De coronapandemie leidde aanvankelijk tot een hoge mate van eensgezindheid en politiek vertrouwen. Dat is in de loop van de tijd afgekalfd. Een deel van de bevolking is in hoge mate ontevreden over het regeringsbeleid en voor- en tegenstanders van de coronamaatregelen komen steeds duidelijker tegenover elkaar te staan. Daarbij wordt vaak de relatie gelegd tussen vaccinatiebereidheid en vertrouwen in de overheid. Uit onderzoek van Eurofound onder burgers in alle EU lidstaten blijkt bijvoorbeeld dat in veel Oost-Europese landen de vaccinatiebereidheid zeer laag is en dat dit samengaat met een gering vertrouwen in de eigen regering. Men vertrouwt de eigen regering gewoonweg onvoldoende om een vaccin te gaan halen dat geadviseerd wordt door die regering. In Nederland blijft de vaccinatiegraad achter onder een uiteenlopende groep Nederlanders. Eén van die groepen is volgens het RIVM de groep Nederlanders met een migratieachtergrond. Op basis van het Nationaal Kiezersonderzoek 2021 (NKO), waarbij het afgelopen jaar een additionele dataverzameling onder kiesgerechtigden met een migratieachtergrond heeft plaatsgevonden,kunnen we hier meer licht op werpen en bekijken of voor hen ook geldt dat een laag vertrouwen in de overheid en instituties een rol speelt om geen vaccin te willen. De enquêtes zijn gehouden in de weken voorafgaand aan de verkiezingen in maart 2021. Dit viel precies samen met de eerste maanden van de vaccinaties tegen het coronavirus in Nederland. Een mooie samenloop van omstandigheden om op basis van deze gegevens de relatie tussen vaccinatiebereidheid en vertrouwen in (overheids)instituties nader te bekijken.

Vaccinatiebereidheid en angst voor het coronavirus

Het RIVM heeft bekend gemaakt dat de vaccinatiegraad onder personen met een migratieachtergrond laag is, met name onder degenen met een niet-westerse migratieachtergrond woonachtig in de grote steden. Dat beeld zien we terug in de gegevens uit het Nationaal Kiezersonderzoek (figuur 1). We kijken hier naar de totale groep kiesgerechtigden met een migratieachtergrond (uit alle mogelijke herkomstlanden) [1]. Onder de kiesgerechtigden zonder migratieachtergrond was de vaccinatiebereidheid in de eerste maanden van 2021 rond de 80%, onder degenen met een migratieachtergrond 55% [2]. Bovendien was in die tweede groep het aandeel dat nog niet wist of ze zich wilden laten vaccineren aanzienlijk hoger: 30% tegen 13%. Dit betreft dus alleen de kiesgerechtigden onder de populatie met een migratieachtergrond (degenen die in het NKO zijn ondervraagd).

Figuur 1: Vaccinatiebereidheid onder kiesgerechtigden met en zonder migratieachtergrond (in procenten)

Bron: NKO 2021

Het recent verschenen NKO rapport laat zien dat Nederlanders met een migratieachtergrond minder tevreden zijn met de regering en nog minder tevreden met het coronabeleid. Tegelijk is de angst voor een coronabesmetting onder mensen met een migratieachtergrond hoger dan onder mensen zonder migratieachtergrond. Zou hun lagere vertrouwen in de overheid een mogelijke reden kunnen zijn voor die lagere vaccinatiebereidheid? En maakt dat wantrouwen wellicht dat de grotere angst voor corona toch niet in een vaccinatie wordt omgezet? Uit figuur 2 blijkt dat mensen die bang zijn dat zij of één van hun familieleden besmet raken, vaker een vaccin willen dan mensen die niet bang zijn. Dit aandeel ligt echter lager onder mensen met een migratieachtergrond: van degenen zonder migratieachtergrond die bang zijn voor het virus is 90% bereid een vaccin te nemen; onder degenen met een migratieachtergrond en angst voor het virus is dit 65%. Bij mensen met een migratieachtergrond lijkt de angst voor het virus dus minder doorslaggevend om zich te laten vaccineren. Onder mensen met een migratieachtergrond is de groep die wel bang is voor het virus, maar toch geen vaccin neemt of daar nog over twijfelt, duidelijk groter dan onder mensen zonder migratieachtergrond. Verder valt op dat onder de groep met migratieachtergrond het aantal twijfelaars – rond de verkiezingen van 2021 – relatief (nog) hoog was: bijna één op de drie respondenten met een migratieachtergrond wist nog niet of ze het vaccin zouden nemen (dit aandeel is onder degenen met en zonder angst ongeveer even groot). Dit is een groep die wellicht nog over de streep getrokken zou kunnen worden.

Figuur 2: Relatie tussen angst voor het coronavirus en vaccinatiebereidheid (in procenten)

Bron: NKO 2021

Vaccinatiebereidheid en vertrouwen in instituties

Laten we vervolgens kijken naar het vertrouwen in de regering en een aantal andere instituties (figuur 3) [3]. Over het geheel genomen is het vertrouwen in instituties wat lager in de groep met een migratieachtergrond (nogmaals dit betreft allerlei verschillende migratieachtergronden). Dit gaat zowel op voor het vertrouwen in overheidsinstituties als regering, Tweede Kamer en de ambtenarij als voor vertrouwen in bijvoorbeeld het RIVM en de pers.

Figuur 3: Vertrouwen in instituties voor mensen met en zonder migratieachtergrond (in procenten)

Bron: NKO 2021

Hoe zit het nu met de relatie tussen vaccinatiebereidheid en vertrouwen? Er blijkt vooral een groot verschil in vertrouwen tussen mensen die zich wel willen laten vaccineren en zij die dat niet willen (figuur 4). Verschillen in vertrouwen tussen mensen met en zonder migratieachtergrond (naar vaccinatiebereidheid) zijn daarbij vergeleken gering [4]. Het verschil in vertrouwen naar vaccinatiebereidheid is aanzienlijk. Onder degenen die zich willen laten vaccineren, had rond de 60% vertrouwen in de regering en Tweede Kamer, onder de vaccinweigeraars was dat aandeel ca. 20%. Ook buiten het politieke domein zien we dit enorme verschil in vertrouwen tussen mensen die wel en geen vaccin willen, bijvoorbeeld met betrekking tot het vertrouwen in het RIVM en in de media. Onder degenen die zich willen laten vaccineren had rond de 80% vertrouwen in het RIVM en rond de 50% vertrouwen in de pers; onder de vaccinweigeraars zijn deze aandelen respectievelijk 20% en 15%. Alleen het vertrouwen in de wetenschap bleef ook onder de vaccinweigeraars nog aardig overeind, zowel onder personen met als zonder migratieachtergrond [5]. Dit geeft ondersteuning voor allerlei recente initiatieven zoals medische specialisten die de straat op gaan om vaccinweigeraars over de streep te trekken en de recent landelijk opgeschaalde vaccinatietwijfeltelefoon.

Figuur 4: Vertrouwen in instituties naar vaccinatiebereidheid voor mensen met en zonder migratieachtergrond (in procenten)

Bron: NKO 2021

Nemen migranten het lage vertrouwen in de regering van hun herkomstland mee?

Opvallend in figuur 3 en 4 is het zeer lage vertrouwen van mensen met een migratieachtergrond in de regeringen van hun herkomstlanden, zowel onder de groep die zich wel wil laten vaccineren als degenen die dat niet willen. Dit is het gemiddelde over alle verschillende in het NKO ondervraagde migratieachtergronden. De aantallen zijn te klein om uit te kunnen splitsen naar specifieke migratieachtergronden [6]. Echter: ook als we kijken naar het recent verzamelde Survey Integratie Minderheden zien we ditzelfde beeld terug. Onder alle in dit onderzoek onderzochte groepen is het vertrouwen in de regering van het land van herkomst veel lager is dan dat in de regering in Nederland [7]. Een nadere blik op deze gegevens leert dat er voor een aantal groepen een relatie is tussen het vertrouwen in de regering in het herkomstland en het vertrouwen in de Nederlandse regering, waarbij een laag vertrouwen in de regering van het herkomstland samengaat met een laag vertrouwen in de regering in Nederland. Dit zou kunnen betekenen dat men de mogelijk negatieve beelden en ervaringen met instituties uit het land van herkomst mee heeft genomen naar het land waar ze naar toe zijn gemigreerd. En dat zou ook kunnen betekenen dat het lage vertrouwen in Nederlandse overheidsinstituties ‘dieper’ zit dan je op het eerste gezicht zou denken. Een andere mogelijkheid is dat het lage vertrouwen in de regering van het herkomstland, juist zou kunnen leiden tot meer waardering en meer vertrouwen in Nederlandse instituties. Mogelijk hangt dit af van de specifieke herkomstgebieden waar mensen hun wortels hebben. In ieder geval zijn dit interessante hypothesen om nader te onderzoeken.

Ten slotte

Er is overduidelijk sprake van een sterke relatie tussen de vaccinatiebereidheid en het vertrouwen in overheidsinstituties. En dit geldt net zo goed voor mensen met een migratieachtergrond als voor degenen die dat niet hebben. Dit duidt er op dat in beide groepen dezelfde mechanismen spelen, waardoor het vertrouwen in instituties zo laag is onder degenen die het vaccin niet willen. Het geringe vertrouwen van deze groep in niet alleen de regering, maar ook in het RIVM en de media lijkt in ieder geval deels voort te komen uit het veelvuldige gebruik van sociale media, in combinatie met allerlei informatie die op sociale media circuleert. Het onderzoek van Eurofound liet al zien dat dit zeker niet alleen in Nederland, maar in alle EU landen speelt.

Uit eerder onderzoek blijkt echter wel dat mensen met een -vooral niet-westerse- migratieachtergrond vaker besmet raken, ernstiger ziek worden en vaker overlijden door corona. Dit is gedeeltelijk een gevolg van hun gemiddeld genomen minder goede gezondheid, alsmede hun woonomstandigheden. Waarom wil een deel van hen dan toch niet het vaccin, zelfs niet als ze wel bang voor corona zijn? Een mogelijke reden kan gelegen zijn in onze constatering dat het wantrouwen in overheidsinstituties misschien wel dieper zit, als ze uit landen komen waar overheden minder te vertrouwen zijn. Naast vertrouwen in de overheid spelen tegelijkertijd andere factoren een rol. Mensen met een migratieachtergrond worden bijvoorbeeld slechter bereikt met vaccinatiecampagnes. Bovendien spelen soms taalbarrières, waardoor veel overheidscommunicatie, laat staan persconferenties op de Nederlandse publieke zenders, grotendeels langs hen heen gaan. Om twijfelaars over de streep te trekken, zou je dan ook beter in kunnen zetten op een rechtstreekse benadering in wijken waar de vaccinatiegraad laag is. Betrek daarbij vooral ook professionals die werkzaam zijn in deze wijken zoals schooldirecteuren en wijkverpleegkundigen. En bedenk dat communicatie vanuit wetenschappers en zorgverleners zelf meer vertrouwen wekt dan communicatie vanuit overheidsinstanties, inclusief het RIVM.

Abeelding: “Vaccinatie” van We Like Sharing (via Flickr).

Meer over het Nationaal Kiezers Onderzoek (NKO)

De resultaten in deze blog zijn gebaseerd op het Nationale Kiezersonderzoek en het Dutch Ethnic Minority Election Study (DEMES) gehouden rond de Tweede Kamerverkiezingen van maart 2021. Voor de doeleinden van deze blog zijn deze gegevens gecombineerd en daarom ongewogen. Dat betekent dat we voorzichtig moeten omgaan met de puntschattingen, de conclusies op basis van deze cijfers zijn echter wel robuust.  Het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) is het toonaangevende kiezersonderzoek onder een representatieve groep stemgerechtigden in Nederland. Sinds 1971 voert Stichting Kiezersonderzoek Nederland (SKON) het NKO uit rond iedere Tweede Kamerverkiezing. Uit eerdere dataverzamelingen van het NKO bleek dat mensen met een migratieachtergrond ondervertegenwoordigd waren en de groep bovendien klein is om valide uitspraken te doen gezien de steekproefomvang van het NKO. Daarom is er voor deze verkiezing voor gekozen om een extra dataverzameling uit te voeren specifiek gericht op mensen met een migratieachtergrond (eerste en tweede generatie) die stemgerechtigd zijn in de Nederlandse Tweede Kamerverkiezingen. Dit heeft geresulteerd in het eerste Dutch Ethnic Minority Election Study (DEMES). De ongewogen DEMES data laten een oververtegenwoordiging zien van politiek geïnteresseerden onder personen met een migratieachtergrond. Dit kan betekenen dat de verschillen die we in deze blog laten zien nog wat onderschat worden.

Voetnoten

[1] We kijken naar kiesgerechtigden van boven de 18 jaar met alle mogelijke migratieachtergronden (bijv. uit Turkije, Suriname, Oost-Europa, Azië of Latijns-Amerika). We nemen ook mensen mee in de cijfers die in Nederland zijn geboren, maar waarvan de ouders een migratieachtergrond hebben. Het overgrote deel is echter geboren buiten Nederland.

[2] Het betreft personen die in de periode van het onderzoek al een vaccin hebben ontvangen of aangaven er één te willen.

[3] Dit is gemeten op een vierpuntsschaal, waarbij de categorieën ‘tamelijk veel’ en ‘erg veel’ vertrouwen zijn samengenomen, net zoals de categorieën ‘helemaal geen’ en ‘niet zo veel’ vertrouwen.

[4] Over het geheel genomen is het vertrouwen van de groep met een migratieachtergrond in de verschillende instituties lager dan van de groep zonder migratieachtergrond.

[5] Uit het in 2020 gehouden SIM onderzoek blijkt overigens ook dat het vertrouwen in de gezondheidszorg hoog is onder de meeste groepen met een migratieachtergrond. Onder de Pools-Nederlandse groep is het vertrouwen in de Nederlandse gezondheidszorg vergelijkenderwijs nog het laagst (gegevens op te vragen bij de auteurs).

[6] Het NKO wordt deels uitgevoerd in het LISS survey, waarin alleen de westerse- en niet-westerse migratieherkomst wordt gecodeerd. [7] Onderzocht zijn in het SIM 2020 personen met de volgende migratieachtergronden: Marokkaans, Turks, Caribisch-Nederlands, Surinaams, Pools, Iraans en Somalisch. Alleen binnen de Turks-Nederlandse groep is het aandeel met vertrouwen in de regering in Turkije ongeveer even hoog als dat voor de Nederlandse regering (gegevens op te vragen bij de auteurs).