
Dit blog is gebaseerd op het Amsterdams Kiezersonderzoek 2026 van Onderzoek en Statistiek (O&S) van de gemeente Amsterdam en de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. In dit blog bespreken we wat het onderzoek laat zien over de verschillen tussen jongvolwassenen die wel en niet stemmen in Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Het volledige onderzoeksrapport is sinds gisteren hier te vinden.
Gemeenteraadsverkiezingen zijn een belangrijk moment waarop Amsterdammers direct invloed kunnen uitoefenen op het bestuur en de politieke koers van hun stad. Maar niet iedereen maakt in dezelfde mate gebruik van die mogelijkheid. De opkomst bij Amsterdamse gemeenteraadsverkiezingen is al langere tijd relatief laag in Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Vooral jongvolwassenen, en daarbinnen jongeren met een praktisch opleidingsniveau en/of een migratieachtergrond, gaan minder vaak naar de stembus. Niet stemmen is daarbij niet simpelweg een kwestie van individuele motivatie. Ons onderzoek laat zien dat verkiezingsdeelname samenhangt met opleiding, woonsituatie en herkomst, maar ook met de manier waarop jongvolwassenen zich tot de politiek verhouden. Wie politiek begrijpelijk vindt, het gevoel heeft dat de politiek er ook voor hen is en ervaart enige invloed te kunnen uitoefenen, gaat vaker stemmen. En juist deze ervaringen zijn niet gelijk verdeeld onder jongvolwassenen.
Grote verschillen in opkomst onder jongeren in de stad
Dat het belangrijk is om specifiek naar jongvolwassenen te kijken, blijkt uit eerdere verkiezingen. Exacte opkomstpercentages naar leeftijd zijn echter schaars. Voor de verkiezingen voor het Europees Parlement in 2024 zijn deze cijfers wel beschikbaar. Toen ging 37,9 procent van de Amsterdamse 18- tot en met 25-jarigen stemmen, tegenover 46,9 procent van alle Amsterdamse kiesgerechtigden. De landelijke opkomst lag met 46,2 procent op een vergelijkbaar niveau.
De verschillen binnen de stad waren nog groter. In Centrum ging 54 procent van de jongeren stemmen, tegenover 29 procent in Noord, 24,2 procent in Nieuw-West en slechts 21,2 procent in Zuidoost. De opkomst onder jongvolwassenen blijft daarmee juist in de stadsdelen waar ook de algemene verkiezingsopkomst relatief laag is, sterk achter.
Over verschillen in verkiezingsopkomst tussen Amsterdamse stadsdelen weten we inmiddels behoorlijk veel (zie eerder onderzoek van de Gemeente Amsterdam en specifiek onder Amsterdamse jongeren hier). Dit blog bouwt daarop voort door systematisch en kwantitatief in kaart te brengen welke kenmerken samenhangen met het wel of niet stemmen van jongvolwassenen. Welke rol spelen bijvoorbeeld opleiding en migratieachtergrond? Maakt het uit of jongeren nog bij hun ouders wonen? En hoe hangt verkiezingsdeelname samen met de manier waarop jongeren naar politiek kijken? Hebben zij het gevoel dat de Amsterdamse politiek ook voor hen is, dat ze begrijpen wat er gebeurt en dat ze zelf enige invloed kunnen uitoefenen? Door deze factoren gezamenlijk te onderzoeken, kunnen we beter vaststellen welke verschillen tussen stemmende en niet-stemmende jongvolwassenen het meest in het oog springen.
Om daar meer zicht op te krijgen voerden Onderzoek en Statistiek (O&S) van de gemeente Amsterdam en de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam tijdens en na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 gezamenlijk onderzoek uit onder jongvolwassenen van 18 tot en met 27 jaar in Nieuw-West, Noord en Zuidoost. Daarbij zijn zowel stemmers als niet-stemmers benaderd. Juist die laatste groep ontbreekt vaak in regulier verkiezingsonderzoek vooral ook omdat ze voor onderzoekers moeilijk te bereiken zijn.
Wie stemt wel en wie niet?
Uit ons onderzoek blijkt dat verschillende achtergrondkenmerken en opvattingen over de lokale politiek samenhangen met de kans dat jongvolwassenen gaan stemmen. Zo speelt geboorteland een rol. Onder jongvolwassen stemmers is een derde in Amsterdam geboren en de grootste groep, 46 procent, elders in Nederland. Onder niet-stemmers zijn er veel meer jongvolwassenen die in Amsterdam zijn geboren of buiten Europa.
Figuur 1. Opkomst naar geboorteplaats

Ook opleiding en woonsituatie doen ertoe. Hbo- en universitair opgeleide respondenten stemden vaker dan jongvolwassenen met een middelbare of mbo-opleiding. Jongeren die nog bij hun ouders wonen, gingen bovendien duidelijk minder vaak stemmen dan degenen die zelfstandig wonen, al dan niet met huisgenoten.
Politiek moet ook begrijpelijk zijn
De manier waarop jongvolwassenen de lokale politiek ervaren hangt ook samen met hun stemgedrag. Jongeren stemmen vaker wanneer zij het gevoel hebben dat zij invloed kunnen uitoefenen, dat de lokale politiek ook voor hen is en dat zij politieke processen kunnen volgen en begrijpen. Vooral bij de begrijpelijkheid van politiek is het verschil duidelijk. Respondenten die politiek zo ingewikkeld vinden dat zij moeilijk kunnen begrijpen wat er aan de hand is, representeerden 39 procent van de niet-stemmers en slechts 15 procent van de stemmers. Degenen die politiek niet te ingewikkeld vonden, vormden daartegenover meer dan de helft van de stemmers en 29 procent van de niet-stemmers.
Figuur 2. Opkomst naar de stelling: ‘Ik vind politiek vaak zo ingewikkeld dat ik niet kan begrijpen wat er aan de hand is’

Ook de redenen die niet-stemmers zelf geven, passen in dit beeld. Zij noemen vooral een gebrek aan politieke interesse, onbekendheid met de verkiezingen, onvoldoende kennis over hoe te stemmen en weinig vertrouwen in de politiek.
Het gaat bij lage opkomst onder jongvolwassenen daarmee niet alleen om de vraag of zij geïnteresseerd zijn in politiek. Ook de toegankelijkheid van politiek speelt dus een rol: weten jongeren hoe verkiezingen werken, kunnen zij politieke processen volgen en herkennen zij zichzelf in de politiek?
Is de politiek er ook voor mij?
Een belangrijke verklaring voor de lagere opkomst van bepaalde groepen in de stad is dat veel jonge Amsterdammers het gevoel hebben dat de politiek er niet voor hen is (zie eerder onderzoek hier, hier en hier). Wie zich minder herkent in de politiek of minder het gevoel heeft invloed te kunnen uitoefenen, staat ook verder af van verkiezingen.
Een meerderheid van de jongvolwassen uit ons onderzoek onderschrijft weliswaar de uitspraak dat ‘de politiek er ook voor mij is’, maar dat geldt niet voor iedereen in dezelfde mate. Respondenten die discriminatie hebben ervaren en respondenten met een ouder die buiten Nederland is geboren, voelen zich gemiddeld minder invloedrijk en minder vertegenwoordigd. Van de respondenten van wie beide ouders in Nederland zijn geboren, is 63 procent het eens met de uitspraak dat de politiek er ook voor hen is. Onder respondenten met ten minste één in het buitenland geboren ouder is dat 50 procent.
Figuur 3. ‘De politiek is er ook voor mij’, naar geboorteplaats ouders

Het is interessant te zien dat de jongvolwassen die minder het gevoel hebben dat de Amsterdamse politiek er ook voor hen is vaak zelf in Amsterdam geboren zijn of buiten Nederland. Het zijn vooral de jongvolwassen die in Nederland geboren zijn maar pas op latere leeftijd naar Amsterdam gekomen zijn (meestal voor studie) die zich met 66% het meest in de Amsterdamse politiek herkennen en het gevoel hebben dat die politiek er ook voor hen is.
Figuur 4. ‘De politiek is er ook voor mij’, naar geboorteplaats respondent

Hoe je je tot de politiek verhoudt doet ertoe
De resultaten maken duidelijk dat lage verkiezingsopkomst onder jongvolwassenen niet alleen moet worden gezien als een kwestie van individuele motivatie. Bovendien wordt duidelijk, wanneer we alle resultaten bij elkaar brengen, dat niet één kenmerk bepaalt of een jongvolwassene gaat stemmen. Stemmen hangt samen met opleiding, woonsituatie en herkomst, maar ook met de relatie die jongeren met politiek hebben. Opvallend genoeg zijn de verschillen tussen Nieuw-West, Noord en Zuidoost daarbij relatief klein. Binnen deze drie stadsdelen hangen verschillen in stemgedrag, ervaren invloed en vertegenwoordiging sterker samen met de kenmerken en maatschappelijke positie van jongvolwassenen dan met het stadsdeel waarin zij wonen
Vooral de relatie tot de politiek is van belang. Jongvolwassenen die politiek begrijpelijk vinden, het gevoel hebben dat de politiek ook voor hen is en ervaren dat zij enige invloed kunnen uitoefenen, stemmen vaker. Tegelijkertijd zijn juist deze ervaringen ongelijk verdeeld.
De uitdaging voor de lokale democratie is daarom breder dan alleen jongeren overtuigen om op verkiezingsdag naar de stembus te gaan. Het gaat ook om de vraag hoe de Amsterdamse politiek toegankelijker en begrijpelijker kan worden en hoe jongvolwassenen, ongeacht hun opleiding, herkomst of sociale positie, het gevoel kunnen krijgen dat zij daadwerkelijk onderdeel zijn van de lokale democratie.
Foto: stempotloden, fotograaf Edwin van Eis (1 juni 2009).
