vinden dat het ‘goede’ volk wordt uitgebuit, verraden of gecorrumpeerd door een ‘slechte’ elite).

Ten derde neem ik opvattingen mee over een paar onderwerpen die centraal stonden tijdens de verkiezingscampagne. Denk aan ontwikkelingshulp, belastingen, en de AOW-leeftijd.

De tabel hieronder geeft de resultaten weer.

Tabel: verklaringen voor hoe sympathiek mensen partijen vinden, gebaseerd op OLS-regressieanalyses (alleen statistisch significante positieve en negatieve effecten zijn weergegeven)*

 

 

Als eerste valt op dat jongeren, mannen en lager opgeleiden eerder geneigd zijn FVD sympathiek te vinden. Hetzelfde geldt voor mensen die religieus zijn en mensen die in niet-stedelijke gebieden wonen. Verder blijkt dat met name rechtse kiezers (zowel economisch als cultureel) met Europsceptische en populistische opvattingen FVD sympathiek vinden. Verder zijn mensen die van mening zijn dat de belastingen verlaagd dienen te worden, er geen nieuwe moskeeën gebouwd zouden moeten worden, en Nederland zich niet voor de reductie van CO²-uitstoot hoeft in te zetten, eerder geneigd FVD sympathiek te vinden. (We zien overigens vrijwel hetzelfde patroon als we kijken naar sympathie voor partijleider Baudet.)

En hoe zit het met sympathie voor de PVV?

Hoe verhoudt zich dit nu tot de factoren die bepalen hoe sympathiek mensen de PVV vinden? Dat is terug te vinden in de volgende kolom van de tabel. Mensen die de PVV sympathiek vinden zijn net als bij het FVD voornamelijk jongeren, mannen, hebben een lagere opleiding, en leven in niet-stedelijke gebieden. Het enige verschil met FVD is dat er geen relatie met religie is. Als we naar attitudes kijken zien we een zelfde beeld: hoe rechtser (zowel economisch als cultureel), Eurosceptischer en populistischer iemand is, hoe sympathieker diegene de PVV vindt. Qua ideeën over specifieke issues zien we ook weer soortgelijke patronen. (Al is er hier ook een negatieve relatie met opvattingen over asielzoekers.)

Sympathie voor FVD en PVV lijkt dus dezelfde oorsprong te hebben. Laten we nu eens kijken hoe het zit met de sympathie voor twee partijen die op bepaalde vlakken dichtbij FVD en PVV staan. De VVD is de eerstvolgende partij op rechts, en de SP is de partij die qua Euroscepsis en populisme enigszins in de buurt komt.

Wat verklaart sympathie voor VVD en SP?

De VVD wordt sympathiek gevonden door jongeren met een lagere opleiding in niet stedelijke gebieden. Dit zijn dezelfde sociaal-demografische factoren die sympathie voor PVV en FVD voorspellen. Maar er zijn ook belangrijke verschillen. Het zijn tegelijkertijd mensen met een hoger inkomen en personen die zichzelf in een hogere klasse indelen die de VVD sympathiek vinden. En het zijn niet vaker mannen dan vrouwen. Verder zijn het net als bij PVV en FVD vooral de economisch rechtse kiezers. Maar we zien het tegenovergestelde effect wanneer we naar populisme kijken: het zijn juist de minder populistische kiezers die de VVD sympathiek vinden. Euroscepsis en opvattingen over de multiculturele samenleving zijn niet gerelateerd aan VVD-sympathie. Wat betreft belastingen en milieu zien we hetzelfde effect als bij PVV en FVD, maar er zijn verschillen als het op moskeeën en asielzoekers aankomt.

Dan de SP. Het zijn voornamelijk jongeren, vrouwen, en mensen die zichzelf in een lagere klasse indelen die deze partij sympathiek vinden. Qua algemene attitudes en specifieke opvattingen zien we grote verschillen met PVV- en FVD-sympathie. Het zijn juist de economisch en cultureel linkse kiezers die de SP sympathiek vinden. Opvallend genoeg is er geen statistisch significante relatie tussen Euroscepsis en populisme en SP-sympathie. Qua specifieke opvattingen zijn mensen die de SP sympathiek vinden vooral terug te vinden onder mensen die de AOW-leeftijd willen verlagen.

Dezelfde vijver

Uit dit alles kunnen we voorzichtig concluderen dat PVV en FVD voor een groot gedeelte in dezelfde vijver vissen. Waarschijnlijk zullen er ook verschillen tussen de kiezers van de twee partijen bestaan. Het is bijvoorbeeld goed mogelijk dat PVV-kiezers sterker dan mensen die op FVD (willen) stemmen gekant zijn tegen de multiculturele samenleving en de Islam. Bovendien is een partij sympathiek vinden iets anders dan er daadwerkelijk op stemmen. En ten slotte is het mogelijk dat kiezers hun opvattingen aanpassen als gevolg van hun sympathie voor een bepaalde partij.

Toch durf ik op basis van bovenstaande analyse de weddenschap aan dat uit toekomstig onderzoek zal blijken dat de verschillen tussen de (potentiële) kiezers van FVD en PVV veel minder groot zijn dan de verschillen met de kiezers van andere partijen. Wie durft te wedden om een lavendelzakje?

* Technische noot: de analyse is in drie stappen gedaan: eerst de sociaal-demografische variabelen, daarna de algemene attitudes en daarna de opvattingen over de specifieke issues. De weergegeven resultaten per stap zijn gebaseerd op de regressiecoëfficiënten zonder dat gecontroleerd is voor de variabelen die in de volgende stap zijn toegevoegd. De effecten van de sociaal-demografische variabelen komen dus uit modellen zonder de attitude- en issue-variabelen.