De lokale politiek als kweekvijver: politici beginnen vaak lokaal en groeien stap voor stap door naar ‘zwaardere’ functies. Uit de Staat van het Bestuur blijkt bijvoorbeeld dat 79 procent van de wethouders eerder raadslid was en dat ook veel burgemeesters via het lokale bestuur hun weg naar boven vonden (p.69). Maar werkt deze politieke loopbaanlogica eigenlijk voor iedereen?
Wanneer we kijken naar diversiteit in de politiek ontstaat een opvallend beeld: de lokale politiek is weinig divers, 5.9 procent van de raadsleden heeft een migratieachtergrond, terwijl de Tweede Kamer aanzienlijk diverser is: 18 procent heeft een migratieachtergrond. Dat roept de vraag op: als de lokale politiek de klassieke kweekvijver is, waar komen al die relatief diverse Tweede Kamerleden dan vandaan?
Met behulp van de PATHWAYS-data hebben wij de achtergronden van Tweede Kamerleden die tussen 1994 en 2012 voor het eerst Kamerlid werden onder de loep genomen.[1] Deze leggen we naast de gerapporteerde data van Vermeulen 2023 over de diversiteit van de lokale politiek.[2] We richten ons daarbij expliciet op migratieachtergrond en gender, en vooral op de combinatie van die twee.
De vraag die we beantwoorden is: hadden vrouwen en mannen met een migratieachtergrond vóór hun Kamerlidmaatschap lokale politieke ervaring? En zo niet, waar kwamen zij dan wel vandaan?
Lokale ervaring: niet voor iedereen de norm
Allereerst zien we het beeld van de lokale politiek als springplank of kweekvijver duidelijk terug voor mannen en vrouwen zonder migratieachtergrond. Voor hen is lokale politieke ervaring inderdaad een veelgebruikte opstap naar de Tweede Kamer. Ongeveer vier op de tien heeft vooraf lokale ervaring. Voor mannen met een migratieachtergrond zien we een vergelijkbaar patroon: ook zij hebben relatief vaak lokale ervaring. Maar dat beeld kantelt als we kijken naar vrouwen met een migratieachtergrond. Slechts een kleine minderheid van hen had lokale politieke ervaring voordat zij Kamerlid werden. Figuur 1 laat dat zien:
Figuur 1: Percentage lokale, provinciale of Europese ervaring bij aantreden in Tweede Kamer

Met andere woorden: waar de lokale politiek voor veel Kamerleden fungeerde als springplank, geldt dat nauwelijks voor de groep vrouwen met een migratieachtergrond. Voor hen is de lokale politieke pijplijn geen vanzelfsprekende route richting Den Haag. Overigens spelen provinciale en Europese politieke ervaring in dit geheel ook slechts een zeer beperkte rol, zoals figuur 1 laat zien. Voor alle groepen geldt dat dit zelden een opstap vormt naar de Tweede Kamer. Deze routes compenseren het ontbreken van lokale ervaring dus niet.
Waar komen zij dan wél vandaan?
Als vrouwen met een migratieachtergrond niet via de lokale politiek de Tweede Kamer instromen, waar komen zij dan wél vandaan? Om die vraag te beantwoorden hebben we gekeken naar de sector en het type beroep waarin Kamerleden werkzaam waren vóór hun Kamerlidmaatschap.
Voor alle groepen geldt dat de publieke sector een belangrijke kweekvijver is voor Kamerleden. Dat is niet verrassend. Opvallend is wel dat vrouwen met een migratieachtergrond relatief vaak uit de non-profitsector en uit maatschappelijke en belangenorganisaties voortkomen.
Dit wijst op een ander rekruteringsmechanisme dan het klassieke loopbaanmodel suggereert. In plaats van een geleidelijke opmars via de lokale politiek zien we hier iets wat in onderzoek vaak wordt aangeduid als ‘parachuteren’: kandidaten worden gerekruteerd buiten de traditionele politieke ladder en direct richting de Tweede Kamer gebracht. In het rapport ‘Hyperzichtbaar in de schaduw van de macht’ hebben we dat mechanisme al eerder geduid voor politici met een migratieachtergrond.[3] Daarin laten we zien dat de weg naar een kandidaatstelling grofweg uit twee trajecten kan bestaan: aan de ene kant politici die zich lang binnen de politieke partij inzetten, werken achter de schermen, en van post naar post gaan, vaak in de lokale politiek. Aan de andere kant de (min of meer) externe kandidaten, die van buiten de bestaande partijstructuren naar binnen worden gehaald om zich op die manier verkiesbaar te stellen. Logischerwijs gebeurde dit rekruteren vooral bij organisaties met directe banden met burgers met een migratieachtergrond, wat we ook terugzien in de plekken waar deze vrouwen worden gerekruteerd. Voor vrouwen met een migratieachtergrond in de Tweede Kamer lijkt vooral die tweede route te werken.
De pijplijn herzien
Deze bevindingen helpen een genuanceerder licht te werpen op het vaak gehoorde verhaal van de ‘lekkende pijplijn’. Dat beeld suggereert dat er onderin de politieke carrièreladder voldoende divers talent instroomt, maar dat dit talent onderweg verloren gaat. Het probleem zit mogelijk niet (alleen) in het lekken van de pijplijn, en hoger in de ladder, maar al heel vroeg, bij de ingang van de pijplijn. Gegeven dat de lokale politiek structureel weinig divers is, kan de lokale politiek ook geen diverse doorstroom leveren richting de nationale politiek. Vermeulen bracht dit in 2023 al duidelijk in beeld. De pijplijn van lokaal naar nationaal zou dus op zich prima kunnen functioneren, maar er is een (te) beperkte en weinig diverse input. Dat zorgt ervoor dat partijen voor diversiteit in de Tweede Kamer hun toevlucht nemen tot andere rekruteringskanalen.
Het heeft gevolgen: als we alleen naar de Tweede Kamer kijken als graadmeter voor de diversiteit van de Nederlandse politiek krijgen we een verkeerd beeld. En een tweede gevolg: het is mooi dat er externe ervaring wordt gezocht van buiten de politiek om die te verrijken. Maar deze groep – en zoals we laten zien, dat betreft in het bijzonder vrouwen met een migratieachtergrond – moeten zich wel staande houden in de Tweede Kamer zonder dezelfde mate van politieke ervaring en specifiek ook ervaring met het politieke handwerk. Dat kan in hun nadeel werken.
Als we naar dit onderwerp kijken door de ogen van en in de woorden van de politici zelf, zoals door middel van interviews in het rapport ‘Hyperzichtbaar in de schaduw van de macht’, zien we dat het ‘parachuteren’ concreet kan uitwerken als een achterstand in steun en vaardigheden binnen de partij, maar ook als extra twijfel aan legitimiteit. Sommige nieuwkomers hebben het gevoel dat collega’s denken dat ze op die plek zijn gekomen voor de diversiteit, en twee keer zo hard moeten werken voor dezelfde erkenning. Daarnaast beschrijven geïnterviewden, en zeker de vrouwen, dat zij vaker onder een vergrootglas liggen (‘hyperzichtbaarheid’) en geregeld worden gereduceerd tot hun achtergrond. De optelsom is dat ‘parachuteren’ diversiteit kan vergroten, maar tegelijk het risico meebrengt dat juist deze groep een zwaardere start heeft en sneller moet bewijzen dat ze wel degelijk ‘thuishoren’.
Politiek als loopbaan is geen vanzelfsprekendheid
Het idee dat iedereen onderaan begint en zich vervolgens kan opwerken in de politiek houdt in de praktijk geen stand voor alle groepen. Vooral vrouwen met een migratieachtergrond volgen andere paden naar de Tweede Kamer dan het dominante loopbaanverhaal veronderstelt. Dat is geen individueel falen, maar een structureel patroon. Wie diversiteit in de politiek serieus neemt, kan zich niet beperken tot de top. De vraag is dus niet alleen hoe divers de Tweede Kamer is, maar ook welke routes daarheen leiden, en voor wie die routes openstaan. Zolang de lokale politiek een weinig divers startpunt blijft, zullen alternatieve instroomroutes nodig blijven.
[1] Helaas zijn er geen recentere data.
[2] We zijn ons bewust van de verschillen in tijd van deze data, maar we verwachten geen relevante verschillen. Sterker nog, je zou verwachten dat de huidige gemeenteraden het meest divers zouden zijn ten opzichte van decennia daarvoor.
[3] Zie: Runderkamp, Z., Mügge, L., & Ihuoma, M. (2025). Hyperzichtbaar in de schaduw van de macht: politici met een migratieachtergrond in Nederland. Universiteit van Amsterdam.
