• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
StukRoodVlees

Politicologie en actualiteit

  • OVER SRV
  • AUTEURS
  • CATEGORIEËN
  • ARCHIEF
  • CONTACT

Zijn Vlaamse en Waalse kiezers uit elkaar gegroeid?

door Daan Delespaul 07/01/2026

In het rijtje West-Europese democratieën springt België er als een buitenbeentje uit. Het land kent twee strikt gescheiden partijsystemen, waarbij Vlamingen steevast rechtser stemmen dan de overwegend linkse Walen.

Dit verschil tussen taalgroepen heeft geleid tot een paar opmerkelijke constellaties. Ironisch genoeg viert België straks 200 jaar onafhankelijkheid met N-VA’er Bart De Wever als premier: een rechts-conservatieve separatist die ervan droomt om Vlaanderen bij Nederland aan te hechten. Volgens de Vlaams-nationalist bestaat België uit de optelsom van twee verschillende democratieën.

Door dit communautair getouwtrek krijgt België in de politicologische literatuur niet altijd de aandacht die het verdient. Dat is jammer, want met twee identieke kiesstelsels in de twee taalgroepen biedt het land het ideale laboratorium voor vergelijkend politicologisch onderzoek. De tegenstrijdige tendensen in beide partijsystemen springen daarbij het meest in het oog: in Vlaanderen verloren de drie traditionele partijen sinds 1945 ruwweg de helft van hun aanhang, terwijl deze oude massapartijen in Franstalig België nog steeds drie vierde van de kiezers overtuigen (Figuur 1). Helemaal uitzonderlijk is dat Wallonië nog steeds geen radicaal-rechts kent.

Figuur 1. Stemaandeel van traditionele (boven) en challenger (beneden) partijen in Vlaanderen (links) en Wallonië (rechts) (Delespaul, 2025).

In mijn proefschrift probeer ik dit electorale onevenwicht tussen taalgroepen vanuit historisch perspectief te verklaren. Ik baseer me daarvoor op vijftig jaar postelectoraal onderzoek (1979–2019), waarbij ik vooral kijk naar het perspectief van de kiezers – hun motieven, hun overtuigingen en hoe die al dan niet veranderden door de tijd heen. Mijn centrale hypothese is dat zich een nieuwe culturele breuklijn heeft gemanifesteerd in het Vlaamse electoraat, maar niet (of veel minder) bij Franstalige kiezers. Doordat Franstaligen gepolariseerd bleven rond traditionele klasse- en religieuze breuklijnen zouden traditionele massapartijen zich er veel langer kunnen handhaven. Omgekeerd zouden Vlamingen net meer ideologisch gepolariseerd zijn rond thema’s als migratie en klimaat, die op de nieuwe culturele breuklijn worden gepolitiseerd door groene en radicaal-rechtse partijen.

In dit stuk licht ik drie bevindingen uit dit onderzoek toe. De grote lijnen daarvan zijn dat kiezers in Vlaanderen en Wallonië eigenlijk helemaal niet heel verschillend (zijn gaan) denken, maar dat gevestigde partijen aan beide kanten van de taalgrens anders hebben gereageerd op maatschappelijke uitdagingen zoals immigratie en globalisering. Waar Vlaamse partijen bijdroegen aan de normalisering van extreemrechts, zijn Waalse partijen er beter in geslaagd om de voedingsbodem van extreemrechts te verdorren.

Het zijn kortom vooral de partijen en niet de kiezers die de ‘twee Belgische democratieën’ in stand houden.

1. Vlamingen en Franstaligen zijn ideologisch niet zo verschillend

De hypothese dat Vlaamse en Franstalige kiezers geleidelijk uit elkaar groeien komt voort uit ongelijke electorale tendensen aan beide kanten van de taalgrens. In Vlaanderen kalfde de electorale steun voor de drie traditionele partijen – christendemocraten (cd&v), sociaaldemocraten (Vooruit) en liberalen (Open Vld) – af tot een derde van het electoraat, terwijl Franstalige middenpartijen sinds 1945 slechts 2% van hun gezamenlijke electoraat verloren.

Het lijkt logisch om die asymmetrie vanuit de vraagzijde van de electorale markt te verklaren – oftewel, vanuit de attitudes en sociale achtergrond van kiezers. Tenslotte valt te verwachten dat kiezers in het stemhokje de ideologische afstand tot hun geprefereerde partij trachten te minimaliseren.

Zo zouden Franstalige kiezers vooral ideologisch gepolariseerd zijn gebleven op de klassenbreuklijn waarop de drie traditionele partijen van oudsher mobiliseren. Als economisch zwakkere regio staan economische thema’s ook al langer centraal in de Waalse politiek. De veronderstelling van een sterkere klassenbreuklijn lijkt dus niet onwaarschijnlijk; want terwijl Waalse kiezers nauwelijks wakker liggen van migratie, domineert het al twintig jaar de politieke agenda in Vlaanderen.

Longitudinaal onderzoek uit mijn proefschrift geeft echter aan dat de polarisatie langs deze twee breuklijnen in beide taalgroepen constant bleef over de tijd. Ook onderling verschilt de polarisatie van Vlaamse en Waalse kiezers nauwelijks. Ten slotte bleven beide electoraten ook in hun attitudes redelijk constant: hoewel Franstaligen ideologisch linkser zijn op socio-economische thema’s, zijn de twee taalgroepen met betrekking tot culturele waarden (omtrent migratie, klimaat, gender, etc.) niet van elkaar te onderscheiden.  

Over immigratie, bijvoorbeeld, zijn Vlamingen en Franstaligen de afgelopen 30 jaar ruwweg even kritisch gebleven (Figuur 2), terwijl die attitudes in Franstalig België niet door extreemrechts worden gemobiliseerd. Wel valt op dat migratiekritische kiezers uit Wallonië veel vaker links stemmen dan in Vlaanderen, waar met Vlaams Belang wél een radicaal-rechts alternatief bestaat.

Figuur 2. Anti-immigratieattitudes onder Belgische kiezers (Meuleman et al., 2025).

Noot: Meet-equivalente somschaal op basis van vier items uit de Belgian National Election Studies (1991-2019). De schaal loopt van 1 (= universalistisch) tot 5 (= particularistisch). De gemiddelden zijn gewogen naar leeftijd, gender en opleiding. De trendlijn is afgerond op basis van locally estimated scatterplot smoothing.

2. Franstalige partijen hebben de opkomst van een ‘Waals Belang’ vermeden

De gelijkaardige vraagzijde binnen beide taalgroepen kan met andere woorden hun verschillende partijstelsels niet verklaren. Dat doet het vraagstuk verschuiven naar het aanbod: partijen en hun ideologische oriëntering.

Het Belgische partijbestel is sinds de jaren ’80 opgedeeld in een Vlaamse en Franstalige vleugel, waarin partijen uitsluitend binnen een van de twee regio’s opereren. Over de taalgrens leidde dat tot verschillende strategieën en koerswijzigingen. In Wallonië lieten de christendemocraten van Les Engagés hun Christelijke wortels bijvoorbeeld veel sneller los dan de cd&v in Vlaanderen. De Waalse sociaaldemocraten van PS behielden dan weer veel meer institutionele banden met het verzuilde middenveld dan het Vlaamse Vooruit.

Gezien de stabiele vraagzijde lijken deze uiteenlopende strategieën relevant om de electorale onevenwichten in België te verklaren. Partijen kunnen collectieve identiteiten uittekenen, thema’s strategisch politiseren of concurrenten uitsluiten. Ten slotte kunnen politici zich ook ideologisch herpositioneren om een breder segment van het electoraat aan te boren.

Franstalige partijen hebben deze gehele toolkit bijvoorbeeld gehanteerd om de opkomst van een extreemrechtse concurrent te vermijden. Zo’n partij bestond met Front National (FN) wel in de jaren ’90, maar werd door een strikt cordon sanitaire uit de politieke mainstream geweerd. De rol van de sociaaldemocratische PS was daarnaast essentieel om het reservoir voor extreemrechts droog te leggen. Door zich toe te leggen op traditioneel linkse thema’s zoals herverdeling, sociale verzekering en de instandhouding van de passieve welvaartstaat wist de partij de aandacht op socio-economische thema’s te behouden, om daarmee de steun van links-conservatieve arbeiders te behouden.

Vlaamse partijen hebben heel andere keuzes gemaakt. In het kielzog van Vlaams Belang schoven ze de afgelopen jaren net op naar een cultureel conservatievere koers. Vergelijkend onderzoek heeft uitgewezen dat zo’n strategie de aandacht voor radicaal-rechtse en linkse uitdagers net vergroot. De electorale herverkaveling in Vlaanderen lijkt daarbij vooral het gevolg van partijstrategie, en veel minder van een ideologische hertekening van het electoraat.

3. België is een ‘toeschouwersdemocratie’, maar stemgedrag blijft even ‘verzuild’

Naast de veronderstelde ideologische veranderingen geldt de ontzuiling als één van de voornaamste verklaringsgronden voor het verval van de traditionele partijen. In de naoorlogse periode fungeerden de verschillende zuilorganisaties (vakbonden, ziekenfondsen en diverse belangenorganisaties) nog als bindmiddel tussen kiezers en de drie dominante massapartijen.

Hoewel de Belgische zuilen (Christelijk, socialistisch en liberaal) het veel langer uithielden dan hun Nederlandse tegenhangers, verloren ze vanaf de jaren ’90 aan belang. De verzwakte banden tussen kiezers en deze middenveldorganisaties zou de loyaliteit van veel verzuilde kiezers hebben doen verbrokkelen. Zo koos 57.6% van de vakbondsleden in 1991 nog voor een van de drie traditionele partijen, ten opzichte van slechts 30.5% in 2019.

Het lijkt zinvol om deze transformatie toe te schrijven aan een verschuiving in de prioriteiten en motieven van kiezers. Waar deze in het verzuilde België nog voornamelijk stemden volgens identiteit, sociale positie of partijgebonden loyaliteit, zou de focus vandaag de dag veel meer op concrete ‘issues’, persoonlijkheden en politieke stijl liggen.

De Franse politicoloog Bernard Manin kadert deze prioriteitenwissel als een overgang naar een ‘toeschouwersdemocratie’. Kiezers evalueren de politiek daarin als een kritisch publiek in het theater. Stemgedrag is niet langer een expressie van identiteit maar een actieve beoordeling van het politieke bestel. Deze overgang zou wortelen in maatschappelijke individualisering en het groeiende belang van sociale en massamedia.

Een evaluatie van open stemmotieven in Vlaanderen (1991-2019) geeft aan dat het beeld van zo’n toeschouwersdemocratie niet ver van de realiteit staat: bijna de helft van alle kiezers stemt eerder volgens ‘evaluatieve’ dan ‘expressieve’ motieven. Maar tegen de verwachting in blijft het gebruik van de verzuilde ‘expressieve’ motieven over de tijd heen stabiel. Daarmee lijkt de verzuiling alleszins in hoofde van de kiezer voort te leven – zelfs bij jongeren.

Kortom: het verval van de Vlaamse middenpartijen lijkt vooral te wijten aan hun onvermogen om ‘evaluatieve’ kiezers te overtuigen. Het afnemende maatschappelijk belang van de thema’s die zij op de oude breuklijnen mobiliseerden draagt daar allicht aan bij.

Bibliografie

Delespaul, D. (2025). The transformation of the Belgian political space. Flanders, Wallonia, and the new cultural cleavage (1979-2019) [Doctoraatsverhandeling, KU Leuven]. KU Leuven, Faculteit Sociale Wetenschappen.

Meuleman, B., Abts, K., Billiet, J., Delespaul, D., Meeusen, C., & Swyngedouw, M. (2025). L’attitude des électeurs belges à l’égard de l’immigration. [Manuscript submitted for publication]. Department of Sociology, KU Leuven.

Afbeelding: Koninklijk Paleis in Brussel, affiches Koningskwestie, Bestanddeelnr 903-8198 via Wikimedia Commons.

Categorie: Kiezers en publieke opinie, Politieke partijen Tags: België, breuklijnen, kiezersonderzoek, Partijsystemen, toeschouwersdemocratie, verzuiling

Over de auteur

Daan Delespaul
Daan Delespaul doctoreerde in de politieke sociologie aan de KU Leuven. Hij doet onderzoek naar Belgische kiezers, hun veranderende attitudes en politieke breuklijnen.
Website: https://www.kuleuven.be/wieiswie/nl/person/00147587
  • Sociale media links 

Primaire Sidebar

Volg ons

  • Facebook
  • Twitter
  • RSS Feed

Populaire berichten

De ideologie van Forum voor Democratie

De ongemakkelijke realiteit van de antivaccinatie-beweging

Wat als… Nederland het Britse kiesstelsel zou hebben?

Willekeurige berichten

Aflevering 117 – Opvattingen over liberale democratie, met Matthijs Rooduijn

Aflevering 97 – De grote steden versus de rest, met Twan Huijsmans

Arabische landen waar islam en vrouwenrechten samengaan

Podcast

Aflevering 138 – De verkiezingsuitslag, met Twan Huijsmans en Tom van der Meer

De Tweede Kamerverkiezingen zijn uitgelopen op een eclatante overwinning van D66 dat met maar liefst … [Lees verder...]

Aflevering 138 – Coalities, kiezers en winst en verlies, met Simon Otjes

Simon Otjes (Universiteit Leiden) schuift aan om te praten over de huidige stand van de campagne. We … [Lees verder...]

Aflevering 137 – De normalisering van extreemrechts gedachtegoed, met Léonie de Jonge

Extreemrechtse ideeën zijn de afgelopen jaren in hoog tempo genormaliseerd. Ik spreek met mijn gast … [Lees verder...]

Populisme

Jesse Frederik gaat te kort door de bocht: Waarom complexe maatschappelijke onvrede niet in één verklaring past

Vorige week verscheen op De Correspondent een stuk waarin Jesse Frederik mijn boek De Symfonie van … [Lees verder...]

Plaatjes van de electoraatjes 2025: de PVV

Op 29 oktober zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer. In deze serie gaan wij aan de hand van een … [Lees verder...]

Radicale onderdompeling: een theaterexperiment op Oerol

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) signaleerde begin deze week dat … [Lees verder...]

Blogroll

  • Andrew Gelman
  • Ballots & Bullets
  • Fight Entropy
  • FiveThirtyEight
  • The Monkey Cage
  • The Upshot
  • Wonkblog
  • OVER SRV
  • AUTEURS
  • CATEGORIEËN
  • ARCHIEF
  • CONTACT

© 2026 StukRoodVlees

Copyright © 2026 · SRV Theme op Genesis Framework · WordPress · Log in